De toren van de OLV-basiliek, nieuwste erfgoedattractie van Tongeren
Tongeren, de oudste stad van België, beschikt over een groot aantal toeristische erfgoedtroeven. De nieuwste publiekstrekker is de 55 meter hoge toren van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, die na een jarenlange restauratie werd ontsloten voor het publiek en kan beklommen worden tot de top.
„Bij een heldere lucht kun je de sneeuw op de toppen van de Hoge Venen zien”, zegt Sofie Hechtermans, coördinator van de museale werking rond de basiliek. We staan op het panoramische platform van de gotische belforttoren – UNESCO-werelderfgoed – en kijken uit over de verre omgeving. Het weidse uitzicht is ronduit adembenemend. Onder onze voeten ligt het centrum van Tongeren met onder meer de Moerenpoort, cultuurcentrum De Velinx en de Romeinse muur. In de verte zien we de Sint-Pietersberg, het Kempisch plateau, de mijnterrils van Genk… Je moet er wel een trap van driehonderd treden voor nemen.


Beiaard
Met de beiaard en de vele klokken onderweg was de installatie van een lift onmogelijk, maar de beklimming valt best mee omdat het een comfortabele trap met een gerieflijke leuning is. Op elk van de zeven niveaus krijg je de kans om uit te blazen op een bankje én via diverse infodragers en belevingselementen – ook voor kinderen – meer te weten te komen over de basiliek. De geschiedenis ervan gaat terug tot de vroege middeleeuwen. De bouw van de toren begon in 1442 en werd pas honderd jaar later beëindigd. Daarna werd er enkele keren een spits op geplaatst, maar die verdween telkens door branden en bliksems of door menselijke interventie.
„Tijdens restauratiewerken in het midden van de negentiende eeuw werd de barokke spits afgebroken om er een nieuwe op te plaatsen. Het plan werd uitgesteld en nooit uitgevoerd”, verduidelijkt Sofie Hechtermans. „Maar die stompe, afgeknotte toren zonder spits biedt nu een groot voordeel: op het bovenste platform kunnen de bezoekers genieten van het overweldigende uitzicht. De Tongenaar is er gehecht aan geraakt. Hij zou het zelfs niet meer anders willen, denk ik.”
De beklimming van de toren kan gecombineerd worden met een bezoek aan de basiliek en de rest van het Teseum (de naam van de museumsite) met de schatkamer, de kloostertuin en -gang en een ondergrondse archeologische site, waar je tijdens een multimediatour in pakweg anderhalf uur van de Romeinen naar de twintigste eeuw loopt. Op wandelafstand ligt het Gallo-Romeins Museum, nog zo’n publiekstrekker.



















































