Het zwijgrecht en de advocaat
Het proces in Maastricht rondom de moord op de jongen Nicky Verstappen was deze week tussen al het corona-nieuws een breed uitgemeten thema in de pers. En als je alle verslagen leest, dan is het maar de vraag of de verdachte Jos Brech een veroordeling gaat krijgen van de rechter.
Weliswaar heeft hij de schijn absoluut tegen zich. Immers, zijn DNA is gevonden op het ondergoed van het jongetje, zijn verleden als pedofiel, zijn aanwezigheid in de bossen op de dag dat het gebeurde en zijn vlucht naar Spanje om uit handen van de politie te blijven.
Maar, in een rechtstaat kun je nu eenmaal niet iemand veroordelen op grond van de nodige aanwijzingen, als je het niet echt kunt bewijzen. Want gerechtelijke dwalingen breken de rechtstaat af. Dus of de strafeis van het Openbaar Ministerie (15 jaar gevangenis) wordt overgenomen door de rechtbank, is dus zeer de vraag.
Ik kan het juridisch niet beoordelen, het recht zal moeten zegevieren. En je kunt als rechtbank niet de emoties van ‘het volk’ overnemen. Er zijn in het verleden al genoeg mensen onschuldig achter de tralies verdwenen, of erger nog, op de brandstapel of onder de guillotine.
Toch had ik vooral de indruk dat Roethof verdachte Jos Brech niet alleen bijstond, maar vooral regisseerde.
Toch stoorde me deze week het optreden van de advocaat van de verdachte, mr. Ronald Roethof. Die deed er uiteraard alles aan om de bewijslast zoveel mogelijk te ontkrachten. Dat is ook wel zijn taak als advocaat. Hij moet immers de rechten van de verdachte verdedigen.
Toch had ik vooral de indruk dat Roethof verdachte Jos Brech niet alleen bijstond, maar vooral regisseerde. Het lijkt me sterk dat Brech de ingesproken video zelf bedacht heeft. En het heeft er alle schijn van dat Brech in opdracht van zijn advocaat zich telkens op zijn zwijgrecht beriep. Ook dat is een recht in de rechtstaat. Maar toch, het kan niet de bedoeling zijn van dat zwijgrecht dat de advocaat zijn cliënt daar tijdens de zitting telkens actief op wijst. Zodra Brech ook maar enigszins aanstalten maakte om misschien toch een antwoord te geven op een vraag van de rechter, gebood zijn advocaat hem om vooral te zwijgen. Want dat was kennelijk het tevoren geplande scenario. Stel je voor dat de verdachte zou gaan spreken en netjes antwoord zou geven op vragen van de rechter. Dat was kennelijk niet de bedoeling in de strategie van de advocaat.
Diens plan was duidelijk om op die manier de rechtbank van zo min mogelijk informatie te voorzien met als hopelijk resultaat – vanuit de ogen van de verdachte en diens advocaat – te ontkomen aan een veroordeling.
Het mag allemaal, maar mijn maag begint dan toch wat te draaien. Zeker als je weet dat de ouders en zus van dat jongetje in de zaal zitten. Hun leven is grotendeels verwoest. En dan zwijgt de verdachte in alle talen, op last van zijn advocaat.
Strikt juridisch gezien mag het, maar ik vind het genant. En mocht Roethof zijn ‘overwinning’ binnenhalen, dan zit hij ongetwijfeld ’s avonds in de TV-talkshows te stralen als de gevierde advocaat. Hij wist tevoren al dat deze zaak veel publiciteit zou opleveren, dus ik vermoed dat hij zich daarom als verdediger heeft opgeworden. Of hij op zoek is naar de waarheid, of enkel naar het belang van zijn cliënt, dat maakt dan niks uit kennelijk. En al helemaal niet hoe de familie van het slachtoffer in ellende achterblijft.
Ik kan mijn handen niet op elkaar krijgen voor dergelijk juridisch toverwerk.







