Waarom Cilento het perfecte alternatief is voor de drukke Amalfikust
Ten zuiden van de wereldberoemde Amalfikust ligt een ander stukje Campania: Cilento. Hier wisselen bergdorpen, olijfgaarden en kleine stranden elkaar af, met als meest unieke troef: je hoort er enkel Italiaans. Lokaler kan bijna niet. Ik koos Cilento voor een solotrip en dat bracht me exact waar ik naar op zoek was: pure rust!

Wie aan de kust van Campania denkt, komt bijna automatisch uit bij Positano, Amalfi of Ravello. Begrijpelijk, maar in de zomer deel je die plekken met duizenden andere reizigers. Rij je verder naar het zuiden, dan verandert het ritme. Cilento ligt in de provincie Salerno en omvat ongeveer honderd kilometer kust, maar ook bergen, bossen en dorpen die tegen de heuvels zijn gebouwd. Een groot deel behoort tot het Nationaal Park Cilento, Vallo di Diano en Alburni, dat samen met onder meer Paestum en Velia op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Ik koos Cilento voor een solotrip. Geen vol programma, wel tijd om te werken, te zwemmen en pas tegen de avond te beslissen waar ik zou eten. Gedeeld met een paar toeristen in mijn hotel, maar voor de rest énkel Italianen. Precies zoals ik het graag heb.


Slapen in een veertiende-eeuws klooster
Mijn uitvalsbasis was Convento Francescano in Cuccaro Vetere, een klein dorp in de heuvels. Achter het hotel zit een verhaal dat perfect samenvat waar Cilento vandaag voor staat. Alberto en Maria Chiara verruilden het snelle leven in Milaan voor de geboortestreek van Alberto’s vader Dante. Hij werd hier geboren en verhuisde in de jaren zestig naar Noord-Italië, maar Alberto bleef als kind elke zomer terugkomen.

Het 28-jarige (!) koppel gaf het voormalige franciscanenklooster uit de veertiende eeuw een nieuw leven. De renovatie gebeurde zoveel mogelijk met mensen uit de buurt. Lokale vaklui maakten meubels en bouwden het zwembad, kunstenaars uit het dorp beschilderden de muren en zelfs de shampoo wordt in de regio geproduceerd, met buffelmelk als knipoog naar Campania.

Het resultaat is geen klassiek luxehotel, maar een boetiekaccommodatie met acht kamers waar de geschiedenis aanwezig blijft. Oude stenen muren, een stille kloostergang, uitzicht over de heuvels, tjirpende zwaluwen die je wakker fluiten. Voor een solotrip bleek het de ideale plek: rustig genoeg om je terug te trekken, maar dankzij de familie nooit saai.


Cilento op je bord
Een verblijf in het convent is niet compleet zonder diner bij L’Osteria del Convento. Patrizia (Alberto’s moeder) staat er in de keuken en kookt traditionele familierecepten. Groenten, kruiden en fruit komen uit de tuin; andere ingrediënten haalt ze bij producenten uit de buurt. Elke avond zijn er maar zestien plaatsen en wordt een seizoensmenu geserveerd. Reserveer best en neem vooral de tijd. Dineren tussen muren die al eeuwen meegaan, terwijl bijna alles op je bord van vlakbij komt: veel meer Cilento wordt het niet.


Pisciotta, tussen olijfbomen en zee
Een van mijn mooiste uitstappen was Pisciotta, een dorp dat tegen een heuvel boven de zee ligt. Wandel zonder plan door het oude centrum, langs smalle straten, natuurstenen huizen, kleine winkels en wasgoed dat tussen de gevels hangt. Af en toe opent het uitzicht zich plots richting zee. Rondom groeien olijfbomen, sommige al eeuwen oud.
Beneden ligt Marina di Pisciotta, waar vissers nog op een traditionele manier ansjovis vangen. Daarbij gebruiken ze een oude nettechniek met relatief grote mazen, waardoor kleinere ansjovis kan ontsnappen. De vangst wordt snel met de hand verwerkt en onder zout bewaard. Het resultaat geldt als een lokale delicatesse. Combineer een bezoek met een duik in zee en rij daarna rustig terug naar boven. Voor het diner zijn Malabar en Cantina Lamadè twee goede adressen.


Strandavonden met de Italianen
Voor een namiddag aan zee reed ik naar Palinuro. Vanaf Spiaggia Ficocella wandel je in enkele minuten naar een rotsachtig strand met ligbedden en parasols. De sfeer is ontspannen en de voertaal Italiaans. Geen beachclub die vooral voor Instagram lijkt te bestaan, wel een plek voor families, vrienden en mensen die tot laat in het water blijven.
Een groot deel van de kust ligt ideaal voor zonsondergangen. Op aanraden van locals eindigde ik een andere dag bij Lido Mijeo. Kom ongeveer een uur voor zonsondergang en kies zelf: een Aperol Spritz op het levendige terras of nog een laatste zwempartij terwijl de zon in zee zakt.

Eindigen met de energie van Napels
Na alle rust van Cilento eindigde mijn reis in Napels. Zet je wekker vroeg en wandel door de stad terwijl de eerste cafés openen en de straten langzaam tot leven komen. Trek door de Spaanse wijk, Via dei Tribunali en Spaccanapoli en drink onderweg een cappuccino tussen de locals. Mijn favoriete moment speelde zich af aan het kleine stadsstrand van Santa Lucia. Nog voor ik mijn camera bovenhaalde, raakte ik aan de praat met inwoners die hier duidelijk elke dag samenkomen. Met veel handgebaren toonden ze me trots elke hoek van hun strand. Slow living op z’n best.


Cilento mist misschien de bekende namen en perfect gestileerde plaatjes van de Amalfikust. Net daarin zit de aantrekkingskracht. Je komt er niet voor één iconisch uitzicht, maar voor het geheel: de stille dorpen, families die opnieuw in hun streek investeren, lokale producten en lange avonden aan zee. Zet Cilento dus zeker op je wishlist, volgende keer als je Italië als reisbestemming overweegt!


















































