Jenevermuseum belicht 19de-eeuwse strijd tegen alcoholmisbruik
De pas geopende expo De schaduw van de fles in het Hasseltse Jenevermuseum toont hoe op het einde van de 19de eeuw campagne werd gevoerd om alcoholmisbruik tegen te gaan. „Jenever is altijd een bron van groot plezier geweest, maar ook van misschien nog groter leed. Die keerzijde van de medaille willen we niet verstoppen”, zegt directeur Davy Jacobs.
Vergelijkende tekeningen van normale en door drankgebruik aangetaste organen, foto’s van dronken mannen, affiches met waarschuwende quotes, projectielantaarns … Het is maar een haastige greep uit een waslijst van middelen die vanaf het einde van de 19de eeuw werden ingezet om te wijzen op de gevaren van alcoholconsumptie. Bart Moens en Margo Buelens-Terryn, de curatoren van De schaduw van de fles, slaagde erin een groot aantal van die ontradingstools bijeen te brengen.

„Het is een van de meest uitdagende expo’s uit onze bijna dertigjarige geschiedenis. Met tentoonstellingen en onze vaste collectie belichten we jenever in al zijn aspecten. Daar hoort ook de minder fraaie kant bij. Die willen we niet onder stoelen of banken steken”, zegt Davy Jacobs. „Het klinkt misschien vreemd, maar oorspronkelijk werd jenever gebruikt als geneesmiddel. In de 13de en 14de eeuw werd brandewijn gestookt uit het afval van de druivenoogst. Daar werden kruiden aan toegevoegd zoals anijs, koriander en vooral jeneverbes. Snel bleek dat de druppelsgewijze toediening ervan een helende werking had bij maag-, hoofd-, menstruatie- en andere pijnen en zelfs haaruitval. Toen de druppeltjes slokjes werden, merkte men dat je er ook vrolijk van werd. Zo evolueerde jenever van genees- naar genotmiddel.”
Lantaarnshows
De kerkelijke en wereldlijke autoriteiten zagen er een duivelse drank in en schoten in actie. „Zij vonden het vooral een arbeidersprobleem”, verduidelijkt Davy Jacobs. „Een ongenuanceerde visie, maar het klopt wel dat veel arbeiders ten gevolge van armoede tijdens de industrialisatie naar de fles grepen. Daar moest tegen opgetreden worden, onder meer door een verhoging van de accijnzen. Beetje cynisch: dat kwam tegelijk goed uit voor de staatskas. Er werden ook matigheidsbonden opgericht – elke ideologische strekking had er wel één – en campagnes opgezet. Vooral de lantaarnshows werden druk bijgewoond. Met een zogenaamde toverlantaarn projecteerde men glasplaatjes met transparante beelden op een witte achtergrond. De voorloper van de diavoorstelling en later de beamer, zeg maar. Met herkenbare, dramatische taferelen van alcoholmisbruik, gezinsproblemen, verval en eenzaamheid wilde men een sterke indruk op het publiek nalaten.”
Elise Plasky
Davy Jacobs wijst op het actuele karakter van de tentoonstelling. „Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. „Ook vandaag worden grote middelen ingezet. Denk aan de BOB-, drugspreventie- en antirookcampagnes. Net als enkele eeuwen geleden speelt het beeld daarin een belangrijke rol. ‘Via de ogen bereikt men het hart’, zei activiste Elise Plasky (1865-1944). Zij was een pleitbezorgster van vrouwen- en kinderrechten én zeer actief in de anti-alcoholbeweging. Wij willen niet belerend zijn, maar we willen de toeschouwer wel even aanzetten tot zelfreflectie. We doen dat aan de hand van vier vragen. Bijvoorbeeld: wat doe je als je minderjarige zoon of dochter dronken thuiskomt van een feestje? Op die manier willen we het debat mogelijk maken.”
De schaduw van de fles, Jenevermuseum Hasselt, tot 3 januari 2027 –jenevermuseum.be




















































