Het riddergevoel begint op te komen als navolger van d’Artagnan
Echt lid ben ik eigenlijk nergens van, om zodoende een vrije speelruimte te bewaren, wat het beste past bij mijn beroep. Een uitzondering heb ik jaren geleden gemaakt voor Les Mousquetaires, Escadron Pays Bas.
Ik werd destijds door Camille Oostwegel sr. gevraagd om lid te worden, in de tijd dat hij nog honorair-consul van Frankrijk was. En ik heb ja gezegd, nu al weer heel wat jaartjes geleden. We treden als gezelschap als het ware in de voetsporen van de heldhaftige ridder d’Artagnan en veel leden voelen zich toch min of meer een ridder, zo af en toe. Ook de luttele vrouwelijke mousquetaires.
Als kind volgde ik de televisieserie Ivanhoe met Roger Moore in de hoofdrol. Een ridder met een koninklijke uitstraling op een prachtige witte schimmel. Hij kwam altijd op het juiste moment tussenbeide als het ergens mis dreigde te gaan.
Achter in de tuin bij m’n oma probeerde ik samen met m’n vriendjes dan zo’n aflevering na te spelen. We waren allen te paard, althans met een bezemsteel tussen onze benen. En jawel, ik meende toch wel de rol van Ivanhoe te kunnen opeisen.
Dus toen ik enige decennia later tot deze Franse ridderorde, die wereldwijd enige duizenden leden heeft, mocht toetreden, kwam dat heroïsche gevoel weer bij me bovendrijven.
Ik werd in dat jaar toevallig geridderd op het kasteel van André Rieu, die op de binnenplaats een heuse lange tafel had laten opstellen, waar we allen de maaltijd nuttigden als God in Frankrijk. Alle leden zijn op zo’n dag dan voorzien van een blauwe sjerp, die ik nog weleens vergeet te strijken, en een medaille van formaat.
Als lid van Les Mousquetaires Escadron Pays Bas ; un pour tous, tous pour un
We genieten niet alleen van een maaltijd, het ene jaar beter dan het andere, besprenkeld met wijn uit de Gascogne, de geboortestreek van d’Artagnan. Nee, er worden ook historische thema’s besproken. En Capitaine Lieutenant, Chef d’Escadron Camille Oostwegel, wijdt de nieuwe leden in door het zwaard op hun schouder te leggen en de lijfspreuk aan te heffen: ‘Un pour tous, tous pour un’. Oftewel ‘een voor alleen, allen voor een’. Een variant op artikel 5 van de NAVO.
Er zijn momenten geweest dat ik dacht, is deze jaarlijkse bijeenkomst datgene wat ik me ervan had voorgesteld? En zo ja, wat moet het dan eigenlijk voorstellen? In ieder geval is het vaste prik dat op enig moment een glas Armagnac – dus geen Cognac – wordt ingeschonken, de sterke drank uit de Gascogne waar je niet teveel van moet innemen, wil je de volgende dag nog vooruitkomen.
Eind juni komen we weer bij elkaar, dan gaat het weer gebeuren. Maar ik denk dat het nu een heel ander karakter gaat krijgen. Eerst was ik min of meer lid van laten we zeggen een historisch-folkloristisch gezelschap, maar dat krijgt natuurlijk nu een heel andere dimensie. Ik denk dat als we ons nu gaan opstellen met onze blauwe sjerp, dat de cameraploegen van TF1, France 2 en Arte klaar zullen staan om ons te volgen. En tja, voelen we ons dan verbonden met de Franse troepen die Maastricht wilden veroveren? Nou ja, dat ook weer niet. Het gaat ons meer om de held d’Artagnan op zich, die gelukkig in een eerdere episode Maastricht ook al eens verdedigd had.
Het moet gezegd, onze kapitein heeft al meer dan een halve eeuw uitgedragen dat het skelet van de roemruchte dienaar van Louis XIV in de kerk van Wolder zou moeten liggen. Hij is met die gedachte in het achterhoofd zelfs supporter geworden van de alleszins succesvolle harmonie ‘De Greun van Wolder’.
Ik ben in ieder geval blij dat ik m’n contributie aan zowel de Nederlandse afdeling alsook de koepelorganisatie in Frankrijk, recent weer heb overgemaakt. Want op die manier ben ik toch een beetje een ridder en komt er straks wellicht nog een wachtlijst om lid te worden van onze club.
Op TEFAF heb ik al eens gekeken naar wat zo’n harnas kost, want je weet maar nooit of dat nog te pas kan komen. Maar dat was me toch een beetje te gortig. Dus voorlopig hou ik het bij die blauwe sjerp. En dat glas Armagnac.














