Raymond Knops: ‘Het duurt allemaal zo lang in Nederland’
Oud-politicus moet zorgen voor meer Nederlands wapentuig
Het is nog maar recent dat de meeste West-Europese landen hebben besloten om meer te investeren in de eigen defensie, sinds de toegenomen Russische dreiging en de Verenigde Staten de grootste hap niet willen blijven betalen. Voor Nederland zit de Noord-Limburger Raymond Knops midden in dat proces als voorzitter van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). De voormalige politicus (wethouder, Kamerlid, staatssecretaris en minister) keert terug naar het terrein waar hij voor werd opgeleid.

Vriendelijk op z’n Limburgs maar tegelijk ook gedisciplineerd, zo is de indruk die Raymond Knops als persoon maakt. Ooit was hij beroepsofficier bij deKoninklijke Luchtmacht. De houding van aanpakken is hem altijd bijgebleven en past in het profiel dat bij de NIDV welkom is. Vooral nu hij moet meekijken of de Nederlandse defensie-industrie de komende jaren in staat is om voldoende wapentuig te leveren om de gewenste opschaling van de krijgsmacht mogelijk te maken.
Na uw politieke carrière weer min of meer terug bij de defensie. Nooit gedacht: was ik er maar niet weggegaan?
„Ik heb niet gauw spijt van iets. Je neemt een beslissing en dan ga je verder. Ik verliet defensie destijds als 27-jarige voor het wethouderschap in Horst, met de toezegging dat ze me graag terugzagen. Het wethouderschap was een mooie tijd. Als jonge bestuurder veel geleerd en mogen doen. Maar defensie blijft toch een zekere rode draad, althans dat vormt je. En ik vergeet nooit de periode dat ik als reservist in Irak ben geweest. Dan moet je continu je ogen en oren gebruiken en op alles letten. Dat is de harde werkelijkheid en dan weet je pas echt in welke situatie onze militairen terecht kunnen komen. Soms betrap ik me erop dat ik nog altijd extra oplet. Dat ik in een grotere ruimte in een hoek ga zitten, zodat ik alles goed kan overzien. Dat is dus sinds Irak. En de mentale training die je krijgt is ook nuttig. De discipline en het verdedigen van bepaalde waarden, dat heeft me wel gemaakt zoals ik nu ben.”
Valt er een herinvoering van de dienstplicht te verwachten?
„Dat zie ik nog niet zo gauw gebeuren. Wel zullen er meer reservisten komen denk ik. Aan niet of nauwelijks gemotiveerd personeel heb je niet veel. En met de technische ontwikkelingen heb je minder manschappen nodig.”
Toch, het verschil tussen de luchtmacht en een politieke baan in een gemeente, het zal een fors verschil zijn.
„Daar moest ik zeker aan wennen. Bij defensie, zeker in mijn rol bij de luchtverdediging, moet je snel beslissingen nemen. Getreuzel kun je je niet permitteren. Soms gaat het om seconden of minder. Dat is de politiek natuurlijk anders. Daar heb ik wel geduld moeten opbrengen, maar in feite ben ik nog altijd heel doelgericht.”






















































