Open weekend Bonbonnière
Ondanks dat de voormalige stadsschouwburg La Bonbonnière in Maastricht al jaren gesloten is en op een nieuwe bestemming wacht, hebben de Maastrichtenaren dit gebouw nog altijd in hun hart gesloten.
Dat bleek aan het begin van de Open Monumentendagen, waarbij La Bonbonnière bij gelegenheid weer even de deuren opent. En meteen stonden er al rijen mensen voor de deur, vooral stadsbewoners die hun rijke herinneringen hier konden ophalen.
Wat ooit een Jezuïetenkerk was, werd eind 18e eeuw omgevormd tot een theater. Aanvankelijk alleen voor het Franse garnizoen en hun deftige gevolg. In die tijd werd in de stad alleen Frans en dialect gesproken, nog geen Nederlands. Ruim tweehonderd jaar geleden woonde zelfs Napoleon nog een voorstelling bij in dit prachtige, rijk versierde theater, dat in Franse stijl is ingericht.
In de loop der tijd is het gebouw regelmatig opgeknapt, maar het werd uiteindelijk te klein om als belangrijkste stadstheater te functioneren. In de tachtiger jaren werd het grotere Theater aan het Vrijthof in gebruik genomen. In de Bonbonnière werden kleinere voorstellingen gegeven, als ook de nodige feesten.
Maar intussen ligt het gebouw al jaren leeg, het is zeer dringend aan een grondige renovatie toe. Het is eigendom van de gemeente Maastricht, terwijl er een huurcontract ligt met Heineken. Vele gesprekken en ideeën zijn er al geweest, maar er is nog geen definitieve oplossing gevonden voor een ongetwijfeld kostbare renovatie en herbestemming.
Veel Maastrichtenaren hunkeren er wel naar om de Bonbonnière weer in hun armen te sluiten. Dit weekeind kunnen de fraaie ruimten zoals de Theaterzaal, de Redoute, de Witte zaal en het Grand Theater te bezoeken, op initiatief van Ad Veenhof en Mikos Pieters. Er staan allerlei optredens op het programma, van Philzuid tot John Tana.
Voor zondag zijn er nog kaarten verkrijgbaar via OMDMaastricht.nl. John Tana is uitverkocht, maar er kan bijvoorbeeld nog genoten worden van Frank Steijns en Madieke Schoots, bekend van het Johan Strauss Orkest van André Rieu.



















































