Een roadtrip langs de Italiaanse meren
Van het wereldberoemde Comomeer tot het veel rustigere Lago d’Orta: met een Mazda MX-5 trok ik langs drie Noord-Italiaanse meren, op zoek naar plekken waar vakmanschap, gastronomie en lokaal leven nog centraal staan.

Sommige reizen draaien om een bestemming. Andere om alles wat je onderweg tegenkomt. Deze roadtrip door Noord-Italië behoorde zonder twijfel tot de tweede categorie. Met een rode Mazda MX-5 als reisgenoot trok ik van België richting de Italiaanse meren. Niet alleen om mooie landschappen te ontdekken, maar vooral om plaatsen te vinden die iets vertellen over de regio zelf: een familiebedrijf dat steen tot designobjecten verwerkt, een atelier waar eeuwenoude zijdetradities voortleven en hotels die meer zijn dan zomaar een plek om te overnachten.
Na een korte tussenstop aan het Zwitserse Vierwoudstrekenmeer bracht de route ons naar drie van de mooiste meren van Noord-Italië: Como, Maggiore en Orta.

Het Comomeer voorbij de clichés
Het Comomeer heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. Al jarenlang trekt het meer beroemdheden, fotografen en reizigers van over de hele wereld aan. Toch zijn het niet de bekende uitzichten of de luxevilla’s die me het meest bijblijven.
Dat begint al bij de oostelijke oever van het meer (dorpje Laglio), waar het leven merkbaar trager verloopt dan in de drukke hotspots. Kleine dorpen liggen er tussen het water en de bergen geklemd, vissersbootjes dobberen aan houten steigers en bewoners groeten elkaar nog op straat. Instant vakantiegevoel. Slaap hier in B&B Giardino a Lago, ideaal gelegen.



Ook de geschiedenis van de regio speelt daarbij een belangrijke rol. Weinigen weten dat het gebied rond Como al eeuwenlang verbonden is met zijde. De regio groeide uit tot een van de belangrijkste zijdecentra van Europa en levert vandaag nog steeds stoffen aan enkele van de grootste modehuizen ter wereld.
Wie dat vakmanschap van dichtbij wil ervaren, kan terecht bij een bijzondere workshop van Make Your Abstract Real. In hun atelier leer je niet alleen meer over de geschiedenis van zijde rond het meer, maar ontwerp je ook je eigen zijden sjaal. Vijf weken later ligt het eindresultaat in je brievenbus. Een origineel souvenir dat veel verder gaat dan de gebruikelijke koelkastmagneet.


Grandeur aan het water
Dat het Comomeer al eeuwenlang aantrekkingskracht uitoefent op de internationale elite, wordt meteen duidelijk bij Passalacqua. Het hotel wordt vaak genoemd als een van de mooiste ter wereld en ademt nog steeds de grandeur van vervlogen tijden.
Overnachten is voor de meesten niet meteen een optie, maar ook een ontbijt of lunch geeft een inkijk in die wereld. Tussen perfect onderhouden tuinen, marmeren details en uitzicht op het meer lijkt de tijd even stil te staan.
Toch is het niet die luxe die het meeste indruk maakt. Het is de manier waarop Italiaanse gastvrijheid hier wordt gecombineerd met respect voor traditie. Iets wat tijdens deze reis vaker terugkomt.


Van Como naar Maggiore
De rit naar Lago Maggiore duurt amper anderhalf uur, maar het landschap verandert voortdurend. Bergen maken plaats voor open panorama’s en achter elke bocht verschijnt opnieuw een ander uitzicht.
Net daarom voelt deze regio alsof ze gemaakt is voor roadtrips. Met open dak, een playlist op de achtergrond en de zon die langzaam hoger klimt, wordt de rit bijna even belangrijk als de bestemming zelf.

Lago Maggiore is meteen ook een ander soort meer. Breder, groter en minder gefotografeerd dan Como. De oevers zijn uitgestrekter en de sfeer voelt iets rustiger aan.
Voor wie hier wil overnachten is Cannobio een ideale uitvalsbasis. Het dorp ligt aan de noordelijke oever van het meer en weet zijn authentieke karakter opvallend goed te bewaren. Smalle straatjes leiden naar kleine pleinen, lokale bewoners drinken er hun aperitief op vaste adressen en aan de haven lijkt het dagelijkse leven nog steeds belangrijker dan toerisme.


Slapen in een voormalig klooster
Midden in het historische centrum van Cannobio ligt Hotel Pironi. Het gebouw deed vroeger dienst als klooster en die geschiedenis voel je nog steeds zodra je binnenstapt.
Geen strak designhotel, maar een plek met karakter. Historische elementen werden behouden, terwijl kleur en comfort voor een eigentijdse toets zorgen. Op wandelafstand liggen restaurants, het centrale plein en de promenade langs het meer.

Waar stenen kunst worden
Een van de meest bijzondere ontmoetingen van de reis vonden we niet aan een meer, maar in een atelier tussen de bergen.
Pietre Trovanti is het project van een familie die werkt met natuursteen uit de regio. Niet de perfecte stukken, maar net de stenen die voor traditionele productie niet bruikbaar zijn. Asymmetrische vormen, restmateriaal en onregelmatige fragmenten krijgen hier een tweede leven als vazen, spiegels en designobjecten.
Tijdens een bezoek wandel je mee door het productieproces en hoor je het verhaal achter het familiebedrijf. Het enthousiasme waarmee over materiaal, ambacht en ontwerp wordt gesproken werkt aanstekelijk. In een wereld waarin zoveel producten anoniem worden geproduceerd, voelt een plek als deze bijna uitzonderlijk.


Lago d’Orta: de stille verrassing
Terwijl Como en Maggiore op veel reizigersradars staan, blijft Lago d’Orta opvallend onbekend. Misschien net daarom maakte het zoveel indruk. Het meer is kleiner, rustiger en intiemer. De dorpen voelen authentiek aan en ook op het water heerst een andere sfeer. Hier geen grote jachthavens of drukke boulevards, maar kleine bootjes en uitzichtpunten waar je vaak alleen staat.

Het bekendste dorp is Orta San Giulio. Een plek waar je zonder plan door de straatjes wandelt en vanzelf uitkomt aan het water. Vanaf het centrale plein vertrekken kleine bootjes naar Isola San Giulio, een eiland dat slechts enkele minuten varen verwijderd ligt. Ook het nabijgelegen Sacro Monte di San Francesco is een bezoek waard. Dit UNESCO-werelderfgoed bestaat uit twintig kapellen die verspreid liggen over een beboste heuvel met uitzicht over het meer.

La Darbia, een bestemming op zichzelf
Voor veel reizigers is Lago d’Orta een tussenstop. Voor mij werd het een hoogtepunt. Dat heeft veel te maken met La Darbia, een kleinschalig boetiekhotel boven het meer. De focus ligt hier niet op luxe in de klassieke betekenis van het woord, maar op rust, eenvoud en aandacht voor detail. Groenten uit eigen tuin belanden in het restaurant, kleuren sluiten aan bij het landschap en overal lijkt rekening gehouden met de omgeving. Het resultaat voelt natuurlijk aan, zonder geforceerd design of overdreven exclusiviteit.
Wanneer de zon langzaam achter het meer verdwijnt en de tafels van het restaurant vollopen voor het diner, begrijp je waarom je hier best goed op voorhand een kamer reserveert.



Wat begon als een rit langs drie Italiaanse meren werd uiteindelijk een reis langs mensen, verhalen en ambachten. Natuurlijk waren er de uitzichten, de bochtige wegen en de lange zomeravonden. Maar het zijn vooral de zijden sjaals, de stenen vazen, de familiebedrijven en de verborgen adressen die zijn blijven hangen!

















































