Blog Jo Cortenraedt

Drukke en stille Limburgse steden een realiteit

tekst Jo Cortenraedt

Van de week togen we met de trein naar Sittard. Mijn collega die al een tijd niet meer met de Nederlandse Spoorwegen had gereisd, twijfelde even of we wel in de Intercity-sneltrein zaten. „Want hij gaat zo langzaam.”  Welnu, hij gaat net zo snel of langzaam als vijftig jaar geleden, daar is geen seconde van afgegaan.

Mijn collega en wijnexpert zit veel in Frankrijk en Spanje. Ja, daar is de sneltrein ook écht snel. Nederland heeft die trein gemist en vindt het kennelijk goed zo.

Enfin, in Sittard aangekomen, liepen we door de lange winkelstraat richting Markt. Het was even na sluitingstijd. Het was echt schrikken. Ik heb ze niet geteld, maar gevoelsmatig staat meer dan de helft van de winkelpanden daar leeg en ziet menige nog bestaande zaak er niet echt uitnodigend uit. Behalve een verdwaalde voetganger en een paar brutale jochies op fatbikes was het verder stil. Akelig stil. Ondanks de popmuziek die door de hele straat uit speakers schalt. Ooit waarschijnlijk opgehangen voor meer ‘gezelligheid’, maar zoiets heeft juist niets met kwaliteit te maken. Het is ‘cheap’.

Uiteindelijk kwamen we bij onze bestemming, het gastronomische restaurant G7, gevestigd in een oud protestants kerkje. Bijzondere architectuur, sfeervol aangekleed, topservice en vooral: het was er druk. Mensen van heinde en verre komen hier kennelijk speciaal voor, wij ook.

Daar ligt meteen de kern denk ik. Middelgrote steden van het formaat Sittard, Geleen, Heerlen, Kerkrade, die hebben het heel moeilijk om hun stadscentra aantrekkelijk te houden. Buiten Limburg en buiten de landsgrenzen hetzelfde beeld. In Hasselt gaat het nog aardig, maar in bijvoorbeeld Tongeren en Maaseik hebben de winkeliers in het centrum het moeilijk. Je kunt makkelijk de lokale politiek de schuld geven, maar de oorzaken komen van elders. Te beginnen natuurlijk met online-shoppen, dat fenomeen kost de fysieke winkels heel veel omzet.

Mensen gaan niet meer per definitie in de eigen stad winkelen, maar willen iets speciaals, daar waar het ‘gezellig’ is

En dan is er de toegenomen mobiliteit. Mensen gaan niet meer per definitie in de eigen stad winkelen, maar willen iets speciaals, daar waar het ‘gezellig’ is. Niet voor de dagelijkse boodschappen, maar wel voor een nieuwe jurk of hippe outfit. Dan winnen de grotere steden, zeker als ze een historisch centrum hebben. In Limburg is dat dus Maastricht, en Roermond volgt goed, mede met dank aan het designer-outletcentrum.

Die trend krijg je volgens mij niet meer teruggedraaid en daarom is het verstandig dat een aantal steden nu begonnen is met ‘downsizen’.  Het aantal winkels flink laten teruglopen en die panden transformeren tot woonruimte. Als kwaliteit dan als maatstaf geldt, dan kan er nog iets moois en intiems ontstaan.

Kwaliteit blijft trekken. Ja, ook in een stad als Sittard waar je nog enkele winkels hebt met een heel onderscheidend aanbod. Daar komen de mensen van buiten de stad nog voor. Maar niet voor de zoveelste vestiging van een keten die overal te vinden is, of een winkel met een matig aanbod.

Je ziet vaak dat via allerlei marketing-inspanningen geprobeerd wordt om de (potentiële) bezoekers bepaalde kanten uit te sturen. Of dat werkt is maar de vraag. Veel mensen gaan doelbewust ergens naar toe, maar dan moet het er ook wel zijn. En mensen trekken mensen.

Ook buiten de steden. Pak een buitengebied zoals het Heuvelland. Dat kun je wel trachten te reguleren, maar de mensen zullen blijven komen, omdat het er mooi. Wel kun je een aantal praktische maatregelen nemen om de karavaan aan ‘funriders’ enigszins af te remmen (met motoren en sportieve wagens als koplopers), of op z’n minst ervoor te zorgen dat ze zich middels snelheidsbeperkende maatregelen en geluidscontroles enigszins sociaal gedragen.

De balans tussen ‘fun’ en leefkwaliteit voor de bewoners is een subtiele oefening die een visie vereist van de lokale overheden. Meer dan alleen maar pappen en nathouden. Beter realistische en haalbare plannen en maatregelen dan de zoveelste semi-visionaire rapporten van dure bureaus, die weer ergens in een la belanden.

Toen we het betreffende Sittardse restaurant na die vorstelijke avond verlieten, liepen we door een volstrekt verlaten winkelstraat terug naar het station. In Maastricht uitstappend kwamen we ineens in een decor van fietsers, voetgangers en vooral volle terrassen tot laat in de avond. Mensen zoeken mensen en groot  heeft het dan gemakkelijker dan middelgroot. Wat niet belet dat ook middelgrote steden impulsen nodig hebben, mits realistisch afgestemd op het haalbare.

Deel dit artikel:
Meer artikelen over:
Blog Jo Cortenraedt

Jo Cortenraedt

Hoofdredacteur, uitgever en allround journalist

Jo Cortenraedt is allround journalist met tientallen jaren ervaring in Nederland en daarbuiten. Hij werkte onder meer voor het ANP, het NOS-journaal en De Telegraaf. Hij startte in 1997 als hoofdredacteur en uitgever Chapeau Magazine, in hetzelfde jaar was hij betrokken bij de start van de regionale televisie in Limburg.

Voor beide media is hij nog steeds volop actief met verhalen, reportages, columns en beschouwingen. In de eerste fase van zijn carrière stonden vooral het actuele nieuws en politiek centraal. Tegenwoordig zijn dat eerder specialisaties zoals kunst- en cultuur, gastronomie, human interest en de kwaliteit van leven.

Zijn brede netwerk, van TEFAF tot André Rieu, draagt bij aan de positie van Chapeau in zowel Limburg, als ook in de rest van Nederland en in België.

Jo Cortenraedt 's topic(s):
Uitgelicht

Gerelateerd nieuws