Harry van der Hoorn bouwt al decennia lang TEFAF
Sinds jaar en dag is de Brabantse standbouwer Stabilo verantwoordelijk voor de opbouw van de kunstbeurs TEFAF Maastricht. Maar ook voor tal van andere kunstbeurzen in de wereld, en ook andere internationale evenementen. Eigenaar Harry van der Hoorn heeft daarnaast ook nog het hele ENCI-complex in Maastricht aangekocht. Bij toeval, maar toch, overal ziet hij kansen.
De grote bedrijfshallen van Stabilo liggen pal aan de luchthaven van Eindhoven en hier is de Brabantse ondernemersgeest goed voelbaar. Harry van der Hoorn vat de bedrijfsstijl eenvoudig samen. „Niet veel vergaderen maar doen. De problemen lossen we onderweg wel op.” Heftrucs rijden rond om materialen uit de rekken te halen en in vrachtwagens te laden. Zo’n 125 trailers rijden in de weken voor de opening van TEFAF Maastricht naar het MECC, om de opgeslagen wanden en alle ander materiaal daar af te leveren en op te bouwen. Harry van der Hoorn, die op z’n 56e nog een jongensachtige uitstraling heeft, loopt met enige trots door de megaruimten en begroet links en rechts de medewerkers. Gezien de warme begroetingen gaat het hier om een people manager, iemand die niet boven maar tussen het personeel staat. Er hangt een echt Brabantse sfeer in het bedrijf. Informeel en waar mogelijk zelfs gezellig, maar er moet wel gepresteerd worden. Vele ‘wandjes’ heeft hij in al die jaren zelf neergezet. Hij weet hoe de systemen werken en waar de schroeven ingedraaid moeten worden. Hij laat een soort van breekijzer zien dat hij zelf bedacht heeft. „Hiermee kun je bij het afbreken de wanden sneller los krijgen, zonder dat je schade veroorzaakt. Heel simpel eigenlijk, maar het werkt.” Dat is deze ondernemer ten voeten uit. Niet te ingewikkeld doen, vooral oplossingen zoeken.
Theaterwereld
„Mijn vader is dit bedrijf begonnen. De naam Stabilo staat enigszins creatief voor ‘standbouw en bielzenhandel’. De ‘o’ op het laatst wordt gebruikt voor de kleine staart aan de achterkant van een vliegtuig. Dat vond hij wel toepasselijk. M’n vader kwam eigenlijk uit de theaterwereld en was toneelmeester. Hij bouwde in feite decors, dat verschilt niet zoveel van de standbouw op een kunstbeurs. Hij begon er in 1978 mee en ik herinner me dat ik in 1987 al meeging naar de toenmalige Eurohal in Maastricht waar toen de Pictura-beurs werd gehouden, die het jaar daarna verhuisde naar het splinternieuwe MECC en werd omgedoopt in TEFAF.”
In die jonge jaren was je natuurlijk nog niet eindverantwoordelijk. Heeft dat lang geduurd?
„Nee, helemaal niet. In 1991 kregen wij te maken met een grote brand, er bleef weinig meer over. Ik was toen 22. M’n vader zat helemaal in de stress, want ook vele materialen van de TEFAF-stands waren verloren gegaan. Ik heb de boel toen naar me toe getrokken. Het was twee maanden voor het begin van de beurs en we hadden bijna niks meer. Her en der in het land heb ik toen allerlei spullen bij elkaar gesprokkeld. En Hans de Brouwer, tegenwoordig onze technisch directeur, heeft toen in recordtijd nieuwe wanden gemaakt.”
Je had relatief nog weinig ervaring en TEFAF was toen al een internationaal belangrijke beurs. Hoe konden jullie dan toch een goed product afleveren?
„Toen al heerste hier een mentaliteit van ervoor gaan. De beste kwaliteit voor een goede prijs. Het meeste heb ik op gevoel gedaan. Zo werd eerst gerekend in wandjes en vierkante meters. Ik heb dat veranderd en meer in detail gecalculeerd. Plinten, afwerkstukjes, aan alles kwam een apart prijskaartje te hangen. Dat hoefde niet voor elke standhouder duurder te zijn, maar zo konden wij onze factuur naar hen beter verantwoorden.”

Zonder accountmanager
TEFAF Maastricht is één keer per jaar, daar kun je niet van leven.
„Nee, maar onze kwaliteit is onze reclame. Dat klinkt als een slogan, maar het is zo. De kunsthandelaren die deelnamen aan TEFAF doen – niet allemaal – ook mee aan andere beurzen. Die waren tevreden en zodoende kwamen we ook op andere plaatsen terecht. Zo is dat gegroeid. We hebben niet eens een accountmanager in dienst. We hebben vooral veel systemen zelf bedacht, om efficiënter te kunnen werken. Want puur het neerzetten van wandjes, daar raakte ik al vrij snel op uitgekeken. Ik wilde het steeds mooier en professioneler maken.”
Sinds wanneer ben je eigenaar?
„Toch al vanaf 1996, toen was ik 27. Ik had me voorgenomen dat ik de eerste drie jaar moest zien te overleven. Want het is ook een harde wereld. Er waren momenten dat ik dacht dat ik beter iets anders zou kunnen gaan doen. Ik droomde ervan om liedjesschrijver te worden, zoiets. Maar het ging beter met het bedrijf en dat laat je dan ook niet in de steek. Bovendien hebben we het geluk gehad dat we bijna altijd mensen hebben aangenomen die qua instelling goed bij ons pasten. En zo zijn we verder uitgegroeid.”
Geen moeilijke tijden gekend?
„Ja, met corona natuurlijk zeker. Wat dacht je, alle beurzen werden afgelast. Daar stonden we dan. We hadden niks meer te doen. Gelukkig was er overheidssteun. We hebben de tijd gebruikt om nóg beter te kijken naar onze manier van werken, voor meer efficiency. We zijn teruggegaan van negentig naar een kleine dertig vaste medewerkers. Vanwege de gewenste flexibiliteit en de grote afstanden werken we in de uitvoering veel met lokale mensen.”
Drie weken opbouw
Maar daar krijgen jullie TEFAF niet mee opgebouwd in die laatste weken voor de opening.
„Nee, dan maken we gebruik van allerlei vaklui met wie we meestal al jaren werken. Dan zijn er op sommige dagen wel zo’n driehonderd mensen aan het werk. We werken via een strak draaiboek. En onze mensen weten natuurlijk wel van wanten na al die jaren. Bedrijfsleider Dennis van Bladel coördineert alle speciale projecten, technisch directeur Hans de Brouwer leidt de hele operatie ter plaatse en officemanager Jenneke Reinders onderhoudt in de voorbereiding alle contacten met de standhouders. We slapen in hotels en appartementen in en rond Maastricht. We zijn dan één grote gemeenschap. We werken precies zeventien dagen aan de opbouw en dan zijn er nog zes dagen om de stands in te richten met de kunst. Dus in totaal duurt de voorbereiding meer dan drie weken. De afbouw gaat dan weer een stuk sneller, in een paar dagen tijd.”
In hoeverre ben je er zelf nog bij betrokken tijdens de uitvoering?
„Ik hou natuurlijk wel contact met mijn mensen en ook met TEFAF, maar ik geef mijn mensen veel vrijheid, omdat ze dat ook kunnen. Ik wil niet te dominant zijn. Het is ook geen ramp als er fouten worden gemaakt. Maar begin daarna dan wel meteen te werken aan een oplossing. Als er iets scheef gaat, dan spring ik er zelf mee bovenop. Zo zit ik in elkaar. Ik blijf niet achter mijn bureau zitten. Maar het contact met de standhouders gebeurt in principe door onze mensen.” Jullie doen ook andere grote kunstbeurzen in de wereld.
Wat is in jullie ogen de positie van TEFAF?
„We bouwen ook mooie beurzen elders, gelukkig maar. Toch kun je die qua importantie niet vergelijken, er is wereldwijd maar één die de grootste, de belangrijkste is, en dat is TEFAF Maastricht. Met 275 van de allerbelangrijkste kunsthandelaren uit heel de wereld, dat zie je nergens anders. Sommigen vragen zich misschien af waarom we ook zogeheten concurrenten van TEFAF bouwen, maar we kunnen niet het hele jaar van één beurs leven. En de TEFAF-deelnemers vragen ons om ook hun stand elders te bouwen.”
TEFAF New York
Jullie bouwen ook TEFAF New York, maar die is een stuk kleiner
„Precies. Dus qua opdracht is dat een stuk overzichtelijker. Máár, het is in de Verenigde Staten echt lastig om te werken als buitenlands bedrijf. Die vakbonden daar zijn sterker dan in welk communistisch land ook. Die kunnen je volledig saboteren. Dus moet je ze als het ware afkopen. Je huurt een aantal van hun leden in. Alleen doen die in de praktijk vrij weinig, we moeten het uiteindelijk toch zelf fixen. Op zich een idiote situatie, maar je komt er niet doorheen. Amerika heeft de naam een liberaal land te zijn. Vergeet het maar.”
Ik zag jullie trailers zelfs in Salzburg, jullie hebben naam gemaakt in de kunstwereld.
„Ja, gelukkig wel. Puur door kwaliteit te leveren en afspraken na te komen. In Salzburg is het maar een relatief kleine beurs in de zomer, maar we doen er ook eentje in Wenen. En dus ook in Zuid-Korea, waar we zesduizend wanden en negenduizend lampen installeren. Ja, dan ga ik van tevoren wel even kijken of we dat wel moeten gaan doen. We bouwen ook andere beurzen, zoals Masters Expo in Amsterdam. Het principe verschilt niet zoveel. Hoewel, met 275 van de beste kunsthandelaren op TEFAF Maastricht heb je ook 275 klanten met allemaal weer hun eigen wensen. Daar moet je wel mee kunnen omgaan. Ze willen allemaal de beste kwaliteit en het zit in ons DNA om daar ook vol voor te gaan. De klant is koning, wij hoeven niet in de schijnwerpers te staan.”
En of Stabilo nog niet genoeg is, heb je je nu ook gestort op het ENCI-project in Maastricht. Dat is toch een heel ander marktsegment.
„Nou ja, ik zocht naar extra opslagruimte, liefst in Maastricht. Dan hoeven we niet met al die vrachtwagens op en neer naar Eindhoven.”
Maar zó’n groot terrein, daar kun je wel driehonderd vrachtwagens kwijt?
„In eerste instantie kijken we naar die overdekte hallen die we kunnen gebruiken. Maar ik was meteen verliefd geworden op het terrein. De mooiste plek in Nederland met aan de voorzijde de Maas en rondom die kliffen en een uniek uitzicht op de groeven. Gaandeweg ben ik me steeds meer gaan realiseren dat dit een geweldige plek is om te werken, te leren, wonen en gewoon te zijn. Met pal ernaast een heel bijzonder natuurgebied. Er is ruimte voor cultuur, voor recreatie, noem maar op. We zijn nu volop bezig met de studies. Dit is niet iets wat je in een paar jaar doet. Maar ik ben wel gemotiveerd om er iets heel moois van te maken, in samenwerking met de omgeving, de overheid, enzovoorts. Dit rol je niet in je eentje uit. Maar door dit project kom ik nu niet alleen in maart in Maastricht, maar veel vaker door het jaar, ik begin de stad steeds leuker te vinden. En in maart is Maastricht de kunsthoofdstad van de wereld, daar mogen we heel trots op zijn.”























































