Emma Kok en Emma, twee personages vloeien samen
Een interview in twee delen, dat is gezien haar fysieke conditie voor Emma Kok beter vol te houden. Beide keren heeft ze de twee plastic draagzakken met haar sondevoeding bij zich, dat gaat zo 22 uur per dag. De Kerkraadse zangeres timmert ondanks haar aandoening, maagverlamming, behoorlijk aan de weg. Haar carrière is een sprong vooruit, de enige weg uit de lichamelijke misère.

Het meisje dat we twee jaar geleden spraken op het podium van André Rieu op het Vrijthof, is nu een jonge vrouw geworden. In haar doen en laten, en in haar verschijning. Ze praat geenszins als een patiënt, eerder als een stoere meid die wil laten zien wat ze in haar mars heeft. Dat kan ze vooral uiten door haar zangcarrière, maar ook daarbuiten heeft ze zo haar eigen denkbeelden, waar ze geen doekjes om windt. Als we voor het tweede deel bij haar thuis afspreken, komt ze net terug van de sportschool. Vijf keer in de week probeert ze dat te doen met de focus op de buikspieren.
Reizen
Op tournee is dat ritme niet vol te houden, maar als zich de gelegenheid voordoet, gaat ze wel even sporten. Afgelopen maanden was ze met het Johan Strauss Orkest onder meer in Bahrein en zowat heel Europa: Duitsland, Ierland, Frankrijk, Griekenland, Bulgarije, Engeland, Polen, Tsjechië, Scandinavië. Waar niet. „Het zijn geen vakantiereizen. Dit is werk. Voor het hele orkest. Mensen begrijpen dat vaak niet. Reizen is prachtig, maar ook vermoeiend, voor mij zeker. We hebben veel luxe onderweg, maar toch. In Frankrijk was het hele orkest bijvoorbeeld kapot moe, maar de muzikanten moeten er toch staan. Ik zelf kan niet zo relaxen in een vliegtuig, dus dat is best pittig. Het is best mooi waar je overal komt, maar je moet het wel kunnen volhouden. André en het orkest doen dat elke keer weer opnieuw, al zoveel jaren lang. Ik heb daar veel respect voor.”
„Mijn moeder gaat altijd met me mee, omdat ik hulp nu eenmaal goed kan gebruiken. We proberen altijd wel even iets van de stad te zien, maar soms is er te weinig tijd voor. Ik vind het leuk om interessante plekken te zien. Niet meteen musea van binnen. Wel even een kerk in, kaarsje aansteken. Gebouwen van buiten bekijken. Nee, André gaat lekker sporten en slapen. Hij is 75 jaar en hij wil topfit zijn voor het optreden. Het is topsport, dat toeren. André sport zich suf, daarom houdt hij het vol. Het is een fijne groep, heel leuk. Met de een ga je meer om dan met de ander. Ik ben gastartiest, dus geen permanent lid van het orkest. En ik ben meestal voor de pauze aan de beurt. De tweede helft van het concert maak ik vaak niet mee, want dan moet ik weer aan mijn slangen en ben ik ook moe. We gaan meestal vroeg naar het hotel. Dus de borrel na afloop maak ik meestal niet mee. Ik hoor er door mijn aandoening wel en niet bij. Dat is nu eenmaal zo.”
Vaste rituelen
Reizen met het orkest van André Rieu, dat betekent ook dat zowat elke avond dezelfde nummers door haar moeten worden gezongen. Dat vindt ze niet bezwaarlijk. „Je moet toch presteren alsof het de eerste keer is. Ik probeer elke avond iets anders te doen. Je bouwt met je stem je conditie op, het nummer groeit met je mee. Ik probeer te variëren, dan verveelt het niet. Ik wil het op die manier spannend houden voor mezelf. Nee hoor, ik ben zeker niet goed in Frans, maar het nummer Voilà ligt me wel, dus ik kan het toch met passie zingen. Ik heb altijd wel zenuwen, maar ik heb geen podiumvrees. Op een gegeven moment komt de focus. Jurk aan, haren goed. Dan ga ik rustig zitten. Dan moet niemand me lastigvallen. Ik heb die concentratie nodig, niemand moet me dan nog een verhaal komen vertellen. Ik doe alles volgens bepaalde rituelen. Ik leg sommige dingen steeds op dezelfde plek. Mijn sieraden op een bepaalde manier. Niet zomaar op een hoopje. Schoenen moeten altijd recht staan. Allemaal hele kleine dingen. Doe ik voor mijn eigen bijgeloof.”
Emma Kok beschouwt zich zeker niet als een klassieke zangeres. „Nee, dat ben ik niet, dat kunnen de mensen horen. Het is meer symfonisch wat ik doe. Ik kan bijvoorbeeld geen opera zingen, daar ben ik niet voor opgeleid en dat ga ik dus ook niet doen. Bij André is de muziek heel gevarieerd, van licht klassiek tot modern. Je kunt toch een mooie avond hebben, ook als je geen fan bent van zijn muziek. Dat komt door de geweldige sfeer. Er is altijd wel iets dat je raakt bij die concerten. Bijna iedereen heeft er een leuke avond.”

















































