Religie en 11 september
Deze datum is natuurlijk zeer bewogen en blijft in ieders geheugen gegrift. De mensen die van de hoogste verdiepingen van de torens van het World Trade Center in New York sprongen, een zekere dood tegemoet. In het verleden had ik een paar keer vanaf het dak van die reuzen genoten van het prachtige panorama. Springen? Ik moet er niet aan denken, maar dat geeft aan hoe groot de paniek was.
Na twintig jaar is het deels religieus gedreven fanatisme niet minder geworden, dat vind ik de grootste zorg. Dat er toch nog heel veel mensen op deze aardbol zijn die omwille van hun religie of ideologie bereid zijn om anderen te vermoorden.
Zoals de terrorist Salah Abdeslam het deze week zei op de eerste dag van het proces rond de terreuraanslagen in Parijs, vijf jaar geleden. „Er is maar één God en dat is Allah en ik ben strijder van de Islamitische Staat.” Met andere woorden, dat er zo’n 130 onschuldige slachtoffers waren gevallen, dat was dan maar zo, hij was trots op zijn daden.
De goede man was lange tijd een kleine crimineel, werd daarna gehersenspoeld en meent sindsdien dat het leven enkel in dienst moet staan van een bepaalde stroming binnen een religie, waar verder niet over te discussiëren valt. Een aantal van zijn kompanen van destijds kunnen het niet meer navertellen, die hebben zich zelf opgeblazen. Een signaal uit de hemel met de bekende 88 maagden is nog niet ontvangen.
Iedereen gelooft maar in wat ie wil, dat is individueel. Hou dat voor je en dwing vooral anderen niet om ook zo te leven.
Degenen die dachten dat de Taliban in Afghanistan ‘opener’ zijn geworden, zijn al gauw op de koffie gekomen. In de regering zetelen enkel oude mannen die de meest radicale vorm van de sharia aanhangen. De groepjes demonstrerende vrouwen die nog op de straat durfden te komen, keken in de loop van een geweer, het moest afgelopen zijn met hun opstandig gedrag. Terug het huis in, niks gelijke rechten voor vrouwen.
Ik vrees dat het in dat soort oorden nog een paar honderd jaar gaat duren, voordat daar enige vooruitgang wordt geboekt. Maar dichter bij huis komen we dat stoïcijns denken ook tegen, bijvoorbeeld in Urk aan het IJsselmeer. Minder dan een kwart van de bevolking heeft zich laten vaccineren tegen Covid-19. En wel omdat deze overwegend streng protestantse bewoners denken dat de Heer God hen beter beschermt dan het vaccin. Inmiddels belanden heel wat mensen uit hun kringen in het ziekenhuis, waardoor de patiënten die voor andere behandelingen op de wachtlijst staan, nóg meer geduld moeten hebben. Ineens is God toch niet voldoende, dan moeten de artsen en verplegers van de Intensive Care er toch maar bij komen.
De discussie is nu volop gaande hoeveel Afghanen we moeten opnemen. Natuurlijk is het begrijpelijk dat heel veel van hen hun land willen verlaten, het moet er verschrikkelijk zijn. Alleen, gaan ze zich dan hier richten naar de westerse waarden met bijvoorbeeld gelijke rechten voor de vrouw? Als ik in sommige migrantenwijken kijk, dan ben ik nog niet zo optimistisch over die integratie.
Ik was een tijd terug op een bruiloft in België, een vrouw met een islamitische achtergrond trouwde met een Belgische man. Ongeveer de helft van de gasten bestond uit ‘autochtone’ Belgen. Het zou niettemin een ’traditionele islamitische’ bruiloft worden, want anders wilde de familie van de bruid niet komen. Ik vond de gerechtjes lekker, de ritmische oosterse muziek kon me ook bekoren. Maar je mocht niet drinken waar je zin in had, in ieder geval geen alcohol, want dat was niet halal. Ik kreeg er een slecht gevoel bij. Niet dat ik een avond geen alcohol kon drinken, dat gebeurt gelukkig vaak. Maar dat een deel van de aanwezigen vanwege hun geloof het andere deel oplegt wat er wel en niet gedronken mag worden. En dat niet in Afghanistan, Irak of Marokka, maar gewoon in België. Dat gaat me te ver. Iedereen gelooft maar in wat ie wil, dat is individueel. Hou dat voor je en dwing vooral anderen niet om ook zo te leven. En vooral niet om er de hele samenleving naar in te richten.
Toen ik naar buiten liep, zag ik enkele mannelijke familieleden van de bruid bij een open kofferbak geheimzinnig staan te babbelen. Ze rookten en dronken. In het voorbijgaan rook ik de geur van whisky. Heeft Allah zeker niet gezien, het was donker.
Jo Cortenraedt














