Wijnimporteur Björn Monard: „Ik werd gedoopt met water én champagne”

In het entrepot van Ad Bibendum (Latijn, vrij vertaald ‘Laten we drinken’) op het bedrijventerrein van Brustem liggen zo’n twee miljoen flessen. Het zegt wat over de schaalgrootte van het bedrijf van Björn Monard, die tal van grote referenties in zijn portfolio heeft. Zopas slaagde hij erin de wijnen binnen te halen van Belgisch-Limburger Jean-Marie Guffens, die domeinen heeft in de Bourgogne, Bordeaux en zuidelijke Rhône. De Amerikaanse wijngoeroe Robert Parker noemde hem ooit The king of chardonnay. „Het was geen makkelijke deal, maar onze jarenlange expertise maakte de onderhandelingen een stuk makkelijker”, zegt Björn Monard.
Voor de lang liggende vraag: wat bracht jou naar de wijnwereld?
„Het zit in de familie, denk ik. Mijn grootvader had in Val-Meer een kleine supermarkt en importeerde op bescheiden niveau vaten wijn, die hij ter plaatste bottelde. Zo kwam ook mijn vader in contact met wijn, maar de microbe kreeg hij pas toen hij in Leuven studeerde. Hij logeerde bij een heeroom, die lesgaf aan de universiteit. Die had een geweldige wijnkelder met grote namen uit de Bordeaux, uiteraard met een verwijzing naar het geloof. Pétrus, Angelus en Château l’Evangile, bijvoorbeeld. Mijn vader mocht geregeld proeven. Tijdens het weekend moest hij diezelfde wijnen blind proeven en de namen ervan opsommen. Dat moet hem niet slecht bevallen zijn. In 1977 begon hij een wijnzaak, Pro Vino in Zonhoven. Hij voerde uitsluitend Franse wijnen in.”
Maar daarmee had jij de microbe nog niet te pakken.
„Ik rolde haast vanzelf in de wijnwereld, letterlijk vanaf de geboorte. Ik werd eerst gedoopt met water, daarna met champagne. In mijn kindertijd gingen mijn ouders altijd op vakantie in Frankrijk, uiteraard om wijndomeinen in de Bourgogne en Bordeaux te bezoeken. U-ren heb ik doorgebracht in schimmelkelders, waar oudere mensen in een bakje stonden te spuwen. Ik kon niet anders dan dat ondergaan, maar zo werd wel mijn interesse gewekt. Thuis mocht ik af en toe een glaasje zoet proeven, Beaumes-de-Venise van de muscatdruif.”
Ondanks die Franse basis begon jij bijna dertig jaar geleden samen met je broer Johan wijnen uit de Nieuwe Wereld in te voeren en richtte je Ad Bibendum op.
„Ja, maar ons uitgangspunt was: we doen dat alleen als de kwaliteit even goed is als die van de betere Europese wijnen. In het begin was het zoeken naar een speld in een hooiberg. Vergeet niet dat Google nauwelijks bestond, maar ik had twee uitstekende aanwijzingen. Château Mouton-Rothschild was een associatie aangegaan in Chili en Château Lafite-Rothschild kocht er een domein. Als twee tophuizen uit de Bordeaux zo’n investering doen, mag je veronderstellen dat ze niet over één nacht ijs zijn gegaan. We zijn dan allebei beginnen te reizen. Argentinië, Uruguay, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika … Dan waren we zes tot acht weken van huis. We deden dat afwisselend. Als ik weg was, kon Johan de zaken in het oog houden en vice versa. Ik stap nog steeds geregeld in het vliegtuig. Ik ben pas net terug van een rondreis door Zuid-Amerika. Een fantástische ervaring.”
Intussen ben je de enige eigenaar.
„Klopt. Johan is tien jaar ouder en besloot een wat rustiger leven te leiden in een zonnig land. Zes jaar geleden verhuisde hij naar Spanje, waar hij nu een wijnshop en -bar uitbaat. Hij voelt zich nog altijd nauw betrokken. Een jaar na zijn vertrek nam ik Pro Vino over, de zaak die door mijn vader werd opgestart en later door mijn twee zussen voortgezet. Door die overname hebben we nu ook een breed gamma Franse wijnen. In het begin hadden we zoals al gezegd alleen zogenaamde wereldwijnen, maar voor mij is ook Europa de wereld. Italië, Spanje, Bulgarije, Griekenland, Duitsland … De grenzen tussen de klassieke en de nieuwe wijnlanden zijn vervaagd. Enkele decennia geleden hadden overzeese wijnen een mindere reputatie, maar nu wordt overal kwaliteit gemaakt.”
Jullie hebben een gigantische voorraad, waarin ook wijnen zitten die nog moeten rusten. Is dat geen slapend kapitaal?
„Het klopt dat wijnen steeds vaker gevinifieerd worden om jong te drinken, maar ik vind dat wij als wijnhandelaars een rol te vervullen hebben. Veel jonge sommeliers hebben geen notie meer van oudere wijnen. Wij willen het verschil laten zien tussen jonge wijnen en oudere jaargangen. Ik vind het heel interessant om de evolutie van een wijn te proeven. Veel mensen denken nog steeds dat bewaarwijnen harde tannines hebben, maar die tijd is voorbij. De tannines van vandaag zijn veel soepeler.”
Is er opvolging in zicht?
„Mijn zoon Frédéric studeerde aan hotelschool Ter Duinen in Koksijde en deed als sommelier al heel wat ervaring op, onder meer in tweesterrenzaak De Treeswijkhoeve. Momenteel werkt hij als maître in Brussel. Daarna wil hij nog enkele jaren de wereld rondreizen om zowel op wijndomeinen als in restaurants te werken. Pas dan komt hij naar Ad Bibendum. Althans, dat is het plan. Mijn dochter Charlotte studeerde economie, maar ook zij heeft een grote interesse voor wijn. Zij is met mij op rondreis geweest in Zuid-Amerika en werkt momenteel in de zaak.”
Wat betekent wijn voor jou?
„Wijn, dat is vooral genieten, liefst in het gezelschap van gelijkgestemde zielen. Wat is er mooier dan het delen van een passie? In die zin is wijn voor mij een metafoor voor vriendschap. Ik heb geen leveranciers, alleen maar vrienden. Waar ter wereld ik ook kom, ik kan vrijwel overal iemand bezoeken die ik ken dankzij de wijn.”
Tot slot: in welke zin is de wijnwereld veranderd?
„We kunnen het hebben over klimaatverandering en zo, maar mag ik me beperken tot de periode na covid? Tot de uitbraak van het virus zag je dat onder meer Oost-Europa aan het opkomen was, maar die landen hebben het nu veel moeilijker. Wijnliefhebbers begonnen terug te grijpen naar zekerheden, vandaar dat de klassieke wijnlanden hun positie verstevigden. Ik maak abstractie van China, waar the sky the limit is. Daar hebben ze het kapitaal én de knowhow. Het is interessant om die evolutie te volgen.”
















































