Waarom open wonen niet altijd de beste oplossing is
Als opdrachtgevers gaan verbouwen, is de eerste opmerking bijna altijd: ‘’We willen alles openbreken.’’ Muren eruit, ruimtes samenvoegen, één grote leefruimte creëren. Want groter voelt beter, toch?
Niet altijd. Sterker nog: in veel huizen gaat juist een deel van de charme en functionaliteit verloren wanneer alles wordt opengetrokken. Dat besefte ik eens des te meer toen Sabrina Roijen van Studio Rood en ik vorig jaar foto’s gingen maken bij een afgerond project in Brunssum, het oudste bewoonbare pand van de stad nog wel! Een woning met geschiedenis, karakter en vooral: een indeling met meerdere aparte kamers. Dat bleek juist een enorme kracht.

Ruimtes met een eigen functie
In plaats van één grote open leefruimte heeft deze woning verschillende kamers met een eigen sfeer en functie. De woonkamer voelt daardoor intiem en rustig aan. De keuken heeft een duidelijke plek voor koken en samenkomen. Daardoor heeft de eetkamer een rijkelijke uitstraling en ontstaat er rust in huis. Niet alles gebeurt in dezelfde ruimte, zodat elke plek een eigen ritme krijgt.


Karakter dat je wilt behouden
Tuurlijk spelen in historische panden de architectuur, hoge plafonds, ornamenten en meer mee. In dit project zie je ook hoe modern en klassiek samenkomen. De basis is historisch, maar de keuken en meubels geven een eigentijdse twist. Soms zit de schoonheid dus niet in veranderen, maar in begrijpen wat een huis al in zich heeft.


Open waar het kan, gesloten waar het beter voelt
Dat betekent natuurlijk niet dat open wonen nooit werkt, integendeel. Maar het is geen universele oplossing zoals velen denken. Soms werkt gedeeltelijke openheid veel beter: zichtlijnen tussen ruimtes, dubbele deuren of een doorkijk naar de volgende kamer. Zo behoudt je verbinding, zonder dat alles één grote balzaal wordt.
In het verleden heb ik een paar keer met mijn ontwerpen mogen bewijzen dat uitbouwen en alles opengooien niet de oplossing was. Door dat inzichtelijk te maken voor de opdrachtgevers bespaarden ze geld en uiteindelijk frustratie. Soms verlies je namelijk de knusse hoekjes, ruimte voor decoratie of voor die ene mooie kast. En tegenwoordig vragen opdrachtgevers me steeds meer om roomdividers en suitedeuren toe te voegen. Alsof men al aanvoelt dat open niet altijd beter is.
Een goede indeling begint niet bij de vraag hoeveel muren eruit kunnen, maar bij hoe je leeft. Heb je behoefte aan rust? Werk je thuis? Ontvang je vaak gasten? Vragen die ik vaak en graag stel. Een huis voelt niet ruim doordat muren verdwijnen, maar als de indeling klopt met hoe jij er leeft. En soms betekent dat gewoonweg die paar muren lekker laten staan.

















































