Xenia, oftewel goedheid jegens de ander
Voor nu zou ik graag willen dat je het woord Xenia onthoudt.
Heb je hem? Ok!
Ik snuif de geur van warme dennennaalden op, hoor het geratel van de krekels en zie het stof van duizenden jaren geschiedenis onder mijn schoenen. De Peloponnesos is een reis door tijd én ziel.
Ik bezocht de Akropolis, liep tussen de pilaren van Delphi, dwaalde door Mystras en Sparta en stond stil in het stadion van Olympia. Griekenland dus. Elke steen vertelt een verhaal, elke ruïne fluistert iets over wie we waren. En misschien over wie we zouden moeten zijn.
Het is makkelijk om in de oudheid alleen schoonheid te zien: de tempels, de beeldhouwkunst, de mythologie. Maar wat mij het meest aan het denken zette was iets minder tastbaars, iets wat nog in de lucht lijkt te hangen hier: beschaving.
Niet als museaal concept, maar als dagelijkse praktijk. Als omgangsvorm. Als moreel kompas.
De oude Grieken kenden een principe dat diep verweven zat in hun denken en doen: XENIA, gastvrijheid, goedheid jegens de ander. Of het nu de vermomde god Zeus was die aan een deur klopte of een onbekende reiziger: ze openden het huis, deelden het brood en behandelden de ander als mens. Niet omdat het moest, maar omdat het hoorde. Omdat het beschaafd was.
En natuurlijk, ook toen vloeide bloed. De Griekse geschiedenis is getekend door oorlogen, intriges en goddelijke wraak. Maar wat overleefde (en wat nog steeds voelbaar is), is dat idee van menselijke waardigheid. Hier op deze wegen waar ooit Perikles of Leonidas liep, lijkt beschaving niet iets abstracts. Je ziet het in hoe mensen je groeten, hoe ze delen wat ze hebben, hoe ze tijd maken. Hier is ‘goed zijn voor elkaar’ geen luxe of naïviteit: het is vanzelfsprekend.
Een samenleving staat of valt met hoe we elkaar behandelen
Een levenshouding die ik graag als souvenir zou delen. Want hoe makkelijk is het om goed te zijn voor een ander? Een glimlach, een luisterend oor, een handreiking. Kleine gebaren, grootse effecten. Zeker in een tijd waarin zoveel mensen lijden. In Gaza, waar kinderen verhongeren terwijl de wereld toekijkt, is het morele fundament van onze zogenaamde beschaving wankel. Of erger: vergeten.
Die ironie is schrijnend. Wij, erfgenamen van denkers en leermeesters als Plato, Aristoteles en Socrates, vergeten het eenvoudigste inzicht: dat een samenleving staat of valt met hoe we elkaar behandelen.
Want misschien praten ze over 2500 jaar niet meer over óns, waarschijnlijk zelfs niet. Maar als we beter zijn voor elkaar, dan laten we iets na dat de tijd misschien tóch kan doorstaan: het besef dat goedheid een keuze is. Elke dag.








