Waar is de hoffelijkheid gebleven ?

Lompheid lijkt de nieuwe norm

Zaterdag 28 december 2019

Over een paar dagen wensen wij elkaar weer alle goeds toe. Veel geluk, een goede gezondheid en zo verder. En dat is een mooie boodschap aan het begin van het nieuwe jaar. Maar nemen we die woorden ook serieus of dreunen we die uit gewoonte op?

Een van de dingen die me zijn opgevallen in 2019 – een jaar dat weer veel te snel voorbij is gegaan – dat is het verdwijnen van hoffelijkheid. Daarentegen rukt de lompheid alom op.

Het is een algemene constatering en dus betekent dit dat lang niet iedereen die trend overneemt. Maar ik meen ‘m wel te bespeuren. Ik ben ook dit jaar zeker heel wat hoffelijke mensen tegengekomen. Dat zijn geen slijmballen die je enkel naar de mond praten met de bedoeling er zelf beter van te worden. Nee, hoffelijke mensen gaan op een prettige manier met je om. Tonen respect, lopen niet met zichzelf te koop, hebben een oprechte belangstelling voor je en zijn niet constant zelf aan het woord. 

Hoffelijkheid heeft niets met ouderwets of modern te maken, het is een attitude. Maar die moet je natuurlijk wel meekrijgen. Van ouders, familie, onderwijzers, van media enzovoorts. En daar wringt het een beetje, want in die ‘keten’ zitten intussen heel wat mensen die geen boodschap hebben aan die hoffelijkheid. In het kader van ‘een open mind’ gebruiken die allerlei teksten en omgangsvormen die als ‘direct’ en ‘assertief’ gelden. Nu hoef je je niet plat te laten walsen, weerbaarheid is een deugd. Maar dat assertieve mondt naar mijn gevoel vaak uit in een zekere lompheid, waar ik geen prettig gevoel bij krijg. Het hoort bij een houding van ‘ik’ als centrum van het universum. Dat deze ‘ik’ maar een minuscuul onderdeel daarvan uitmaakt, dringt tot menigeen niet door. Opgeblazen ego’s die geen ruimte geven aan anderen, omdat ze die zelf al helemaal gevuld hebben. Ze hebben het ook meteen over ‘jij’ en ‘jou’, ook als ze je niet eerder ontmoet hebben.  

In gesprekken met deze mensen merk je al heel gauw dat ze enkel zelf teksten produceren en eigenlijk niet geïnteresseerd zijn in jou als gesprekspartner. Het is weliswaar een quasi-gesprek, maar de ander krijgt helemaal niet mee wat je zelf antwoordt. Die hoort alleen z’n eigen woorden.

Ik merk het op straat, in winkels, op werkplekken. Lang niet iedereen bezondigt zich er gelukkig aan. Maar de lompheid rukt wel op. Daarmee ook de negativiteit. Je merkt dat bijvoorbeeld op social media. De reacties die je soms krijgt op een bepaald onderwerp dat je plaatst. Dan zijn mensen het niet eens maar in plaats van dat niet of netjes te verwoorden, schelden ze je de huid vol. Ik slaap er niet slechter van maar het geeft wel te denken.

Ook op televisie en in de kranten zijn de omgangsvormen ‘losser’ geworden. Onder het mom van ‘kritisch’ worden mensen vaak onnodig onderuit geschoffeld. Dat komt de kwaliteit van het programma of artikel vaak niet ten goede.

Met de jaarwisseling is van hoffelijkheid vaak al helemaal geen sprake. Alle nieuwjaarswensen ten spijt moeten politiemensen, brandweerlieden en ambulance-personeel onder vaak idiote omstandigheden werken. Omstaanders vallen de hulpverleners aan en steken her en der de boel in de fik. Dat is niet eens lomp maar eerder crimineel. Als zodanig zou dan ook met die mensen moeten worden omgegaan. Als je hoffelijkheid van huis uit niet hebt meegekregen is dat spijtig, maar dan is het vanuit de maatschappij raadzaam om die alsnog erin te peperen. Dat is voor iedereen prettiger, uiteindelijk ook voor die braniemakers.

En daarmee wens ik iedereen een feestelijke overgang naar het nieuwe jaar met in 2020 wat meer aandacht voor prettige omgangsvormen.

 

Jo Cortenraedt

 

Lees ook