10 Maastrichtse uitdrukkingen die je als buitenstaander moet kennen

Tedje over de rijkdom van het Maastrichtse dialect

Auteur: Tedje van Gils
Woensdag 3 januari 2018

Ik woon nu ruim een jaar in Maastricht, maar ik kom al bijna tien jaar in de Limburgse hoofdstad vanwege mijn vriend die er vandaan komt. Na al die jaren kan ik het Maastrichtse dialect perfect verstaan, maar spreken (als rasechte Brabander) doe ik het nog ‘nie’. Deze 10 Maastrichtse uitdrukkingen moet je als buitenstaander in Mestreech echt kennen!

Toen ik voor het eerst bij mijn vriend aan de eetkamertafel zat, begreep ik - werkelijk waar - geen woord van wat er werd gezegd. Ik wist niet eens of het ging over het avondeten of over het feit dat de buren een kat hadden gekocht. Ik kon er geen touw aan vastknopen, echt niet. Deze uitdrukkingen helpen je een beetje op weg als jij de Mestreechter taol (‘t sjoenst van allemaol) wil leren begrijpen.

1. De tuut
In de supermarkt (als je kemissies, ook wel boodschappen aan het doen bent) of in een winkel zal er snel gevraagd worden of je er een tuut bij wil. Een wat? Nou, een tas dus! Een vuilniszak is een drèkstuut en een condoom is een pieletuutsje. Weet je dat ook weer.

2. Enne?
Ja, dit is misschien wel het meest gebruikte woordje in Maastricht. Als iemand dit aan je vraagt, zeg je maar gewoon terug auch enne. Het betekent eigenlijk zoiets als: hoe gaat het met je en wordt vaak gebruikt om een gesprek met iemand aan te knopen. Waarom zou je er zoveel woorden aan vuil maken als slechts één woord volstaat?

3. Versjèt
Toen ik voor het eerst aan tafel zat bij mijn schoonouders, had ik graag geweten dat een vork een versjèt was. Toen ik iemand aan tafel hoorde zeggen: ‘Ich höb gein versjèt’, dacht ik écht dat hij servet bedoelde, maar het gewoon verkeerd uitsprak. Een mes is een mets en een lepel is gewoon een lepel, trouwens.

4. Hendig
Als iets hendig sjiek is, betekent dat het heel mooi of leuk is. Of zoals we in Brabant gewend zijn: kei leutig.

5. Poen
Wil iemand je een poen geven? Pas op! Dit is geen geld, maar gewoon een zoen. Ook veel gehoord is een puun of e puuneke.

6. Brood vs. bruid
In Maastricht kan de lengte van een klank zomaar betekenen dat het woord een totaal andere betekenis krijgt. Bijvoorbeeld: brood en bruid is allebei broed. Maar bij broed (van bruid) haal je de oe net wat langer aan. En dat moet precies lang genoeg zijn, anders betekent het gewoon weer brood.

7. Watbleef?
Nog zo’n universeel woord dat je eigenlijk altijd kunt gebruiken: watbleef?. Het betekent gewoon ‘wat zeg je?’ Lekker kort en krachtig.

8. Auw mök
Deze uitdrukking wordt voor meerdere contexten gebruikt. Zoals: Auw mök (O God), waar ben ik aan begonnen, of: Auw mök, wat un gezever (Pfff, wat een gezeik), of: Auw mök (Jezus), kijk hem daar eens!

9. Kleid
In Vlaanderen wordt een jurk een kleedje genoemd, maar ook in Maastricht gebruiken ze dit woord. Een jurk is een kleid, een jurkje is een kleidsje.

10. Billen
In Maastricht zijn er meerdere namen voor het achterwerk, ook wel de billen. Iemand heeft bijvoorbeeld een lekker vötje. Een bil is een bats en het meervoud is batse. Een scheldwoord dat veel gebruikt wordt is batsegeziech.

Klik hier voor 5 dingen die je herkent als je als buitenstaander in Maastricht komt wonen en klik hier voor nog 7 Limburgse uitdrukkingen.

 

Lees ook