Kunst & Cultuur|TEFAF 2026

Vier Brusselse debutanten kijken met spanning uit naar hun eerste TEFAF

Elk jaar telt TEFAF een aantal debutanten die erin slagen om hun aanvraag gehonoreerd te zien. Opvallend dit jaar is dat er maar liefst vier nieuwkomers uit Brussel komen. Aanleiding voor een bezoek aan hun thuisgalerie.

Net zoals in Parijs en Amsterdam zoeken de kunsthandelaren elkaar ook in Brussel op, zodat de meeste te vinden zijn in het centrum, zowel dicht bij de Europese wijk als bij de Grote Markt. Hoewel sommige andere wijken van Brussel tegenwoordig minder goed staan aangeschreven, merk je hier nog de grandeur met prachtige gebouwen en statige huizen. Ideaal voor een mooie galerie.

Zoals Artimo Fine Arts in de Rue Lebeau. De nog jonge Georges van Cauwenbergh straalt een en al dynamiek uit in zijn oud herenhuis met beneden de galerie en op de etages daarboven zijn bureau en het woongedeelte. Net als de meeste Brusselaars is hij Franstalig, maar hij komt met Nederlands nog goed uit zijn woorden.

In de galerie zien we prachtige, veelal marmeren beelden uit de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Met aan de muren klassieke schilderijen. „Mijn vader is in de jaren negentig de zaak begonnen. Hij ging zelf niet op beurzen staan, daar hield hij niet van. Wel gaf hij beelden in consignatie mee aan collega’s, die bijvoorbeeld op TEFAF gingen staan. Dan gingen we wel kijken. Maar nu ik de zaak leid, heb ik het roer wat dat betreft omgegooid. We werken nog in hetzelfde genre, maar ik geloof wel in beurzen. Ik vond het jammer dat als collega’s op beurzen onze beelden verkochten, zij er zelf beter van werden dan wij. Bovendien konden wij op die manier geen goed netwerk van klanten opbouwen. Want de trend is nu eenmaal dat veel verzamelaars tegenwoordig niet meer zo gauw naar een galerie komen; ze wachten totdat ze jou kunnen treffen op een belangrijke beurs.”

Beelden zie je overal

 

De werkwijze moge dan anders zijn, de keuze van zijn vader om zich te specialiseren in beelden, sluit goed aan op zijn eigen visie. „In het begin handelde hij ook in bijzondere horloges, en zeker in deze tijd kan dat zakelijk gezien ook interessant zijn. Maar ik ben zelf zot op mooie beelden, ze maken het leven aangenamer. Als je goed kijkt in de buitenomgeving, zeker in de steden, dan zie je heel veel beelden. Als losstaande objecten en ook aan de gevels van veel historische panden. Een beeld is in principe driedimensionaal, je kunt er van alle kanten naar kijken. Onze grootste uitdaging als galerie is dat wij handelen in beelden die niet meer gemaakt worden. Dus wordt het steeds lastiger om goede beelden te vinden. Want de stukken die bijvoorbeeld aan musea verkocht worden, die komen meestal niet meer terug op de markt. Daarom is het heel belangrijk dat wij de contacten met particuliere verzamelaars warm houden. En die hoop ik zeker ook tegen te komen op TEFAF.” Van Cauwenbergh is tamelijk optimistisch over het resultaat in Maastricht. „Natuurlijk, op geopolitiek vlak gebeurt er veel in de wereld, maar echte verzamelaars laten zich daardoor niet afleiden. En TEFAF is het meest internationaal van alle beurzen, dus daar moeten we die zeker tegenkomen.”

Georges van Cauwenbergh en galerie Artimo.

DINO

Galerie Grusenmeyer Woliner bevindt zich in de Rue des Minimes. Hier vinden we een tweede generatie antiquairs. De collectie bestaat vooral uit archeologie en decoratieve kunst uit Zuid-Oost Azië, China en India. Ook zijn er kunstvoorwerpen van de oude Egyptenaren en Romeinen. Isabelle Grusenmeyer etaleert in dezelfde galerie eigen ontworpen juwelen.

Als het gaat om archeologie, dan wist de galerie zich op de recente Brusselse kunstbeurs Brafa te onderscheiden met een heuse ‘dino-kop’, en wel een Triceratops-schedel, die afkomstig moet zijn uit de periode van ‘slechts’ enkele honderdduizenden jaren voor het uitsterven van de dinosauriërs. „Tja, dat is natuurlijk spectaculair en in deze tijd ook heel populair”, vertelt Karim Grusenmeyer. „Maar zoiets vind je nog maar zelden. Deze Baby Jane is een jonge dinosaurus uit het bovenste deel van de Hell Creek-formatie in South Dakota.”

Karim Grusenmeyer in galerie Grusenmeyer Woliner.

BEURZEN BELANGRIJKER

De kunstwerken die hij samen met zijn vennoot Damien Woliner meeneemt naar Maastricht, zijn minder spectaculair maar kwalitatief hoogstaand. „In de jaren negentig hebben we wel al op TEFAF gestaan, nadien niet meer al hebben we de beurs wel steeds gevolgd. Na vele jaren keren we nu dus terug. Beurzen worden steeds belangrijker voor ons. Het is fijn om hier midden in de stad een galerie te hebben, maar de aanloop is veel minder dan vroeger. Het lijkt erop dat jonge mensen tegenwoordig snel zijn afgeleid met hun telefoon, dan is er minder tijd voor diepte. Vroeger kwamen de klanten sowieso naar de galerie maar nu is dat nog maar een gering deel. De meeste verzamelaars treffen we op de beste beurzen. We hebben naar TEFAF toegeleefd en onze collectie opgebouwd, want op de allerbeste beurs moet je met je beste stukken komen. Wij zitten in een markt tot twee miljoen euro.” Het deelnemen aan een beurs als TEFAF vereist veel tijd, energie en investering. „Heel veel papierwerk tegenwoordig met bijvoorbeeld Europese eisen over provenance en dergelijke. En dan nog het transport, de verzekeringen en het inrichten van de stand, daar komt heel wat bij kijken. Niettemin zijn we positief gestemd. De aandelenbeurzen doen het goed, de stemming is hoopgevend.”

AUTODIDACT

Lancz Gallery is gevestigd aan de Rue Ernest Alard. Een relatief kleine ruimte met moderne kunst. Patrick Lancz begon zo’n 35 jaar geleden in deze buurt met zijn eerste galerie, sinds veertien jaar zit hij op dit adres. Hij brengt met name werk van Belgische kunstenaars uit de periode 1890 tot1935. De periode van de symbolisten, impressionisten en fauvisten. Ook de Belgische avant-garde van rond 1920 is vertegenwoordigd.

Patrick Lancz is een autodidact die in al die jaren een grote collectie van zo’n vijftig kunstenaars heeft opgebouwd. „Goede stukken zijn tegenwoordig moeilijker te vinden en de concurrentie is groter geworden. De mensen kennen de prijzen ook heel goed, maar dat vind ik prima, ik wil graag transparant werken.”

Hij komt al vele jaren op TEFAF als bezoeker. „Verschillende collega’s hebben me al vaker gezegd dat ik ook een stand zou moeten nemen. Dit jaar waag ik de sprong. Dat is best spannend met alle voorbereidingen. Ik hoop in Maastricht vooral nieuwe klanten te leren kennen. Het is er in feite dé plek voor. Ik zou op zich elke dag van Brussel naar Maastricht kunnen rijden, maar dat ga ik toch niet doen. Ik heb nog een hotelletje weten te vinden in Valkenburg, gelukkig niet ver van het beursgebouw. Ik kom er in de eerste plaats om te werken, dus ik zal behalve om te slapen niet veel op mijn hotelkamer te vinden zijn.”

Patrick Lancz in zijn Lancz Gallery.

EUROPEES

Aan ruimte geen gebrek bij Desmet Fine Art in de Rue de la Régence. Hoewel, er is ook veel voorraad, dus is het toch vechten voor een plekje. Op de eerste etage, tussen de zeer uitgebreide en goed gevulde boekenrekken, staan ook nog her en der kleine en grotere kunstvoorwerpen opgesteld. Desmet brengt beeldhouwkunst van de periode 1500 tot 1850, heel ruim dus. Alles Europees, dat wel. Kunst is de familie met de paplepel ingegeven, zo vertelt Tobias Desmet. „Mijn grootvader maakte keramiek op hoog niveau.” Zelf ging hij in Leuven Egyptologie studeren. „Heel interessant, al kun je er beroepsmatig ook weer niet zoveel mee. Op een gegeven moment ben ik in New York en Engeland gaan werken bij galeries, en zo is langzaam de kennis en belangstelling gegroeid. Ik heb al eerder gewerkt op TEFAF, maar dan op de stand van de Tomasso-brothers. Ik heb in de jaren een flinke collectie opgebouwd en kleur af en toe buiten de lijntjes.”

Dat laat hij zien met een koperen halsband van Lord Byron, een populair en invloedrijk heerschap ruim tweehonderd jaar geleden. „Het is misschien niet typisch voor mijn collectie maar wel heel speciaal. Ik heb er een hele documentatie bij, inclusief handgeschreven brieven over de hond en over de halsband. De meest in het oog springende stukken zullen straks toch de beelden zijn van brons en van steen in diverse soorten. Het meest spectaculaire beeld kan ik pas in 2027 brengen, want dat is nog in restauratie.”

Desmet mocht in 2025 alvast proeven van de beurs met een kleine stand op Showcase, het gedeelte waar jonge galeriehouders een kans wordt geboden zich te tonen. „Dat is mij goed bevallen, ook al kon ik daar maar een beperkte collectie brengen. Maar ik kreeg de smaak te pakken. Ik was onder de indruk van de vele internationale verzamelaars en handelaren die daar komen, in zo’n grote mate vind je dat nergens anders in de wereld. Dus ik kijk vol spanning uit naar hoe het dit jaar zal gaan met een echt volwaardige stand.”

Tobias Desmet tussen zijn kunst en boeken.

Deel dit artikel:
Meer artikelen over:
Kunst & Cultuur, TEFAF 2026

Gerelateerd nieuws