Nieuwjaarsreceptie Voka in teken van economisch herstel
Er werden weer heel wat gekust en handjes geschudĀ op de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van Voka, de Kamer van Koophandel van Belgisch-Limburg. De imposanteĀ etagetent aan de Gouverneur Roppesingel in Hasselt is jaarlijks eenĀ heus ‘meetingpoint’ voorĀ enkele duizenden ondernemers en hun gasten.Ā
Voor hetĀ derde jaar op rij spotten we ook een grote delegatie uit Nederlands-Limburg. Iedereen liep erĀ zeer mooi en opgekleed bij. Onder het motto ‘We are family’ zette Voka-Limburg voorzitter Francis Wanten meteen de juiste toon. ,,Afgelopen jaar was zeerĀ succesvol. De Belgisch-Limburgse conjunctuur piekt opnieuw sinds 2007. De werkloosheid daalde met 0,7 procent en er starten bijna 6000 nieuwe bedrijvenā, aldus een trotse voorzitter.
Hij loofde de inspanningen, de investeringen en het ondernemerschap van alle aanwezigen. Daaronder ook heel wat politici en leden van de rechterlijke macht. Reden voor Wanten om de blijvende pijnpunten in de picture te plaatsen: procedureslagen bij de Raad van State, het uitblijven van de Noord-Zuidverbinding en onverantwoorde stakingen. ,,Maar als familie zetten we onze schouders onder deze tegenslagen, als familie gaan we voor elkaar door het vuur tegen het individueel belangā, klonk het.
En dus zijn er prioriteiten: ,,Verlaag de vennootschapsbelasting en de loonlast (loonkosten, red.), zet in op energiebeleid, zorg voor mobiliteit in de Noord-Zuid en het Spartacusplan met drie sneltrams.
Dat VOKA vooruitziend werkt mag blijken uit het feit dat Belgisch-Limburg inzet op e-commerce en logistiek, afgelopen jaar 500 dossiers van leden heeft behartigd en dat er vijf nieuwe netwerken werden opgestart. Kortom, alleen maar goed nieuws voor 2017. Dat kwam uiteraardĀ de sfeer alleen maar ten goede, want prompt daarna barstte het feest los en kon iedereen zich te goed doen bij de heerlijke buffettenĀ enĀ bijkletsen bij een drankje aan de bar.
Daarna gingenĀ erĀ heel watĀ voetjes van de grond op de dansvloer en ditĀ tot in de late uurtjes.
Ā
Foto’s: Jempi Welkenhuyzen














































