Hoop doet leven, ook na 120 jaar

Urbain vertelt waarom het eens zo florerende Fiat in de problemen is geraakt

Auteur: Urbain Vandormael
Dinsdag 23 april 2019

Mijn reportage over 120 jaar Fiat en mijn bezoek aan Turijn waren gepland nog voordat bekend was dat Ajax en Juventus de degens zouden kruisen voor een plaats in de halve finales van de Champions League. Het was dus een gelukkig toeval dat ik midden april on site getuige was van de vernedering van de ‘oude dame’ Juventus door het jeugdige Ajax.

Turijn, dinsdag 16 april. Vanaf de vooravond rijden gemotoriseerde carabinieri met loeiende sirenes af en aan op de Corso Vittorio Emanuele II. Ze escorteren autocars met supporters en combi’s met oproerpolitie richting de moderne voetbaltempel van Juventus in het zuiden van de stad. Rellen na de match zijn gelukkig uitgebleven, zelfs de trouwe Juve-fans waren nog te zeer onder de indruk van de overmacht van het jonge Ajax.  

Van administratieve naar industriële hoofdstad
Vanaf de 11de tot midden de 19de eeuw werd Piëmonte bestuurd door de Franse adellijke dynastie van het Huis Savoye – Casa Savoia voor de Italianen. Haar nalatenschap aan historische gebouwen en stads- en zomerpaleizen in en rond Turijn is indrukwekkend. Vanaf de 20ste eeuw ontwikkelde de stad aan de Po zich van administratief en gerechtelijk centrum tot het industriële hart van Noord-Italië. Aan de basis lag de oprichting in 1889 van de Fabbrica Italiana Automobili Torino door Giovanni Agnelli, telg uit een rijke Piëmontese familie. Precies één jaar later rolde in Turijn de eerste Fiat 3 1/2 HP van de band, de jonge ondernemer legde daarmee de grondsteen van een wereldwijd vertakt industrieel imperium.

Europese hoofdrolspeler
Om zo snel mogelijk een zo groot mogelijk marktaandeel te verwerven, specialiseerde Fiat zich in de  ontwikkeling en productie van compacte personenwagens en kleine nutsvoertuigen. Wat achteraf een verstandige én succesvolle strategische zet zou blijken in de concurrentiestrijd met de grote Franse en Duitse volumemerken. Fiat-modellen boden niet alleen value for money maar vielen ook in de smaak door hun sierlijk design en innovatieve technologie. Fiat werd een hoofdrolspeler op de Europese automarkt en maakte van de Angelli’s een van de rijkste en machtigste ondernemersfamilies. Dat een metropool als Turijn slechts over één metrolijn beschikt, zegt veel over de impact van de familie op het politieke beleid van de autostad.

 

120ste verjaardag in mineur
Dit jaar viert Fiat zijn 120ste verjaardag. Dat gebeurt in mineur, want het heeft moeilijke jaren achter en voor zich. De neergang is begonnen in de jaren tachtig met modellen die niet meer in de smaak vielen, met verouderde fabrieken die vierkant draaiden en vakbonden die constant dwarslagen. De managers moesten dansen naar de pijpen van de Agnelli’s die meer dan eens hun privébelangen lieten primeren op de economische en financiële belangen van het bedrijf.

Om een dreigend faillissement af te wenden, gaf de familie in 2004 carte blanche aan Sergio Marchionne, geboren in Italië maar getogen in Canada. De controversiële topman met een verleden in de bankwereld ging met de grove borstel door de Fiat-organisatie en slaagde erin om de neerwaartse trend om te buigen in een opwaartse beweging. Met de overname van het noodlijdende Chrysler in 2009 zette hij alles op één kaart. Hij had het geluk aan zijn kant dat de autoverkoop in de VS zich veel sneller herstelde dan verwacht. Met de winsten van Chrysler kon Marchionne de verliezen van Fiat compenseren. Dat is vandaag niet anders. Chrysler is goed voor twee derde van de omzet van FCA (Fiat Chrysler Automobiles), in 2018 nam de Amerikaanse poot 93 procent van de 7,3 miljard winst van FCA voor zijn rekening. 

Hoe moet het nu verder?
De plotse dood van Marchionne vorige zomer viel samen met de terugloop van de autoverkoop in Europa. In 2018 verkochten Fiat, Maserati en Alfa respectievelijk 21,4 procent, 24,8 procent en 27 procent minder wagens en zakte het marktaandeel van FCA in Europa naar 6 procent. Ter vergelijking: het marktaandeel van Volkswagen in Europa bedraagt 23,1 procent, dat van PSA (Peugeot, Citroën en Opel) 15,8 procent.

Marchionne’s opvolger Mike Manley staat voor een zware opgave. Zijn voorganger heeft de voorbije tien jaar te weinig geïnvesteerd in nieuwe modellen en technologieën waardoor FCA nu zit opgescheept met een verouderd en te beperkt gamma, zonder elektrische modellen. Daardoor is het niet zeker dat FCA – zonder hulp van buitenaf - in 2021 de strenge Europese CO2-normen haalt. Daarom is de directie op zoek naar een geschikte partner die wel over die technologie beschikt. Naar verluidt lopen er gesprekken met PSA (Peugeot/Citroën), Renault en Tesla. Er is ook sprake van geheime overnamegesprekken met een niet nader genoemde Chinese autoconstructeur, maar zo’n constructie zou een slag in het gezicht zijn van ene Donald Trump, die een handelsoorlog uitvecht met China.  

Een definitieve beslissing is nog niet gevallen, maar de tijd dringt voor FCA. Wie nu de elektrische trein mist, raakt hopeloos achterop en kan een kruis maken over zijn toekomst. Wat in het geval van de Italiaans/Amerikaanse autogroep een betreurenswaardige ontwikkeling zou betekenen. Per slot van rekening hebben Alfa Romeo, Fiat en Maserati enorm veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de automobiel en ontelbare autofans onnoemelijk veel rijplezier bezorgd. Vooralsnog lijkt men in Turijn geloven in een goede afloop… hoop doet leven, ook na 120 jaar.

________________________
Abonneer je op Chapeau Magazine
Sluit nu een jaarabonnement af voor slechts €29,50 en ontvang vele extra's -> meer info <

Lees ook

Ontvang nu wekelijks een update over het goede leven in Limburg NL/BE.

Meld je nu aan!