De ondernemersblik van een slagerszoon – Jochen Leën over leiderschap en vertrouwen
Is het ondernemerschap een kwestie van DNA of krijg je dat onderweg ergens mee? In het geval van Jochen Leën (44) is dat niet volkomen duidelijk. Hij werd geboren in een slagersgezin, maar sloeg al op jonge leeftijd een creatieve weg in om eind 2020 als eigenaar van de hotels La Butte aux Bois (Lanaken) en Stiemerheide (Genk) dan toch bedrijfsleider te worden. „Ik heb geleerd los te laten en mensen vertrouwen te geven.”

Het kantoor van Jochen Leën doet in geen lichtjaren denken aan de werkruimte van een ondernemer. Meteorieten, fossielen, edelstenen, vintage meubels, boeken over filosofie, een aquarium… Dit lijkt veeleer de werkplek van een paleontoloog, kunsthistoricus of museumcurator, die zijn eigen mini-universum creëerde om voortdurend geïnspireerd te raken.
„Hier komt inderdaad weleens een idee aanwaaien, maar ik hou vooral van mooie dingen”, lacht Jochen Leën, die in de twee hotels samen zo’n driehonderd mensen tewerkstelt. „Dat was helemaal nieuw voor mij. Vanaf dag één nam ik me voor om een open communicatie te voeren. Dan zet je letterlijk de deur open voor medewerkers die hun beklag komen doen over het een of het ander, die bepaalde dingen toch niet zo goed vinden et cetera. Aan de andere kant is het gras altijd groener, snap je? Uit al die gesprekken heb ik veel geleerd. Zo is het niet mijn taak om na te gaan of de kamers goed gepoetst zijn en of het water van het zwembad 27 graden is. Overdreven controle werkt contraproductief. Ik zei het al, vertrouwen geven en loslaten.”
Hoe zou je jouw manier van leidinggeven omschrijven?
„Ik heb veel gehad aan het boek Good to great van de Amerikaanse auteur Jim Collins. In bijna alle managementliteratuur wordt het aangehaald als bijzonder vernieuwend en inzichtelijk. Het komt erop neer dat je iemands kwaliteiten zodanig moet benutten, dat je hem of haar van goed naar geweldig brengt. Om een voorbeeld uit eigen huis te geven: Jessy Brepoels wás al uitstekend in haar vorige functies, maar als general manager is ze nóg beter. Hoe je zo’n evolutie triggert? Het klinkt cliché, maar dat is vaak een kwestie van aanvoelen. Daarin zit een optelsom van factoren. De juiste opvoeding, verbaal vermogen, creativiteit, motivatie, empathie…”
Waar loop je als werkgever het meest tegenaan?
„Alle medewerkers gemotiveerd houden, dat vind ik het moeilijkste. Hospitality begint en eindigt met mensen. Ook dat heb ik het uit het boek van Collins. De vraag is niet what? maar who? Je wilt dat elke werknemer zich goed voelt, maar dat is een utopie. Iedereen heeft weleens een mindere dag. Het komt erop aan die dagen tot een minimum te reduceren.”
Je nam beide hotels over in volle coronaperiode. Dat was toch een risico?
„Eric Bullens, de vorige eigenaar, belde me in februari 2020. Toen was er sprake van een virus in China, maar wie dacht nu aan een wereldwijde pandemie? Lang verhaal kort: ik voelde mijn interesse langzaam groeien. Natúúrlijk was de situatie door covid onzeker, maar ik zette mijn voorbehoud aan de kant en stapte er met mijn hart in. Ik logeerde negen maanden in La Butte aux Bois. In kamer 12 en 90, ik weet het nog goed. Dat was een leerrijke periode. Ik zag de gebreken en mogelijkheden van het hotel. Vanuit die vaststellingen begon ik plannen te maken. Die ervaring nam ik later mee naar Stiemerheide.’’
Je bent juwelier en goudsmid van opleiding. Hoe vanzelfsprekend was dat voor een slagerszoon?
„In mijn jeugdjaren was ik vrij nauw betrokken bij hetgeen mijn ouders deden. Ik bracht met mijn fietsje bestellingen naar de klanten, schuurde het hakblok af, perste hammen in een koker, stookte de rookkamer aan, spietste stokjes in stukjes vlees om satés te maken. Allemaal best leuk, maar mijn broer had een grotere belangstelling voor het vak en nam de zaak over.”
En jij ging in Antwerpen voor goudsmid en juwelenontwerper studeren.
„Ik tekende graag, ontwerpen lag in dezelfde lijn. Een leuke anekdote: ik was nog maar een week aan mijn opleiding in Antwerpen begonnen, toen ik bij juwelier Leon Martens in Maastricht ging solliciteren voor een stageplaats. Ik moest die pas drie jaar later hebben, maar de ouders van mijn toenmalige vriendin kochten er juwelen. Ik vond die zo mooi, dat ik mijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen.”
„Op een zaterdagochtend ging ik er spontaan naartoe. In die periode werkte ik op zaterdag en zondag als verkoper bij een keukenzaak in Genk. Mijn tenue was een grijs pak met een rode das. Ik stapte voorzichtig binnen en maakte kennis met Leons zoon Luud. Hij vroeg of ik dat pak en die opvallende das droeg om te solliciteren. ‘Nee’, zei ik lachend. ‘Ik verkoop keukens en moet binnen een halfuur beginnen.’ Waarop hij zei: ‘Jij mag volgende week hier starten.’ Vanaf toen verkocht ik juwelen op zaterdag en keukens op zondag.”
Na je studies werd je zelfstandig juwelenontwerper, het begin van je ondernemerschap.
„Nee, ik werkte eerst vier jaar voor enkele juweliers. Pas in 2008 begon ik als zelfstandige. Met mijn witte Citroën Berlingo reed ik van de ene modeshow naar de andere garage om mijn eigen ontwerpen te showen. Dat deed ik tot Eric Bullens me de kans gaf om mijn juwelen in enkele vitrinekasten in La Butte aux Bois uit te stallen. Ik kreeg er ook een kantoortje. Daar is mijn ondernemerschap écht begonnen.”


















































