Het lek in de zorg zit aan de voorkant
Als we blijven investeren in zorg zonder te investeren in gezondheid, blijven we dweilen met de kraan open.
Deze week leidde ik een symposium over de toekomst van de zorg. Aan tafel zaten voormalig staatssecretaris volksgezondheid Paul Blokhuis, Rabobank-sectorbankier Michel van Schaik en de vertrekkende bestuurder van Zuyderland Roel Goffin. Drie mensen met verschillende rollen, maar opvallend eensgezind in hun boodschap.
Laat ik beginnen met een feit dat we soms vergeten: de zorg in Nederland behoort nog altijd tot de beste ter wereld. We hebben veel om trots op te zijn, maar tegelijkertijd zijn de jaren van vanzelfsprekendheid voorbij. De uitdagingen stapelen zich op: dubbele vergrijzing, een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, oplopende zorgkosten en hogere eigen bijdragen voor ons allemaal. En daarbovenop komt een politiek Den Haag waar de begrotingsruimte steeds kleiner wordt, mede door fors stijgende defensie-uitgaven. Bezuinigingen lijken onvermijdelijk.
Betekent dit dan een zorg-infarct? Volgens de drie panelleden nadrukkelijk niet. Maar alleen als we bereid zijn anders te gaan denken. Zelfs de bankier aan tafel, toch degene die dagelijks over geld en systemen praat, stelde dat geld niet de oplossing is. Meer budget alleen lost niets op als we het systeem niet veranderen. En daar raakt de discussie aan een pijnlijk punt: we blijven draaien aan de kraan, terwijl het lek aan de voorkant zit.
Paul Blokhuis was als staatssecretaris een van de drijvende krachten achter het Nationaal Preventieakkoord. Toch lijkt preventie in Den Haag steeds minder aandacht te krijgen. Het zou betuttelend zijn, te veel overheid en te weinig vrijheid. Terwijl juist een gezonde leefstijl aantoonbaar voorkomt dat mensen later meer en langer zorg nodig hebben. Bewegen alleen al verkleint de kans op dementie met zo’n 40 procent. Dan hebben we het nog niet eens over de effecten van roken, alcohol en overmatige suikerconsumptie.
Waarom accepteren we dan dat het debat zo vaak blijft steken bij zorgcapaciteit, bedden en budgetten?
De kern zit vóór de zorg. In welzijn, leefomgeving, in sociale verbanden en nabuurschap. In het besef dat gezondheid veel meer is dan cure en care. Dat welzijn en zorg geen gescheiden werelden zijn, maar elkaar moeten versterken.
Daar liggen enorme kansen, ook economisch. Marktwerking rondom nieuwe, innovatieve en bewezen leefstijlinterventies, dat is helemaal niet eng maar het proberen waard! Minder reflexmatig naar de overheid kijken, maar zélf aan de slag: als instellingen, als bedrijven, als gemeenschappen. Het verbinden van zorg en welzijn is laaghangend fruit, en ongelooflijk waardevol fruit bovendien.
De woorden van de drie sprekers waren hoopvol en zo’n 300 mensen uit de zorg gingen geïnspireerd naar huis. Niet met het idee dat alles makkelijk wordt, maar wel met het besef dat de toekomst maakbaar is, als we durven te verschuiven van zorg naar gezondheid.
Maak van Limburg een gezondheidseconomie. Een regio waar zorg, welzijn, kennis, innovatie en gemeenschap samenkomen
Nu is het zaak om door te pakken. En wat mij betreft kan Limburg daarin een voortrekkersrol spelen. Zoals ik eerder betoogde in een column voor Chapeau: maak van Limburg een gezondheidseconomie. Een regio waar zorg, welzijn, kennis, innovatie en gemeenschap samenkomen. Waar we niet wachten tot het systeem vastloopt, maar laten zien hoe het anders kan.
Niet uit luxe, maar uit noodzaak. En vooral: uit overtuiging dat gezondheid begint lang vóór de zorg.











