Hoe Limburgs is de Limburgse Vlaai?

Health-blogger Ellis over de mooie kanten van een oeroud culinair product

Auteur: Ellis Visser
Woensdag 25 oktober 2017

Voor wie het was vergeten: vandaag is een belangrijke dag. Voor Limburg, maar ook voor de rest van Nederland. 25 oktober is namelijk uitgeroepen tot Dag van de Vlaai, een feestdag die op deze dag voor de allereerste keer gevierd wordt. Vanmiddag om 13.00 uur neemt burgemeester Annemarie Penn-te Strake op het bordes van het Stadhuis op de Markt de Maastricht Vlaai in ontvangst, een vlaai die is samengesteld door vijf toonaangevende Maastrichtse bakkers op basis van de favoriete smaken van vijf bekende Limburgers: André Rieu, Tom Dumoulin, Fabrizio, Cécile Narinx en Burgemeester Annemarie Penn-te Strake zelf. Maar waar komt de vlaai nu eigenlijk vandaan? En hoe Limburgs is de vlaai. Blogster Ellis Visser zocht het eerder voor ons uit. Op de nationale Dag van de Vlaai publiceren we haar bevindingen opnieuw.

Je hebt je dit misschien nog nooit afgevraagd, maar gaat nu wel direct het ‘interesse’-lampje in je hoofd aan. Want hoe Limburgs is Limburgse vlaai nou eigenlijk? Nou, daar ga ik je middels deze blog iets meer over vertellen.

Het zal je verrassen, maar de plaat van genot waar wij Limburgers zo trots op zijn komt oorspronkelijk uit Zuid-Duitsland. Het zit zo: Vroeger woonden in Limburg en Brabant veel katholieken. Boven de rivieren woonden de protestanten. Voor werk zakten mannen daarom af naar de plek waar ook katholieken woonden en dat was in Zuid-Duitsland. Hier zagen de mannen dat de vrouwen ‘Platkuchen’ maakten: Afvaldeeg met fruit dat ze op de markt niet verkocht kregen. Bij thuiskomst vroegen de mannen aan de vrouwen dit ook te maken en zo ontstond de Limburgse vlaai.

De bekendste vlaaien zijn kersen, kruisbessen, appel en pudding. Allemaal producten die makkelijk te verkrijgen zijn in Limburg. Een rijst- en abrikozenveld zie je niet zo snel in deze omgeving. Daar komen de Spanjaarden om de hoek. Zij kwamen namelijk in de 80-jarige oorlog naar Nederland en namen deze producten mee. Je kunt dus wel stellen dat onze Limburgse vlaai boordevol historie zit en eigenlijk helemaal niet zo Limburgs is.

Desalniettemin zijn wij Limburgers ontzettend trots op de vlaai en kun je hem bij vrijwel iedere horecagelegenheid eten. De kwaliteit laat echter soms aan te wensen over. Niet iedereen weet namelijk hoe je een kwalitatief goede vlaai maakt en daarbij vind je soms nog een verdwaald toefje slagroom of schuimpje naast de vlaai. Dit is volledig tegen de officiële Limburgse regels. Vlaai eet je alleen met een vorkje of uit het vuistje en that’s it.

Een befaamde plek in Maastricht, waar ze wel weten hoe je een vlaai maakt, is ‘de Bisschopsmolen’. Iedere dag maken zij in hun bakkerij tussen de 40 en 180 vlaaien (afhankelijk van het weer en de dag). Mensen komen van ver om hun vlaaien te proeven, maar ook lokale bewoners weten de Bisschopsmolen te vinden. De vlaaien worden zo veel mogelijk gemaakt met Limburgse producten. De Kollenberger Spelt, waar ze de bloem van verwerken, wordt geteeld in Beek, Urmond, Valkenburg, Schinnen en Voerendaal. De vruchten groeien op de velden van familie Leesens in Bemelen. Ze weten dus waar de producten vandaan komen en kennen de mensen erachter. Zij werken stuk voor stuk met liefde voor de producten en staan voor kwaliteit. Dat is te proeven.

Maar waarom schrijf ik als Health-blogger een stuk over Limburgse vlaai? Dat is toch niet gezond! Het zit zo, ik ben ervan overtuigd dat een gezonde leefstijl samen gaat met af en toe iets lekkers, en misschien wel minder gezonds, te kunnen eten. Het zit hem allemaal in de balans die je jezelf oplegt. Als je dan een keer iets minder gezonds eet, kies dan voor eerlijke, duurzame en regionale producten. Maak dus bewuste keuzes, zo geniet je ook meer van de minder gezonde feestjes.

Terug naar de vlaai. Eigenlijk is de basis van een vlaai heel simpel. De bodem bestaat uit: bloem, melk, ei, gist, zout en suiker. De vulling bestaat meestal uit: fruit, water, suiker en aardappelzetmeel (om te binden). Een echte vlaai is te herkennen aan de deksel of latjes dat de vlaai sluit. Tenslotte wordt de vlaai ingesmeerd met ei en bestrooid met decoratiesuiker. 15 minuten in de oven en je kunt kostelijk genieten van een heerlijk stukje Limburgse vlaai. Je kunt hem nu dus eigenlijk ook zelf maken.

Niet zo’n bakker, maar toch zin in een goede punt? Breng dan eens een bezoekje aan de Bisschopsmolen aan de Stenenbrug 3 in Maastricht. Het zal je niet teleurstellen, je gaat van iedere hap genieten. En stiekem denk ik ook dat de smaken die je proeft bijna niet na te maken zijn.

Afgezien van het feit dat de kunstenaars bij de Bisschopsmolen, want zo mag je ze wel noemen, weten wat lekker is, denken ze ook aan de duurzaamheid van hun producten. Als ik zelf aan duurzaamheid denk, denk ik aan beperking van de afvalstroom. Bij de Bisschopsmolen staat dit ook hoog in het vaandel. Ze maken iedere dag een planning, waarbij ze naar verschillende facetten kijken, zodat ze niet onnodig teveel vlaaien en broden maken. Blijft er nu toch nog wat over, niet alleen van de vlaaien maar ook van het brood, dan wordt dit opgehaald door een paardenboer die het als voer gebruikt voor de dieren. Zo min mogelijk afval dus. Ik hou ervan.

Ik kan me zo voorstellen dat je niet kunt wachten om een lekker vers stukje vlaai te gaan eten. Ik zal je daarom ook niet meer te lang bezighouden. Nog een laatste tip voordat je een stukje eet: Check goed waar de vlaai vandaan komt en wanneer hij gemaakt is. Vers is ‘ie namelijk op z’n lekkerst. O, en vergeet niet te genieten… want dat is wat een mens het gelukkigst maakt.

 

Smakelijk!

Lees ook