Cannes zeilt om de politieke klippen heen

Zeker op cultureel vlak wordt het tegenwoordig steeds moeilijker om evenement te organiseren zonder podium te worden van (radicale) politieke discussies. Zoals bijvoorbeeld het Eurovisie Songfestival, waar het gedoe rond de deelname van Israël voor sommige landen en partijen belangrijker schijnt te zijn dan de te leveren muzikale prestaties, waar het eigenlijk om zou moeten gaan.
De schijnwerpers zijn op dat vlak zeker ook gericht op het filmfestival in Cannes, het grootste in zijn soort ter wereld. Maar terwijl het filmfestival in Berlijn het recent niet lukte om activistische toestanden buiten de deur te houden, slagen ze daar tot nu toe wel in de Zuid-Franse badplaats in.
Het festival kiest er bewust voor om niemand uit te sluiten van deelname
Waarschijnlijk komt dat omdat de festivalleiding altijd al heel ‘divers’ heeft geprogrammeerd. Hoewel de films uit Hollywood – en Frankrijk – de meeste media-aandacht krijgen, zijn er altijd veel releases van filmprenten uit alle werelddelen. Met name regisseurs en producenten die in hun eigen land om politieke redenen onder druk staan, hebben op de Boulevard de la Croisette altijd een kans gekregen. En geen enkel maatschappelijk thema is ooit tot taboe gemaakt en die open geest is door veel vertegenwoordigers van de filmindustrie steeds gewaardeerd.
Het wil niet zeggen dat dit festival niet regelmatig decor is van protest. In al die jaren zijn er veel luide protesten op straat geweest van vakbonden, van boeren, van ecologisten enzovoorts. Dit jaar bijvoorbeeld hebben milieucritici zich scherp uitgelaten over de wijze van vervoer van een aantal filmsterren. Vorig jaar werden er bijvoorbeeld zo’n 750 vluchten van privéjets geregistreerd, die rechtstreeks verband hielden met het festival. Dat is een heel ander aantal dan de enkele tientallen, die dit jaar in verband werden gebracht met de kunstbeurs TEFAF in Maastricht. Hoewel dat toch leidde tot het blokkeren van de A2-snelweg.
Daar is in Cannes geen sprake van, de protesten zijn met name in de vorm van initiatieven richting organisatie en media, om hun verhaal kwijt te kunnen.
De festivalorganisatie kiest er bewust voor om niemand uit te sluiten van deelname. ,,Het gaat ons om de artistieke kwaliteit van de films, daar is dit evenement voor bedoeld”, zegt directeur Thierry Frémaux. Een dapper standpunt in een tijd dat sommige directies van culturele evenementen enerzijds de mond vol hebben van ‘inclusie’ en anderzijds scherpe politieke keuzes maken en kiezen voor uitsluiting van artiesten omdat ze uit een hen niet welgevallig land komen. Of een andere mening verkondigen dan zij zelf.
Een andere discussie die zeker ook in Cannes gevoerd wordt, is die over voldoende inbreng van vrouwen. De afgelopen jaren was er zelfs een pleidooi om quota in te voeren en te eisen dat 50 procent van de films in de competitie voor de Gouden Palm, door vrouwen geproduceerd zou moeten zijn. Die eis heeft de festivalleiding niet overgenomen. Ze doen de nodige moeite om zoveel mogelijk vrouwelijke regisseurs een podium te geven, maar ook op dat vlak geldt nog altijd het adagium dat uiteindelijk de artistieke kwaliteit de doorslag moet geven, niet alleen in het belang van het festival, maar ook van de filmliefhebbers die straks naar de première in Cannes de films in de bioscoop gaat zien.
Het filmfestival in Cannes geeft zoveel mogelijk kansen, maar is wars van dogma’s. Een verademing op zich.









































