Vergunningen steeds meer een crime voor restauranthouders
Vorig weekend was ik op een openingsfeestje van een restaurant in de Maastrichtse binnenstad. De ondernemer – Danny Vanderhoven – was blij dat hij na weken van flink verbouwen de deadline gehaald had. Dus iedereen wenste hem alle succes toe. De reserveringen liepen al mooi binnen, maar het feestje was van korte duur. In een brief liet de Gemeente Maastricht deze week weten dat de deur voorlopig op slot moet blijven, want het dossier voor de gewenste vergunningen was niet compleet. De reserveringen konden worden geannuleerd, evenals de bestellingen.
De ambtenaren zullen formeel wel gelijk hebben gehad. De betreffende Belgische chef is vermoedelijk veel beter achter het fornuis dan achter het bureau. En hij had onderschat wat er allemaal aan papierwerk bij komt kijken om tegenwoordig in Maastricht een restaurant te beginnen, ook al heeft het betreffende pand al decennia een horecafunctie.
Hij heeft alsnog een aantal extra stukken ingediend, maar de ervaring leert dat die aanvragen in Maastricht nogal ingewikkeld zijn en dat de periode van afhandelen doorgaans opvallend traag verloopt. Een gevoel van urgentie is er vaak niet te bespeuren. Ook in die zin heeft de stad een zuidelijke, bijna mediterrane mentaliteit.
Ook was ik dezer dagen in Schin op Geul waar de bekende chef Ralf Berendsen zijn nieuwe zaak heeft geopend. Het zou een voorlopig adres moeten worden, want het is de bedoeling dat hij zo snel mogelijk schuin aan de overkant kan beginnen als definitieve bestemming. Maar daarvoor zijn nog niet alle vergunningen rond, dat kan nog wel een paar jaar duren. Heeft te maken met de eventuele bijbouw van passende hotelkamers. Berendsen kon niet zo lang wachten, want hij moet ook ergens van leven en bovendien moet je als bekende chef niet te lang van de radar blijven.
Nu moeten we vooropstellen dat het goed is dat de lokale overheid erop toeziet dat een pand dat gebruikt gaat worden om publiek te ontvangen, in orde is. Dan gaat het over bouwkundige staat, de brandveiligheid, een fatsoenlijke rioleringsaansluiting en dat soort zaken. En niet alle ondernemers zouden daar uit zichzelf meteen voldoende in willen investeren. De zin voor verantwoordelijkheid verschilt nogal. Bovendien, de regels gelden voor iedereen, dus een extra coulante houding in individuele gevallen kan de overheid zich niet permitteren.
Maar je mag wel concluderen dat de overheid al geruime tijd aan het doorslaan is. De dikte van de dossiers neemt belachelijke vormen aan, tot wanhoop van menige ondernemer. En de tijd die over het hele proces heengaat, is niet meer te verantwoorden. Ook niet met het verweer dat de ambtenaren het te druk hebben. Er zijn er op alle fronten steeds meer bijgekomen, dus dat kan het probleem niet zijn. Geld ook niet, want de lasten voor de burgers en de ondernemers zijn de laatste jaren gigantisch toegenomen, terwijl dat van de service niet gezegd kan worden.
Veel eerder denk ik dat ook hier de kloof tussen overheid en burger, en tussen overheid en ondernemer, veel te groot is geworden. In plaats van de helpende hand uit te steken, wordt er vanuit menig gemeentehuis eerder een blokkade opgeworpen, ondersteund door de dreiging met bizarre dwangsommen van vele duizenden euro’s.
In plaats van de helpende hand uit te steken, wordt er vanuit menig gemeentehuis eerder een blokkade opgeworpen
Dat de ondernemer enorm veel risico loopt, zal menige ambtenaar helaas een zorg zijn. Ergens ook nog te begrijpen. Want de meesten van hen hebben nooit een eigen zaak gehad of in het bedrijfsleven gewerkt. Ze kennen enkel de veilige bureaucratische omgeving. Het zou niet gek zijn als het meelopen in een bedrijf een onderdeel zou worden van de opleiding tot ambtenaar. Dan leren ze ook de andere kant van het verhaal kennen.
Pijnlijk vind ik vooral dat met name de goedwillende ondernemer de pineut is van die uit de klauwen gelopen regelzucht. Dezer dagen is nog maar weer eens bekend geworden dat een heel ander gevaar loert: de alsmaar oprukkende ondermijning. Criminelen die onder meer via de horeca en andere sectoren steeds meer doordringen tot de bovenwereld, al dan niet geholpen door wat handige advocaten. Daar hebben de ambtenaren veel minder een weerwoord tegen. En dan is het makkelijk om de goede, maar misschien wat naïeve ondernemers die niet alle formulieren goed hebben ingevuld, aan te pakken. Die andere categorie is een stuk lastiger onder controle te krijgen, maar is wel veel bedreigender voor onze samenleving, waar diezelfde ambtenaren toch een onderdeel van vormen. Al zou je dat soms niet zeggen.















