Zuid-Limburg dé kennismaking met Nationaal Landschap

De schoonheid van het Zuid-Limburgse landschap

Auteur: Jo Cortenraedt
Zaterdag 28 oktober 2017

De schoonheid van het Zuid-Limburgse landschap is voor menige bewoner vanzelfsprekend; het valt menigeen nauwelijks nog op. Toch is de koestering van dat landschap van cruciaal belang voor de leefkwaliteit en ook de welvaart in deze regio. Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg wil die kwaliteit verder versterken en vindt in de VVV Zuid-Limburg een belangrijke medespeler. Toine Gresel en Anya Niewierra gaan voor het behoud van groen de barricaden op.

Leven, wonen en recreëren. Het landschap is hiervoor onmisbaar en de bewoners van Zuid-Lim-burg boffen want zeker binnen Nederland is dat uniek te noemen. Maar altijd dreigt er gevaar, zoals plannen voor uitbreiding van bedrijventerreinen, de toename van het verkeer en een ongebreidelde stroom van recreanten op druk bezochte locaties.

Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is opgericht om middels projecten ervoor te zorgen dat de waarde van het gebied behouden blijft en liefst versterkt wordt. 

TOERISME

Het gebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg strekt zich uit over achttien gemeenten tot en met Susteren, en in totaal wonen er goed 600.000 mensen. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat 68 procent van de bezoekers van buitenaf in de eerste plaats naar Zuid-Lim-burg komt voor het landschap. „In het Heuvelland zijn de meeste overnachtingen, ook van de mensen die bij-voorbeeld Maastricht en Heerlen bezoeken,” zegt Anya Niewierra, directeur van de VVV Zuid-Limburg. „Dat landschap zorgt dus voor onze grootste omzet. Het is onze gouden troef en economisch van groot belang.”

    

Het fotoboek ‘Zuid-Limburg Dichtbij’ van Herman van Steenwijk is verkrijgbaar bij de VVV Limburg Winkels.

De realiteit is dat bepaalde locaties in Zuid-Limburg overbelast worden door de toestroom van recreanten. Zoals bijvoorbeeld in het weekeinde de Heuvellandroute in dorpen als Slenaken en Epen. 

DRUK VERDELEN

„Daarom nemen we initiatieven om ook aan de randen van de steden interessante recreatiegebieden te creëren, dan verspreid je de druk,” zegt Gresel. „Bijvoorbeeld het gebied tussen de oude mijnstreek Heerlen en Geleen, dat is door de hermeandering van de Geleenbeek en de aanleg van de fiets- en wandelvoorzieningen getransformeerd tot een lustoord voor recreanten. Ze trekken massaal erop uit in hun eigen omgeving, waardoor andere, traditionele gebieden, worden ontlast. Op termijn, als andere omgevingsfactoren als vertier, vermaak en verblijf toenemen, zal de toerist deze gebieden ook gaan ontdekken. Zo wordt de recreatieve druk eerlijker verdeeld.” 

Bij het beschermen van het landschappelijk karakter van Zuid-Limburg speelt de boer een cruciale rol, zo hield Anya Niewierra haar gehoor al voor tijdens de Nieuwsjaarsreceptie in Valkenburg. „En dat blijf ik herhalen. We moeten met de landbouwers samenwerken omdat het in ieders belang is.”De bestaande situatie is dat boeren al via de provincie een vergoeding krijgen voor het in stand houden van hagen, poelen, graften, hoogstambomen en dergelijke, wezenlijke onderdelen van dat unieke landschap. „We zijn nu bezig met een fonds voor de langere termijn. Want het is reëel dat de boeren daar een fatsoenlijke vergoeding voor krijgen. Zeker als we ook nog werkzaamheden van hen vragen om die landschapselementen in stand te houden.”

ONDERNEMERS

Een andere vorm van aanpak is het regelen van de mobiliteit. „Het is onwenselijk dat een recreant overal met z’n auto kan komen, dat is te belastend voor de natuur en de omgeving,” betoogt Gresel. „Dus moet je meer gaan werken met toegangspoorten en knooppunten met goede parkeervoorzieningen. En daarnaast verdienen ondernemers die een bijdrage leveren aan dat landschap met bijvoorbeeld streekproducten, ook ondersteuning.”Anya Niewierra noemt nog de schaapskudden die in Zuid-Limburg grazen. „Die zijn er niet alleen omdat het er leuk uitziet, ze spelen ook een rol in het onderhoud van de natuurgebieden. De financiering daarvan wordt nu jaarlijks vastgesteld. Het zou beter zijn om daar ook een langere termijn voor te plannen.”

STREEKPRODUCTEN

Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg werkt nauw samen met de provincie Limburg en met name de gedeputeerden Mackus (landbouw) en Geurts (toerisme) zijn daar bij betrokken. „De provincie ziet de noodzaak van maatregelen ter behoud van het gebied ook duidelijk in,” zegt Gresel, „daarom kunnen we ook een slag maken. Neem bijvoorbeeld de problematiek van de leegstaande boerderijen en hoeves in Zuid-Limburg. Je kunt niet van ze allemaal een hotel-restaurant maken. Dus moet je in een aantal gevallen ook kiezen voor afbraak. Zo zijn we ook bezig met een aantal boeren die streekproducten telen, om voor hen een regionale afzetmarkt op te zetten en te reguleren. Dan zijn ze niet meer bezig voor de wereldmarkt maar voor de streekmarkt. Allemaal initiatieven om dat landschap nog waardevoller te maken.”Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg maakt overigens onderdeel uit van het Grenspark Limburg, dat een duurzame toeristisch-recreatieve ontwikkeling voor het hele Limburgse grensgebied in relatie tot onze buurlanden voorstaat. Duidelijk is dat duurzaamheid leidend is in de verdere aanpak.

Fotografie HERMAN VAN STEENWIJK EN JORIS VROEMEN

www.beleefweekzuidlimburg.nl

www.natuurparkenlimburg.nl

www.vvvzuidlimburg.nl

 
vorige artikel volgend artikel

Lees ook