Kunst & Cultuur

Muziekproducent Erwin Musper ondersteunt nu kinderen in nood

tekst Ludo Diels
, fotografie Richard Stark

Def Leppard. Metallica. Van Halen. Mick Jagger. David Bowie. Het zijn namen die klinken als kathedralen in de popgeschiedenis, en achter het glas in de control room zat decennialang een producer uit Limburg: Erwin Musper. Hij gaf vorm aan Wind of Change, het lied dat de val van de Muur een stem gaf. Altijd luisterend, altijd aan de knoppen. En nu een heel ander leven in het binnenland in Ecuador.

Erwin Musper

Een man die de muziekwereld veroverde, maar achter het succes schuilt ook de tragiek van verloren kinderen. Een verlies dat hem niet verbitterde, maar transformeerde. Vandaag, op zijn 76ste , zet hij dezelfde discipline en scherpte in voor de meest kwetsbaren: kinderen zonder ouders, beschadigd door armoede en geweld, in een weeshuis in Ecuador. Waar anderen verlamd zouden raken, handelt Musper.

We spreken elkaar in Maastricht, in de luwte van hotel Les Charmes, en later opnieuw in zijn nieuwe thuisland Ecuador. Daar, tussen bergen en oceaan, ontvouwt zich het portret van een man die alles al heeft meegemaakt – opnamestudio’s van Hilversum tot Los Angeles, sterren van Bowie tot Bon Jovi – maar die nu zijn grootste werk verricht in stilte, met dankbare kinderen die hem papa noemen.

GEDREVEN

Hij oogt vriendelijk, zachtmoedig. Maar al pratend merk je de gedrevenheid: altijd op weg naar een doel. „Ik ben obsessief in alles wat ik aanpak”, zegt hij. „Of het nu muziek is of wat ik nu doe in Ecuador. Het moet honderd procent.” Die gedreven levenshouding deelt hij met zijn vrouw Daniëlle, afkomstig uit Borgharen. Ze vormen al jaren een hecht team. Die vanzelfsprekende samenwerking zou later bepalend worden voor hun werk in Ecuador. „Daniëlle heeft een hart van goud”, zegt hij. „Zij staat letterlijk naast de kinderen. Zonder haar had ik dit nooit gekund.”

Misschien is handelen voor hem wel gemakkelijker dan stilstaan bij verdriet. „Je moet verder. En mijn manier is: doen. In mijn handelen verwerk ik tegenslagen.” Lachend: „Misschien is dat wel een vorm van optimisme.”

Voordat hij zichzelf uitvond als producer stond hij zelf op het podium. In Limburgse bands als Opus, Windmill en vooral Partner, dat in 1978 op Pinkpop speelde voor 55.000 mensen. Die rol gaf hem niet alleen publieksdrang, maar ook een eerste kennismaking met het geluid achter het geluid. Hij ontdekte dat zijn talent niet lag in virtuoos spelen, maar in horen, luisteren. ,,Er waren altijd mensen die beter speelden,” zegt Musper. „Maar ik hoorde wel hoe het móest klinken. En ik kon het vastleggen.”

Achter het toetsenbord als bandlid van de popgroep Partner. 

Zo groeide de nieuwsgierigheid naar de studio. Daar vond hij zijn plek, achter de knoppen. Hij werkte later met de meest uiteenlopende artiesten, van hardrock tot flamenco. „Ik heb nog intensief samengewerkt met Paco de Lucia. Twee albums. Maar als je eenmaal een naam in een genre hebt, blijf je daar vaak in hangen.”

NEDERPOP

Zijn loopbaan begon niet in Los Angeles of Londen, maar in een mergelkelder van kasteel Borgharen, vlakbij Maastricht. Sam met vrienden richtte hij Marlstone Studio op. Het geld kwam van zijn vader, een mijnwerker uit Sittard. De eerste opname was meteen raak:  Verjaardagsfeest van Frank Boeijen. Het werd een hit en legde de basis voor wat later Nederlandstalige pop zou gaan heten. Musper zat achter de knoppen bij Doe Maar, Van Dik Hout, Het Goede Doel en Toontje Lager.

Er volgden gouden platen, zoals Virus van Doe Maar. En er was Herman Brood, die ’s nachts inzong terwijl de band sliep. „Die man was zo intelligent dat ik hem nauwelijks kon bijhouden”, zegt Musper. „Maar hij had ook die destructieve kant. Ik bleef overeind. Ik heb nooit drugs gebruikt. Ik ben letterlijk de last man standing.”

HILVERSUM

De grote sprong kwam toen hij naar Hilversum verhuisde en in de roemruchte Wisseloord Studio’s belandde. Daar ontmoette hij Elton John, Mick Jagger, Jeff Beck. „Je staat er opeens bij en denkt: hoe ben ik hier terechtgekomen? Maar dan realiseer je je: ze huren me in omdat ze me vertrouwen. En dan doe ik mijn werk. Punt.”

Met David Bowie.

Met leden van de band Chicago. 

Zijn meest indrukwekkende moment? Een telefoontje of hij voor David Bowie wilde werken. Hij vloog naar Los Angeles, werd met een limousine opgehaald en zat plots oog in oog met zijn idool. „Tien minuten ben je starstruck. Daarna ben je collega’s.”

En dan was er Chicago, zijn favoriete band sinds hij hun muziek ooit in een Maastrichtse kroeg hoorde. „Dertig jaar later druk ik op een knop: Gentlemen, tape is rolling. Dat traject, van jukebox naar studio – dat verzin je niet. Ik ben dankbaar.”

EIGEN STUDIO IN VS

In 1991 stak Musper de oceaan over. Eerst Miami, later Los Angeles, uiteindelijk zijn eigen studio in Cincinnati: de Bamboo Room. Het werd een plek waar grootheden langskwamen – Van Halen, Metallica, Anouk. „Bij Def Leppard was het een feestje zodra het eerste miljoen dollar was opgemaakt”, vertelt hij. „Ze charterden vanuit Wisseloord een vliegtuig voor een diner in Parijs. Wat een excessen. Maar ik deed gewoon mijn werk. Ik ging niet mee en liet die gekte aan me voorbijgaan.”

Met zangeres Anouk.

Die nuchterheid hield hem overeind. „Ik heb mezelf nooit een briljant muzikant gevonden, maar mijn gehoor is goed en ik ben technisch onderlegd. Dat is mijn talent geweest.” En toen was er dat ene nummer: Wind of Change van The Scorpions, de soundtrack van de val van de Berlijnse Muur. In diezelfde periode leerde hij Daniëlle kennen, net als hij afkomstig uit Borgharen. Hun gedeelde Limburgse wortels bleken een stille kracht die hen overal ter wereld zou dragen.

GROOT VERLIES

Hoeveel studio’s hij ook had gezien, op het diepste verlies is niemand voorbereid: de dood van zijn kinderen Muriel en Jeroen, tweemaal door een slepende ziekte. Twee keer een afscheid dat een vader nooit zou moeten meemaken. „Ik heb de as van mijn zoon zelfs onder de vloer van het weeshuis in Ecuador gestort”, zegt hij. „Hij is er bij, altijd. Ik heb twee kinderen verloren. Dat gun je geen enkele ouder. Maar je leven gaat door. Je moet dóór.”

Het maakte hem rusteloos. Hij wilde weg uit Amerika, waar racisme en verdeeldheid hem benauwden. „De polarisatie, de harde tegenstellingen, dat vrat aan me”, zegt hij. Samen met Daniëlle trok hij de wereld rond, op zoek naar een plek om opnieuw te beginnen. Uiteindelijk bleef Ecuador over – een land waar eenvoud en warmte nog vanzelfsprekend leken

MJM FOUNDATION

In 2014 belandden ze in een kustplaatsje aan de Stille Oceaan, in een huis dat aanvankelijk bedoeld was voor rust. Maar vlak na hun aankomst werden ze gewezen op een weeshuis. Eén bezoek veranderde alles. „Toen ik dat weeshuis binnenstapte, zag ik kinderen binnengebracht worden zonder licht in hun ogen. Sommigen waren vastgebonden in een bos gevonden. Een baby lag als een kat in een vuilnisbelt, nog met navelstreng. Nu stralen ze. Dat verschil, dáár doe ik het voor.”

Drijvende KRACHT achter weeshuis in ECUADOR

Hij richtte de MJM Foundation op – genoemd naar Muriel en Jeroen – en zamelde ruim 130.000 dollar in voor het Red House-project: een nieuw huis voor meisjes en baby’s. Toen in 2016 de aarde beefde, regelde hij maandenlang voedsel en noodopvang. Hij zorgde voor betrouwbare watervoorziening, zodat kinderen eindelijk schoon drinkwater hadden. En nog steeds werkt hij aan zonnepanelen om onafhankelijk te worden van het wankele elektriciteitsnet.

DAG IN DAG UIT

Hij benadrukt steeds dat hij dit niet alleen doet. „Zonder Daniëlle was dit allemaal niet gelukt”, zegt hij. In de VS werkte zij al jarenlang met daklozen; in Ecuador werd dat vanzelfsprekend een vervolg. „Wij kennen elk kind, elke achtergrond. Ik ben vaak de ideeënman, maar zij ís er gewoon. Dag in dag uit. Dit is óns project, niet het mijne.”

De kinderen kennen hem niet van zijn carrièretitels, maar van hun verjaardagstaart en fotoboekje. „Voor hen ben ik gewoon degene die er altijd is. En dat is genoeg.” Als je door het weeshuis loopt, zie je op veel nachtkastjes een klein fotoboekje staan – zorgvuldig gemaakt door Musper zelf voor ieders verjaardag. Elk kind krijgt er een, jaar na jaar. Ze bladeren erin alsof het schatten zijn, herinneringen die ze vasthouden. „Dat geeft ze een gevoel van continuïteit”, zegt hij. „Een tastbaar bewijs dat hun leven ertoe doet.” Het is zo gewoon voor hem, maar hartverwarmend om te zien hoeveel het voor de kinderen betekent.

En soms komt er een brief. Van een meisje dat hem jaren later schreef: Je was er altijd voor mij. Dat heeft me erdoorheen geholpen. Ik ben nu advocaat voor kinderrechten. Musper, ontroerd: „Zij bedankt mij. Maar ik denk: jíj bent de exceptionele. Dat zijn de momenten waarvoor je leeft.” Het weeshuis is geen plek van tragiek, benadrukt hij. „De kinderen hebben veel meegemaakt, ja. Maar hier zie je ze lachen, zingen, spelen. Ze krijgen weer vertrouwen in volwassenen. Dat maakt dit huis bijzonder.”

MUZIEK MET KINDEREN

Muziek speelt nog steeds een rol. Hij geeft gitaarlessen, richtte met kinderen de YOKO Band op: Young Orphanage Kids Orchestra. „Voor sommige kinderen is dat belangrijker dan familiebezoek. Dat zegt alles.” Toch ziet hij zijn muzikale carrière en zijn huidige werk niet als twee losse werelden. „Wat ik vroeger deed in de studio – luisteren, creatief denken, details op hun plek schuiven – dat doe ik nu weer. Alleen gaat het niet om muziek, maar om kinderlevens.”

Hij lacht bescheiden. Maar zijn daadkracht is monumentaal. De man die Nederlandstalige pop mee groot maakte, die achter Bowie en Chicago zat, die Wind of Change vorm gaf, staat nu iedere dag in Ecuador tussen tachtig kinderen. „Veel mensen vragen of ik trots ben op mijn carrière. Natuurlijk, ik heb een prachtig leven gehad. Maar ik voel dat dit laatste hoofdstuk, hier tussen de kinderen, me meer voldoening geeft dan alles wat eraan voorafging.”

Meer info: mjmecuador.com

De MJM Foundation heeft een ANBI-status.

Deel dit artikel:
Meer artikelen over:
Kunst & Cultuur

Gerelateerd nieuws