Hotelsterren zeggen veel maar niet alles
De afgelopen weken was er een ware intocht van nieuwe potentiële hotelsterren in het Maasdal. De rondreizende hotelmanager Yannick Bouts kondigde in bevlogen persberichten aan dat hij maar liefst honderd aanbiedingen over de hele wereld had laten lopen, om hier in de regio twee hotels naar een 5-sterrenstatus toe te brengen. Een bestaand hotel in Genk (Carbon) en een nog te openen hotel in Argenteau / Visé.
Aan eigen promotie in ieder geval geen gebrek en hij heeft de laatste jaren inderdaad in een aantal 5-sterrenhotels in de Benelux gewerkt, verhoudingsgewijs per adres voor tamelijk korte periodes. In hoeverre dat telkens succesvol is geweest, blijft voor de buitenstaander doorgaans lastig te beoordelen, daarvoor zou je in de boekhouding van de betreffende locaties moeten kunnen duiken. Maar ervaring is daarbij zeker opgedaan en persoonlijke ambitie valt altijd te prijzen, want zonder gaat niet.
Het sterrensysteem kent een aantal eisen waaraan voldaan moet worden, bij elke ster komen daar eisen bij. Vaak is dat in de vorm van voorzieningen zoals roomservice, valetparking, de aanwezigheid van een lift, van wellnessvoorzieningen, een of meer restaurants enzovoorts. Wat dat betreft is dat zinvolle informatie voor de gast, zeker voor de meer ervaren reiziger, die op grond daarvan kan inschatten hoe het niveau is van die voorzieningen. Al is dat internationaal gezien soms nog lastig, want in Amerika bijvoorbeeld kun je beter een sterretje meer pakken om op een gelijk niveau van Europa te komen. En in Azië worden de sterren vaak dan weer wat dikker ingevuld met aanvullende zaken.
Waar voor gewaakt moet worden is dat het streven naar een luxe hotel enkel een kwestie wordt van het afvinken van aanwezige voorzieningen.
Al eerder is het een onderwerp van discussie geweest, hoe groot de markt voor tophotels (5 sterren en 5 sterren superior) in onze regio is, waarbij twee verschillende meningen te horen zijn. De een vindt dat door de komst van zoveel luxe hotels de hele regio aantrekkelijker wordt voor het topsegment in het toerisme. En dus dat er meer van zulke gasten deze kant op komen. De ander vreest wellicht dat dan al te veel van die topzaken moeten eten uit dezelfde ruif, waardoor per hotel de opbrengst kariger wordt. De juiste conclusie kunnen we pas over een aantal jaren trekken, als al die hotels in functie zijn.
Omdat we zelf liever vasthouden aan het principe dat het glas eerder half vol is in plaats van half leeg, mikken we op de eerste conclusie. Maar dan nog zijn er ook factoren waar je als hotelondernemer weinig vat op hebt, zoals gebeurtenissen in de wereldpolitiek, de internationale economische ontwikkeling, de aanvoer van energie, epidemieën, en dan ook nog eens allerlei heffingen en regelgeving door de overheden, nationaal en lokaal.
Waar voor gewaakt moet worden is dat het streven naar een luxe hotel enkel een kwestie wordt van het afvinken van aanwezige voorzieningen. Het werkt zo, ik snap het, maar een goed hotel betekent naar mijn smaak veel meer dan dat. De ligging bijvoorbeeld. En zeker ook de sfeer én de persoonlijke aandacht van goed personeel. Daar bestaan geen groene vinkjes voor, maar dat zijn wel wezenlijke elementen. Natuurlijk is het hebben van een kundige general manager daarbij voor groot belang. Die moet juist erop letten dat alle neuzen dezelfde kant op staan en dat er voldoende oog is voor detail. Naast uiteraard de taak om te zorgen voor een gezonde exploitatie.
Maar de hospitality is in de beleving vooral gebaseerd op mensenwerk en dan heb je aan die vinkjes alleen niet voldoende. De gastvrijheid moet ook niet te gemaakt zijn, die moet er van nature in zitten. Die moet je als het ware een soort van thuisgevoel geven. Dan heb je aan sterren alléén niet genoeg.


















