(Nog) meer slimmeriken naar Limburg
Het aantal prijzen en awards die je tegenwoordig als stad of regio kunt winnen, is niet meer bij te houden. Maar één prijs kan echt het verschil gaan maken, namelijk dat Limburg nota bene op een congres in Ohio in Amerika is uitgeroepen tot ‘slimste regio van de wereld 2026’. En dat vooral vanwege de innovatieve prestaties op de Brightlands Campussen en in het kielzorg daarvan de voorbereidingen aan de Einstein Telescope.
Finalisten uit onder meer Taiwan, Brazilië, Spanje en de Verenigde Staten werden verslagen, dat geeft de internationale dimensie van de titel aan. En anders wel de enige Nederlandse voorganger, Brainport Eindhoven in 2011. Nou, we weten waar de regio Eindhoven inmiddels staat, het is uitgegroeid tot dé economische kartrekker van Nederland met het bedrijf ASML als onbetwiste koploper.
Juist zo’n internationale prijs is van groot belang, daar we als regio vanuit Den Haag niet zo heel veel te verwachten hebben. Het onderstreept dat we vooral over de grens moeten kijken, daar valt veel meer te halen. Het valt te prijzen dat met name de Provincie Limburg hier de afgelopen jaren sterk aan getrokken heeft. Een bewijs dat je als overheid wel degelijk ook kunt zorgen voor een economische en maatschappelijke stimulans. Gelukkig dat er nog een instituut als het provinciebestuur bestaat dat het verschil kan maken, mits daar mensen met goede ideeën en doorzettingsvermogen zitten.
Er is wél behoefte aan talenten ‘van buiten’ die een belangrijk steentje kunnen bijdragen aan de economische groei van de regio
De onderscheiding zal ongetwijfeld ertoe leiden dat nog meer slimmeriken interesse krijgen om hier te komen werken. Want waar de migratie in het algemeen fors begint over te lopen, is er wél behoefte aan talenten ‘van buiten’ die een belangrijk steentje kunnen bijdragen aan de economische groei van de regio. Op die manier brengen ze eerder geld op, dan dat ze vooral een kostenpost zijn.
Dat was op een meer fysiek niveau vroeger ook het geval met de mijnwerkers uit landen als Polen en Italië die hier naar toe kwamen. Vanaf de eerste dag staken ze de handen uit de mouwen en droegen ze bij aan de welvaart en dan wordt integratie ook een stuk gemakkelijker. Voor die doelgroep die tegenwoordig onder de noemer ‘expats’ valt, wil je dan ook wel extra woningen bouwen, zoals ASML in de regio Eindhoven doet. Dat is een ander uitgangspunt dan minister Eleanor Boekholt-O’Sullivan deze week hanteerde, dat jonge woningzoekenden in Nederland maar wat langer thuis moeten blijven wonen ten faveure van de migranten in het algemeen. Dat was wel erg kort door de bocht en in feite gênant. Een voorbeeld van het gapende gat tussen de politiek in Den Haag en de doorsnee bevolking.
Goed nieuws vond ik ook het besluit van Heerlen om mee te gaan doen aan de competitie voor Culturele Hoofdstad Europa in 2033. Nijmegen en Groningen zijn de tegenstanders. Natuurlijk hangt er nog het trauma in de lucht van het mislopen van deze titel door Maastricht. De jury koos destijds voor Leeuwarden, waar we achteraf nog maar weinig van hoorden. De samenstelling van het Nederlands deel van de jury was destijds nog gekleurd. Meerdere leden kwamen uit het noorden, niemand uit het zuiden. Zij deden destijds bij hun verplicht bezoek nogal schamper over de bieding uit de Limburgse Hoofdstad. Met name de misschien iets te ruime aandacht voor de samenwerking met de regio’s Luik en Genk vonden zij geen pluspunt. Meer dan de helft van het dagprogramma speelde zich toen af op Belgische bodem, wellicht iets veel van het goede als je de Nederlandse juryleden wilt overtuigen.
Maar van de andere kant, met Maastricht gaat het maatschappelijk relatief al goed en deze titel is vooral bedoeld om steden en regio’s die iets achter blijven, te stimuleren. Van die underdogpositie zou Heerlen prima gebruik kunnen maken. En op basis van de ervaringen in Maastricht zou ik adviseren om niet teveel de kaart van de Euregio met Aken en andere grenssteden uit te spelen. Heerlen moet de regie vooral naar zich toetrekken. De andere gemeenten in Parkstad moeten er niet weer een competitie van maken, zoals in de IBA-periode wel eens gebeurde. Beter met z’n allen gaan voor één partij. Dat zou heel slim zijn.
Jo Cortenraedt















