Horecaondernemer Giuliano Bruno: „Mijn vader wilde niet dat zijn zonen in de mijn gingen werken”
Weinig voornamen die in Belgisch-Limburg zo bekend zijn als Giuliano, de naam van een groep van vier restaurants. De man daarachter is Giuliano Bruno, die recent – samen met drie vennoten – ook hotel Mardaga in As overnam. Hij breidde het aantal kamers uit van 18 naar 35 en opende er fine-diningrestaurant Marveille. In oktober komt brasserie Marquise erbij. „Mijn vader wilde niet dat zijn zonen in de mijn gingen werken.”

Rocco Granata scoorde in 1959 met Marina een wereldhit, Peppe Giacomazza behaalde met La Botte een Michelinster, Matteo Simoni is een van de bekendste acteurs van België. Drie succesverhalen van BV’s met een migratieachtergrond, drie voorbeelden van de positieve impact van de Italiaanse gemeenschap op Belgisch-Limburg en daarbuiten. Aan dat rijtje mag zonder grote kans op tegenspraak Giuliano Bruno (62) toegevoegd worden. Hij stond aan de wieg van Group Bruno, een groep tankstations die hij samen met zijn broer Angelo uitbouwde. De verklaring voor hun succes? Van een tankbeurt maakten zij meer dan een brandstofstop: in ieder station kun je terecht voor koffie, broodjes en een maaltijd. Vijf jaar geleden scheidden hun zakelijke wegen, maar op dat ogenblik had Giuliano zijn horecablik al verruimd.
Pizza en pasta
„In 2013 kwam in Maasmechelen Village de populaire all-day-dining-zaak Cellini vrij”, preciseert hij. „We openden er een restaurant met een Italiaans concept, waarin instant made pizza en pasta centraal staan. In 2017 lanceerden we dezelfde formule in het voormalige Hollywood Café in Hasselt, in 2019 in het vroegere restaurant Cucina di Luca in Genk en drie jaar geleden naast cinemacomplex Kinepolis in Gent.”
Giuliano leidt ons door het administratieve gebouw van de groep, pal naast de Genkse vestiging. De kantoren zijn bijzonder smaakvol ingericht, alles high-end met enkele hedendaagse kunstwerken als eyecatchers. In een van de ruimtes hangen vier schermen, één voor iedere vestiging. Daarop kan hij live de gastenstromen monitoren. Op een gemiddelde dag worden meer dan duizend borden uitgeserveerd, in drukkere periodes is dat algauw het dubbele. Daarvoor zorgen zo’n zeventig vaste werknemers en 150 flexi’s en studenten.

Koninklijke familie
Vijf jaar geleden legde Giuliano Bruno daar een laag bovenop. Hij nam in As het iconische hotel Mardaga over, het dorp waar in 1901 – precies 125 jaar geleden – de eerste Belgisch-Limburgse steenkool werd gedolven. Het hotel werd acht jaar later gebouwd. Franstalige ingenieurs logeerden er om de steenkoolontginning van dichtbij te volgen. Leden van de koninklijke familie kwamen geregeld tafelen in het inpandige restaurant – het eerste in Belgisch-Limburg met een Michelinster – als ze in de vakantiewoning in het naburige Opgrimbie verbleven.
Giuliano Bruno verdubbelde het aantal kamers van 18 naar 35 en tilde het horecagedeelte naar een hoger niveau. Voor het fine-diningrestaurant Marveille haalde hij Jan Martens – jarenlang chef van La Feuille d’Or in Lanklaar – aan boord. In de nog niet geopende brasserie Marquise komen twee chefs achter het fornuis.
Australië
Giuliano Bruno kijkt met zichtbare voldoening terug op de renovatie en uitbreiding. Je merkt de latente trots van een migrantenzoon, wiens vader in 1957 naar België kwam om zijn gezin een beter bestaan te bezorgen.
„Hij had toen al een bewogen leven achter de rug”, benadrukt Giuliano. „Tijdens de oorlog was hij zes jaar krijgsgevangen, vier jaar in Indië en twee jaar in Australië. Hij deed dienst in het Italiaanse leger en werd door de Engelsen gedeporteerd. Down Under beviel het hem omdat hij daar veel meer vrijheid had. Hij wilde na de oorlog zelfs terug omdat hij er aan de slag kon bij boeren om op kangoeroes – ze waren een plaag voor de oogst – te jagen. Uiteindelijk koos hij voor België omdat een broer van hem in de mijn van Zwartberg werkte. Samen met mijn moeder, twee zussen en drie broers kwam ook hij daar terecht. Ikzelf en Angelo werden hier geboren.”
Warm water
„Mijn vader werkte ondergronds. Hij heeft nooit geklaagd over het harde werk, maar dat wilde hij zijn zonen besparen. Dat ik horecaondernemer ben geworden, hoeft niet echt te verbazen. Gastvrijheid zit in het Italiaanse bloed. In alle vestigingen van Giuliano krijg je een eenvoudig en lekker gerecht zoals je dat overal in Italië kunt eten. Traditionele Italiaanse recepten hoef je niet heruit te vinden. Ik heb het warme water niet uitgevonden, maar ik probeer het wel op temperatuur te houden. (lacht) Vanzelfsprekend sta ik erop dat alle gasten met een spontane glimlach bediend worden. Om te weten wat er op de werkvloer leeft, help ik geregeld mee in de bediening. Gasten ontvangen, afruimen, opdienen, studenten aansturen: ik vind dat leuk en leerrijk.”
Afwegen
Maar hoe zorg je ervoor dat de gasten in de vier vestigingen dezelfde kwaliteit krijgen? „Alle recepten worden tot op de gram uitgeschreven en we gebruiken overal dezelfde producten. Van de hoogste kwaliteit, dat wil ik er uitdrukkelijk bij zeggen. Pasta’, passata, groenten, vlees … Dat halen we alleen bij de beste leveranciers. Van onze mensen verwachten we dat ze allemaal vriendelijk en vlot zijn in de omgang. Horeca blijft uiteraard mensenwerk. Er kan altijd iets fout lopen. Als gasten een klacht hebben, luisteren we. Daar kunnen we alleen maar van leren.”










































