Te warm te koud, er valt altijd wat te klagen
We zaten met z’n drieën wat krap op een bankje op de boulevard van Scheveningen. Precies in dat kleine beetje schaduw dat er nog te vinden was. Naast mij een Engels echtpaar, ergens in de zeventig. Ze waren op de fiets. Ik opende het gesprek zoals je dat in Nederland doet als je verder niets van elkaar weet: “Wat is het toch warm, hè?”
Ik verwachtte instemming, wellicht een zucht of een vermaledijde blik naar de zon. Gewoon, de gebruikelijke gezamenlijke verontwaardiging over een temperatuur waar we zelf niets aan kunnen veranderen. Maar ze gingen er niet in mee. Ja, het was warm. Heel warm zelfs. Maar, zeiden ze, daar moesten we misschien maar aan wennen.
Klimaatverandering gaat niet alleen over graden, modellen en akkoorden. Het gaat ook over aanpassen, aan warmere zomers, langere droge periodes en extremere buien.’
Dat vond ik even teleurstellend, connectie mislukt. Want klagen over het weer is doorgaans toch een betrouwbare vorm van verbinding. Een gedeelde klacht zeurt nu eenmaal prettiger dan een persoonlijke.
Te warm? Belachelijk. Te koud? Ook niet normaal. Wekenlang ging het over de hitte en droogte. De natuur snakte naar water, gras werd geel, planten hingen slap en ik zelf inmiddels ook een beetje. Vandaag slaat het weer om. Regen, een beetje wind en lagere temperaturen. Precies wat mens en natuur nodig hebben.
Dus kunnen we vanaf vandaag vermoedelijk klagen dat de zomer voorbij is. Terug naar Scheveningen. Terwijl we daar zaten, keken we uit over zee. Aan de horizon stonden de windturbines. Ook daarover wordt met enige regelmaat geklaagd. Want duurzame energie is prachtig, maar moet dat nou precies dáár? Dat is toch geen gezicht?
Het Britse echtpaar haalde de schouders op. Ook daar moesten we volgens hen maar aan wennen. Eigenlijk was hun redenering tamelijk eenvoudig. Het klimaat verandert. We willen tegelijkertijd steeds meer elektriciteit gebruiken. Dan moet die energie ergens vandaan komen. Als we die windturbines niet willen, zouden we ook kunnen besluiten minder stroom te gebruiken. Ze keken elkaar even aan en begonnen te lachen.
Daar hadden ze blijkbaar, zeker met de generaties na hen, niet bijzonder veel vertrouwen in.
Klimaatverandering gaat niet alleen over graden, modellen en akkoorden. Het gaat ook over aanpassen, aan warmere zomers, langere droge periodes en extremere buien. Maar ook aan de oplossingen die nodig zijn om verdere opwarming af te remmen. En die oplossingen blijken soms minstens zo lastig te accepteren als het probleem zelf.
We willen duurzame energie, maar liever geen windmolen in ons uitzicht. We willen minder uitstoot, maar wel twee auto’s voor de deur, een vliegvakantie en overal stroom voor. We willen regen na weken van droogte, maar het liefst alleen ’s nachts. En graag weer 25 graden als we ’s morgens wakker worden.
En laat ik geen moraalridder zijn, want misschien is het gewoon menselijk gedrag. Verandering accepteren is een stuk eenvoudiger wanneer je er zelf niets voor hoeft te veranderen. Na een tijdje stonden de Engelsen op. Ze pakten hun fietsen en maakten zich klaar om verder te rijden. We namen afscheid. “I wish you a cool day tomorrow,” zei de man met een glimlach.
Vandaag is zijn wens uitgekomen. Het is koeler. Het waait. Er valt wat regen. De natuur kan eindelijk even een beetje ademhalen. En wij waarschijnlijk ook.
Totdat iemand straks zegt: “Wat een rotweer, hè?”














