Herinneringen aan overleden journalist en tekstschrijver Jan Hendriks

Sterk gevoel voor menselijke verhalen

Auteur: Jo Cortenraedt
Woensdag 26 december 2018

De in de kerstnacht overleden journalist en tekstschrijver Jan Hendriks had een speciale band met Chapeau, want mijn ervaringen met hem als collega in de jaren tachtig bij de krant De Limburger hebben onbewust mede ertoe bijgedragen om een eigen weg te zoeken in de journalistiek.

Als zogeheten 'feature-redacteur' werkte ik jarenlang als tandem met Jan Hendriks, die de functie van eindredacteur van de zaterdagbijlage had, die toen 'De Inkijk' heette. Samen bedachten we allerlei reportages die best wel spraakmakend waren. Zoals een serie over prostitutie in Limburg (van bijklussende huismoeders op een flatje tot straat- en clubprostitutie). Een andere serie was die over de 'onrustbarende stijging van de drugshandel in de provincie'. Het stadsbestuur van Maastricht vond de openingsreportage, in het weekend van 't Preuvenemint, sterk overdreven. Het zou wel meevallen allemaal. Dat bleek het dus niet, naderhand. Ook een verhaal over 'dass Bal zum einzamen Herzen'.  In die tijd nog een fenomeen. Speciale dansavonden in onder meer de regio Sittard, waar alleenstaanden, weduwen en weduwnaars elkaar troffen in een poging een nieuwe start in het leven te maken. De toenmalige fotograaf Frans Welters kon in één zwart-wit foto de hele sfeer van de avond vastleggen, met een hang naar melancholie.

De verhalen werden niet door de hele redactie toegejuicht indertijd, ze weken nogal af van wat toen gangbaar was. Maar Jan Hendriks wist als een soort centrale verdediger alle vijandelijke aanvallen af te slaan, zodat ik als spits verder kon. Zijn adagium was: 'de honden blaffen, de karavaan trekt verder'.

Verhalen dichtbij de mensen, dat was zijn streven. Tegenwoordig noemen ze dat 'storytelling'.  Dat deden we dus toen al. Met mooie fotografie, met aansprekende koppen en intro's. Sommigen vonden die 'te populair',  maar Jan zag het eerder als een methode om de aandacht van de lezer te grijpen.

We zaten als tweemanschap in een klein kamertje en Jan rookte de hele dag shag. In die tijd keek je daar niet raar van op, en het grootste deel van de dag was ik toch op pad.

Het zoeken naar boeiende verhalen en die zo goed en mooi mogelijk te brengen en vooral in een eigen stijl te schrijven, dat heeft Jan altijd enorm gestimuleerd. Ik ben dankbaar die periode te hebben meegemaakt.

In die tijd was hij ook al bezig met het mijnverleden, waar zijn muziekgroep Carboon de inspiratie uit haalde. Die muzikale kant heeft hem bekender gemaakt bij het grote publiek, maar ik ken hem vooral als journalistieke collega. Die niet alleen teksten van anderen nakeek en verbeterde en ideeën bedacht. maar die ook zelf interessante producties leverde. Zoals samen met zijn vriend en adjunct-hoofdredacteur Hans Koenen de serie verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Ook dat waren heel menselijke verhalen, waarvoor hij intensief contact onderhield met mensen die deze oorlog hadden meegemaakt. Niet alleen Limburgers, maar ook bijvoorbeeld Amerikanen. Hij ontving met enige regelmaat voormalige Amerikaanse soldaten, die Limburg bevrijd hadden.

Met de joyeuze en open houding van Jan Hendriks werden de contacten al snel kameraadschappelijk.

Jan was enerzijds een humorist, die kon bulderen van het lachen. En anderzijds ook een filosoof, die geïnteresseerd was in de beweegredenen en het innerlijke van de mens.

Zeker in de beginjaren van Chapeau had ik nog regelmatig contact met hem en strooide hij met adviezen en ook kritische opmerkingen ter verbetering.

Precies een week voor zijn overlijden had ik een afspraak met hem, om na lange tijd weer eens bij te praten. Die moest worden afgezegd, omdat zijn gezondheid achteruit was gegaan. Na de feestdagen zouden we het opnieuw proberen, in de hoop dat het dan beter met hem zou gaan.

IJdele hoop, zo blijkt.

Lees ook