Wonen tussen stad, natuur en motorolie
Statige herenhuizen en karakteristieke dorpswoningen, dat verwacht je in de Maastrichtse wijk Sint Pieter. Maar een woonhuis dat ruikt naar motorolie, met auto’s als onderdeel van het interieur? Dat is een ander verhaal.
De huidige bewoner liep er elke dag langs met zijn hond, op weg naar de Sint Pietersberg. Het gebouw van autoservice Kerbusch stond er al decennia: een garage met bovenwoning, midden in een wijk vol statige panden. Het stond niet te koop. Maar op een dag besloot hij aan te bellen; of de garagist toevallig plannen had om te stoppen, vroeg hij simpelweg. „De timing bleek goed”, vertelt architect Raymond Haenen van Zuid Architecten. „De eigenaar was op leeftijd en stond open voor een verkoop.” Het pand wisselde van eigenaar via een spontane ontmoeting aan de voordeur. De locatie was geen toeval. Sint Pieter heeft iets wat je in weinig wijken vindt: binnen enkele minuten sta je zowel in het centrum van Maastricht als midden in de natuur. Voor iemand die de stad omarmt maar ook behoefte heeft aan rust, is dat een ideale combinatie. Maar doorslaggevend was iets anders. Het gebouw bood iets wat in het centrum vrijwel onvindbaar is, namelijk een royale garage. Voor een verzamelaar van bijzondere auto’s was dat hét argument, al moest het huis uiteindelijk ook passen bij het leven met zijn gezin.

Vahsen Constructies: Trap & staalwerken

Hoofdaannemer: Eussen Bouw
GLAZEN PUI
Het plan was nooit om een zo groot mogelijk huis te maken. Eerder het tegendeel. „In zijn vorige woning voelde de eigenaar zich soms wat verloren wanneer hij er alleen was, het was simpelweg te groot”, zegt Haenen. „Een compacter huis, maar dan volledig op maat ontworpen; dat paste beter bij zijn leven nu. Ik noem het graag een maatpak.” En dat maatpak heeft een lange voorgeschiedenis. Het gebouw stamt uit de late jaren vijftig, maar daarvoor stond er waarschijnlijk een stadsboerderij op dezelfde plek. De kelder zou zelfs enkele eeuwen oud kunnen zijn. De renovatie was ingrijpend. Het luik naar de kelder maakte plaats voor een inpandige lift die alle verdiepingen met elkaar verbindt. Tegelijk werd er ruimte uitgegraven voor een trap en de kelder verlaagd, zodat deze volwaardig onderdeel werd van het huis. Ook aan de achterkant veranderde veel: de oude aanbouw verdween en de achtergevel van de woonverdiepingen werd verwijderd. Daarvoor in de plaats kwam een nieuwe glazen pui, verder naar achter geplaatst, waardoor het woonoppervlak aanzienlijk werd vergroot zonder het karakter van het oorspronkelijke gebouw te verliezen. Het resultaat: zo’n 180 vierkante meter woonruimte, exclusief de garage.

Kozijnen: AL13

Verlichting: Hendriks Lightvision
OVER DE SCHUTTING
Aan de achterzijde kijkt de woning uit op een binnenhof waar omliggende tuinen op aansluiten. Het gebouw is daarmee nadrukkelijk aanwezig in het zicht van de buurt. Waar het voorheen een weinig aantrekkelijk aanzicht was, koos Haenen nu bewust voor een warme houten afwerking. Niet alleen voor de bewoners zelf, maar ook voor de omgeving. Inmiddels reageren omwonenden positief. Het is geen rommelige achterkant meer, maar een gevel waar iedereen graag op uitkijkt. Dat de architect zelf in een van deze aangrenzende woningen woont, maakte het proces extra bijzonder. Tijdens de bouw werd er regelmatig even door de aannemer over de schutting geroepen. ‘Kom eens kijken’, klonk het dan, waarna Haenen simpelweg even omliep om mee te denken.

Domotica & E-installatie: Elektro Bouw
Parketvloer: Grutman Floor Concepts

Raambekleding: Gordijnen Atelier Brunssum
EERSTE VERDIEPING, ANDERE WERELD
Het ontwerp speelt bewust met contrast. De begane grond is werkruimte en garage, en dat mag gezien worden. De industriële uitstraling is grotendeels intact gelaten. De ruimte is niet zozeer een stalling, maar iets wat Haenen omschrijft als een woonkamer voor auto’s. „Je kunt er gewoon zitten en naar de bolides kijken. Dat doet de bewoner ook, wanneer hij daar zit te werken.” De bakstenen muur in de garage ziet er authentiek uit, maar niets is minder waar. „Deze is volledig nieuw gemaakt, dat was beton. De stenen zijn bewust gemetseld op een slordige manier, niet te netjes, niet te modern. Dat was even wennen voor de metselaar, maar het is precies geworden hoe we het voor ogen hadden”, lacht hij. Ook de lampen verdienen een speciale vermelding. „Alle industriële lampen in deze ruimte komen uit dezelfde oude fabriek, een mooi staaltje upcycling, en meteen bepalend voor de sfeer. De auto’s worden met spotjes subtiel uitgelicht en staan zo letterlijk in de schijnwerpers.” Zelfs het schakelmateriaal in de garage is tot in detail uitgewerkt, uitgevoerd in hoogwaardige materialen in plaats van standaard kunststof. Wie de trap of lift naar boven neemt, betreedt een andere wereld. Op de eerste verdieping bevinden zich de woonkamer, keuken en eethoek, die samen uitkijken op een ruim dakterras. Dit gebeurt in een centraal volume, een soort doos die de ruimte verdeelt. Op de verdieping erboven keert datzelfde principe terug, maar dan als kleding- en badkamer. Het zorgt voor rust en symmetrie, maar is ook verrassend praktisch ingericht. Je loopt er als het ware doorheen, van inloopkast naar wasruimte en weer terug de badkamer in, aan de buitenkant van het blok. De volledige achtergevel is hier uitgevoerd in glas; daglicht valt vanuit het oosten diep de woning binnen. Het contrast tussen beneden en boven zorgt voor een interessante spanning: stoer en industrieel onder, warm, licht en comfortabel boven.

Natuursteen: Rene Thijs Natuursteen

Schilderwerken: Sven Teleng
MATERIALEN MET KARAKTER
In het interieur is gekozen voor een bewust beperkt materiaalpalet. Travertinachtige natuursteen, hout, staal en zwarte accenten vormen de basis. Natuurlijke materialen die elkaar versterken zonder te schreeuwen. „Je ziet tegenwoordig overal dezelfde combinaties terugkomen, marmer, zwartstalen deuren, visgraatparket. Dat wilden we hier bewust anders aanpakken”, zegt Haenen. Neem de wenteltrap; van een afstandje lijkt het hout, maar het is een stalen trap met bewerkt bronspoeder als coating. Een detail dat pas opvalt wanneer je dichterbij komt. De nieuwe glazen achtergevel bracht ook praktische vragen mee. Buitenjaloezieën regelen zowel de zon als de privacy. Warmtepompen, zonnepanelen en een volledig geautomatiseerd klimaatsysteem zorgen dat het huis zichzelf reguleert, zodat het bij thuiskomst altijd op temperatuur is. De lift maakt de woning bovendien levensloopbestendig: alle verdiepingen zijn makkelijk bereikbaar, de belangrijkste functies liggen op één niveau. Op de gevel prijkt inmiddels niet langer de naam van de garage, het gebouw heeft zijn functie volledig heruitgevonden. Voor Haenen zit de grootste kracht van het project uiteindelijk niet in een spectaculair detail of een opvallende vorm. „Het mooiste is dat het huis echt bij de bewoners past”, zegt hij. „Zij voelen zich hier meteen thuis. Als ik dat hoor, ben ik tevreden.”
















































