Pleidooi voor terugkeer van de zakenlunch
Een zakenlunch in een restaurant is een zeldzaam verschijnsel geworden. Tot verdriet van de restauranteigenaren, want een serieus deel van de omzet gaat hiermee verloren.
De redenen zijn meervoudig. Het heeft met budget te maken. Met gezondheid ook. Veel jonge managers en bestuurders lopen marathons of hebben een abonnement bij de sportschool en willen dan niet paar uur lang allerlei rijke gerechten tot zich nemen. En het kost tijd. Want bij een uitgebreide lunch ben je wel een paar uur verder.
Op zich allemaal reële argumenten. Maar toch is het spijtig dat deze gewoonte nagenoeg verdwenen is. Want daarmee zijn ook de positieve aspecten van tafel.
Een Belgische ‘strategisch communicator’ – ja, ook een beroep tegenwoordig – heeft er nu een heel boek aan gewijd, over de herwaardering van de businesslunch. Volgens hem hét moment bij uitstek om vertrouwen op te bouwen. En daar zit wel wat in.
Je kunt je de hele dag suf vergaderen met collega’s en zakelijke relaties, maar het is toch anders als je buiten het bedrijf of kantoor op een aangename plek even alle tijd kunt pakken om met een bepaalde relatie eens echt goed van gedachten te wisselen. Volgens hem zit je in een vergaderzaal in je hoofd, aan een restauranttafel zakt het naar de buik! Volgens de schrijver van het boek Laurent Winnock kun je in een restaurant iemand veel beter leren kennen dan in een kantooromgeving. Zelfs de lichaamstaal wordt anders. Inderdaad. Als je afspreekt voor een ‘date’, doe je dat toch ook niet in een kantoor. Zonder daarmee te willen beweren dat een zakelijke afspraak moet leiden tot een romance. Maar ik beloof wel in die betere persoonlijke kennismaking en heb het ook zo beleefd in het verleden.
Sterker nog, het idee om ons magazine Chapeau te beginnen, is ontstaan in een restaurant. Een leidinggevende bankier geloofde kennelijk in mijn stijl van schrijven en werken en stelde meteen bij het aperitief de vraag waarom ik niet zélf een magazine zou beginnen. Oef, daar had ik nog niet bij stilgestaan. Ik wil niet beweren dat bij het hoofdgerecht Chapeau al was opgericht, maar we kwamen toch al een heel eind in de goede richting. Bij een vervolglunch in hetzelfde restaurant konden we zelfs al de ruwe schetsen van de structuur uittekenen.
In een restaurant kun je iemand beter leren kennen dan in een kantooromgeving
Ideeën had ik genoeg, maar door de persoonlijke band die groeide in deze ontmoetingen, ontstond er een vruchtbare bodem waarop de zaadjes konden uitgroeien tot iets moois. Grappig vond ik overigens dat de goede man mij altijd de wijnkaart gaf. Ik hoefde niet lang te kijken, ik had al gauw in de gaten dat zijn voorkeur uitging naar een lichtere rode wijn. Dan kwam ik al snel bij een Grand Cru Beaujolais uit.
Nu zou ik niet teveel willen gaan lunchen in restaurants gedurende de werkweek, want dan heb ik de rest van de dag toch minder puf. Maar bij echt belangrijke besprekingen, of om iemand beter te leren kennen, zou de terugkeer van de zakenlunch helemaal geen slecht idee zijn. We zijn te ver doorgeschoten om alles maar af te schaffen en terug te gaan naar het broodje kaas (of tegenwoordig broodje gezond) in de bedrijfskantine.
Overigens constateert de schrijver van het boek dat alcohol tijdens de zakenlunch tegenwoordig niet meer gebruikelijk is. Dat begrijp ik ergens wel, al moet dat toch nog een vrije keuze zijn. Eén argument dat hij ervoor gebruikt, vind ik trouwens vreemd. Hij schrijft dat dit ook beter kan zijn vanwege ‘culturele gevoeligheden’. Een beetje woke, eerlijk gezegd. Als ik in pakweg Sri Lanka of India wordt uitgenodigd voor een lunch en ze serveren thee, dan doe ik keurig mee. Dan vraag ik niet naar de wijnkaart. Ik pas me dáár aan. Andersom zou dat hier dan ook mogen, al wil dat natuurlijk niet zeggen dat je iemand kunt verplichten om wijn te drinken. Maar maak er geen taboe van, daarvan hebben we er al teveel.
Mijn betoog voor een meer bourgondische lunch, zal overigens in het nieuwe parlement in Den Haag weinig steun ondervinden, zo vrees ik. Ik lees dat meer dan ooit de Kamerleden uit de Randstad komen, ondanks alle beloften van ‘een sterkere band met de regio’. Dus toch broodje kaas en melk. Dat zal niet leiden tot een snellere formatie. Misschien eens een mooie Beaujolais proberen bij een rosé gebakken duif proberen, wie weet hebben we dan sneller een regering.










