Coen van Dam bezeten van muziek
Coen van Dam (61) valt op. Lang, opvallend gekleed en met een bril die even eigenzinnig oogt als de man die hem draagt. Een gentle giant. Hij kwam ter wereld in Heerlen, maar groeide op in het landelijke Vaesrade. Begenadigd muzikant: pianist, bassist, drummer, producer, dj. Jazzfestival, buurthuis, huwelijksfeest of café, hij beweegt er zich met hetzelfde gemak. Speels, nieuwsgierig, intuïtief en altijd bereid zich te laten verrassen. Met de jaren lijkt hij alleen maar gretiger te zijn geworden. Bezeten zelfs. „Ik vind muziek steeds belangrijker worden in mijn leven”

We zouden elkaar ontmoeten in café Forum in Maastricht, waar Coen van Dam al jaren de bekende jazz- concerten en sessies organiseert. Een halfuur voor onze afspraak verschijnt een berichtje op mijn telefoon. Zijn Mercedes staat onverwacht bij de autokliniek. „Kleine ingreep”, appt hij. Voor iemand die vrijwel voortdurend onderweg is naar repetities, optredens en andere muzikale ontmoetingen is een betrouwbare auto geen overbodige luxe. „Er is hier ook koffie.” Even later zitten we in een garage tussen glimmende tweedehandsjes en leaseauto’s. Een bijna surreëel decor voor een gesprek dat vrijwel uitsluitend over muziek zal gaan. Hij is gekleed in een witte blazer, een bont, ver openstaand overhemd en een felgekleurde bril met een zwaar montuur. Op zijn rechteronderarm staat in forse letters 100% Agave. De tatoeage verwijst naar zijn liefde voor tequila, maar ook naar de naam waaronder hij als dj optreedt. Letterlijk draagt hij uit waar hij voor staat. Zijn zacht trage tongval verraadt onmiddellijk zijn afkomst uit de Oostelijke Mijnstreek. Van Dam heeft die middag nog een huwelijksceremonie en een feest voor de boeg. Toch lijkt hij zich weinig aan te trekken van de klok. Hij heeft de tijd. Alsof haast niet bij hem past.
Muzikant
„Hoe moet ik je eigenlijk introduceren?” vraag ik. „Als pianist?” „Nee. Muzikant. Ik speel ook bas. En drums. En ik zing ook weleens. ”Al snel gaat het over zijn jazzimprovisatie-avonden in Forum. Maar ook over Jazzclub 14 in Swalmen waar hij bandcoach is die muzikanten van verschillende niveaus samen wil laten spelen. „Goed samenspelen, naar elkaar luisteren is het mooiste wat er is. Ik ga er al twintig jaar elke woensdag naartoe. Samen met Ferd Geisler heb ik die Jazzclub opgezet. Er zijn complete community’s ontstaan. Mensen hebben elkaar daar leren kennen, er zijn vriendschappen uit voortgekomen en bands. Samen spelen en samen groeien, dat is de kern. Ervaren muzikanten en studenten delen het podium. Er wordt gespeeld, geluisterd, uitgeprobeerd. Wie binnenloopt, hoeft niemand te kennen. De muziek doet de kennismaking.” In Maastricht in café Forum is het uitgangspunt anders. „Daar staat de concertbeleving centraal. Hier speel je niet om te leren, maar om een echt concert te geven. Ik ben dan best streng. Ik heb wel al eens iemand weggestuurd.” Lachend: „En na een half jaar komen ze dan weer terug nadat ze hard hebben geoefend. We spelen in Forum op concertniveau. Het laatste halfuur laat ik het touw wat vieren en is er tijd voor een vrije sessie. Maar de kern is dat we er een echt concert geven. Studenten zie ik er steeds vaker. Dat vind ik fantastisch. Docenten komen bijna nooit en dat blijf ik jammer vinden. Juist zij zouden moeten laten zien dat muziek niet ophoudt zodra de les voorbij is. Ik maak overigens ook de posters voor de concerten. Vormgeving is een hobby van me. Zo ontwerp ik ook grappige cartoons. Alles met het doel om beter te worden in het maken van die posters.”


















































