Rapport-Wennink kan in Limburg al toegepast worden
Het rapport dat onder leiding van Peter Wennink is opgesteld is gepresenteerd als het kompas om Nederland welvarend te houden. Er zijn duidelijke sectoren en groeidomeinen benoemd met veel potentie. Nog los van locatie, puur gericht op business kansen. Een echte strategische routekaart, waar ook urgentie uit spreekt om onze positie als natie niet te verliezen.
Een rapport dat hard nodig is. Nu komt het aan op de concrete implementatie en uitvoering ervan. Dat is aan het nieuwe kabinet dat nu gevormd wordt. En gelukkig zie je de minister van Economische Zaken, Vincent Karremans, al de nodige stappen zetten.
Vraag is nu, wat kunnen we in Limburg zelf al doen en leren van dit rapport? Welke stappen kunnen we zelf zetten om in te spelen op economische kansen. Of, hebben we die stappen al gezet en kunnen we daar nu al de vruchten van plukken?
Het rapport Wennink schetst de kansen, die veelal in de digitale wereld liggen. Het heeft ons als Nederland ook al veel gebracht als je kijkt naar de welvaart en de positie die ons land door onder meer het bedrijf ASML in de wereld heeft. Brainport staat niet voor niks internationaal op de kaart.
Vaak zie je dat voor bestaande producten of diensten gekeken wordt naar de kansen die de digitale wereld te bieden heeft. Op andere momenten zijn het disruptieve denkers die in één keer doorbreken. Denk aan een Nokia of een Kodak die van het ene op het andere moment out-of-business waren, omdat er betere (digitale) alternatieven beschikbaar kwamen op de markt. Belangrijk is om met een verse blik naar bestaande markten te kijken. En dat door een bril van nieuwe digitale mogelijkheden.
Zie daar ook de kansen voor onze regio. Universiteit Maastricht heeft voor Limburg de ideale uitgangspositie gecreëerd. Door een aparte faculteit op te richten die inspeelt op sciences en engineering (FSE). Met uiteraard een belangrijke focus op de digitale wereld, waaronder AI toepassingen.
Meestal worden de digitale ontwikkelingen binnen bestaande faculteiten of industrieën gebouwd en zijn daarmee het verlengstuk van de reeds daar bestaande werkelijkheid. Door FSE apart op te richten en vervolgens als een soort critical friend objectief te laten kijken naar de bestaande setting, worden nieuwe kansen sneller en eerder gespot. Dat biedt dan weer mogelijkheden om die kansen om te zetten in nieuwe bedrijvigheid. Dat is de zogeheten valorisatietaak van een universiteit.
Met name in het medische domein op de Maastrichtse campus die zich richt op gezondheid en preventie, is dit een unieke kans. Nergens in Nederland is er een aparte technische faculteit die bij een medische faculteit als buitenboord motor kan dienen. Dit biedt in de komende jaren concreet kansen voor nieuwe bedrijvigheid en zeker 2500 nieuwe banen.
Dit alles is hard nodig in een tijd waarin de basisindustrie zwaar onder druk staat en de komende jaren harde klappen zal krijgen. Nieuwe bedrijvigheid en banen zijn dan zeer welkom, met name op de korte termijn. Want daar ontstaat de pijn.
Een groot deel van de randvoorwaarden die Wennink in zijn rapport schetst, alsmede een sterke inhoudelijke focus in een groeidomein met korte termijn kansen, heeft Limburg al. De internationale contacten in een EUregio waar veel kapitaal aanwezig is, zijn er ook al. Dit is een ijzersterke basis om nu al verder uit te bouwen en de handschoen verder op te pakken. Daar hebben we zelfs geen nieuw kabinet voor nodig. Laten we vol inzetten op die health campus.



















































