Bij het overlijden van Henk Stienstra

Hij had geen behoefte aan de nieuwste Rolls Royce of een privé-jet

Auteur: Jo Cortenraedt
Vrijdag 19 juli 2019

Het overlijden van Henk Stienstra kwam dan toch nog heel onverwacht. De 78-jarige Heerlenaar meldde een paar weken geleden nog aan een wederzijds vriend dat hij zich weer goed voelde na een minder fijne tijd qua gezondheid, en dat het weer tijd werd voor een lunch. De bedoeling was dat ik dan bij een daaropvolgende lunch zou kunnen aanschuiven, en dat we toch nog eens het idee zouden bespreken of het zinvol idee zou zijn om voor één keer van zijn principe af te stappen om géén interviews te geven. In de winter van hun leven kunnen mensen wel eens anders tegen eerdere principes aankijken.

Dat interview is er dus niet gekomen. Dat zou dan zijn eerste en meteen ook z’n laatste interview zijn geworden. In die laatste categorie heb ik wel vaker gewerkt, zoals met de interviews met kunsthandelaar Rob Noortman, paardenmagnaat Leon Melchior, kunstenaar Arthur Spronken, oud-burgemeester Philip Houben,  galeriehouder Karl-Heinz Bärwaldt en niet te vergeten voormalig minister-president Ruud Lubbers. Moet er geen patent op krijgen, want dan durft niemand in leven en welzijn nog met me te praten.

Hoe dan ook, een tijd lang sprak ik Henk Stienstra tamelijk geregeld bij gelegenheden. Er was iets van een wederzijdse, onuitgesproken sympathie. ‘Goed jongen, als je me maar niet op de foto zet’. Dan lachte hij vriendelijk. En vervolgens vertelde hij honderduit. Gewoon als man tot man, niet als zakenman tegen journalist. Een jaar geleden trof ik hem voor het laatst, het was op een receptie in de grotten van Neercanne. Ik schrok in die zin dat van de ruim geproportioneerde Stienstra zoals ik hem kende, fysiek niet zoveel was overgebleven. De nodige kilo’s lichter en ook voorovergeboven lopend. Je kon aan hem aflezen dat hij geen gemakkelijke tijd achter de rug had. Maar vriendelijk was hij wel, zoals ik hem kende. Hij had wel zin in een praatje. Hoe het ging met mijn bedrijf, dat wilde hij wel weten. Hij wekte een oprechte interesse. En was vanaf de oprichting van Chapeau in 1997 een ‘fan’. Geen kapitale deals, maar wij deelden een trots op de kwaliteit van leven in Limburg. En in die tijd was zijn makelaarsbedrijf Stienstra een van onze goede klanten. Je werd daar altijd uiterst correct en vriendelijk ontvangen.

Ik opperde bij die receptie dat we alleszins tevreden waren, maar natuurlijk met heel andere cijfers dan hij gewend was. Dat hij volgens de Quote de rijkste man van Limburg was, daar zat hij niet op de wachten. Hij stond liever helemaal niet op die lijst. Maar inderdaad, honderden miljoenen, tja, zo was het gegaan, ook al zit de Quote vaak zo maar een paar honderd miljoen naast. Zo diep gaat die research niet. „Maar zoveel kunde en talent had ik niet hoor, je moet vooral geluk hebben in het leven”, hield hij me voor. Daarmee cijferde hij zijn eigen zakelijk inzicht wat makkelijk weg, maar dat was zijn aard. De eenvoud zelve. Een man van wie je niet zou opkijken als die voorbij liep. En dat was precies wat hij wilde. Het ging hem ook niet om zoveel mogelijk te hebben. Het ging hem meer om het spelletje, dat hij verdomd goed wist te spelen. Daar had hij lol in. Hij kocht er geen kisten Château Petrus voor, bestelde ook niet de nieuwste Rolls Royce, huur of kocht geen privé-jet. Het had allemaal gekund qua vermogen, maar het zei hem niks. Een goede sigaar, die permitteerde zich wel.

Ik herinner me een ontmoeting met hem en zijn vrouw, pakweg 10 jaar geleden. Mevrouw Stienstra was enthousiast aan het uitleggen aan mijn echtgenote hoe je het beste kippen kunt houden. Want daar had zij verstand van. Ze ging er helemaal in op. Dat vond ze belangrijk. Het ging niet over de nieuwste creaties van Armani of Gucci, het ging over het leven zelf.

Ze leefden het liefst wat teruggetrokken. Ik bespeurde een zekere angst voor doelgerichte criminaliteit. Want ja, de grootste bandieten lezen de Quote ook, laten die desnoods vertalen. Dat was zeker voor Henk Stienstra een drijfveer om zoveel mogelijk anoniem te blijven, zover dat kon in een tijd dat hij aan het roer stond van een onderneming met zo’n 200 man personeel.

Henk Stienstra was zo iemand aan wie je zag dat het hebben van een heel groot vermogen, niet per se bij hoeft te dragen tot een gelukkig leven. Immers, er komt altijd ook het gedoe over de erfenis, over de kwetsbare toekomst van de kinderen. En al dat geld helpt ook niet zo gek veel als het op gezondheid aankomt. Sinds zijn vrouw enkele jaren geleden overleed, was Henk Stienstra niet meer de oude. Hij was sindsdien een stuk van zichzelf kwijt, dat zag ik aan hem. Op het laatst vond ik hem een aandoenlijke man, ik had hem graag geholpen weer wat plezier in het leven te krijgen, met of zonder interview.

Jo Cortenraedt

Lees ook