Nieuwe toekomst voor de Jongens van de Branding

Maarten denkt terug aan zijn eerste pittige zomeravond in Maastricht 

Auteur: Maarten van Laarhoven
Zaterdag 23 februari 2019

Als afsluiter van een vruchtbaar zakelijk dagje Amsterdam had ik deze week afgesproken met een goede vriend, die ik al veel te lang niet meer gezien had. We zouden elkaar om 17 uur treffen in het roemruchte Café Eijlders in de Korte Leidsedwarsstraat, vlakbij het Leidseplein, maar dat ging pas om 16.30 uur open. Toen ik op de Prinsengracht uit lijn 12 stapte, had de klok net vier keer geslagen, voor mij een reden om nog even elders een veilig heenkomen te zoeken.

Ik schrok een beetje van wat ik allemaal aantrof rond het Leidseplein, waar ik al vele jaren niet meer was geweest. Waar ik ook keek, zag ik overdekte terrassen, bevolkt door types dikke-buik-met-wollen-muts-op-de-kruin, die zich op luidruchtige wijze bekommerden om hun grote glazen bier.

Beroemde leestafel

Zonder er verder acht op te slaan wandelde ik verder in de richting van het beroemde Café Americain – bekend om zijn schitterende art deco-inrichting - om me daar alvast een fris glas witte wijn te laten inschenken. Aan het begin van mijn carrière – een tijdvak diep verzonken in een grijs verleden – nam ik er maar wat graag plaats aan de beroemde leestafel, in de hoop een bekende schrijver of vakgenoot te spotten. Wat nog wel eens wilde lukken ook.

Een slonzig en volledig in het zwart gekleed lid van het bedienend personeel bracht me naar een plekje waar ik even rustig kon bellen. De drankenkaart bleek een smoezelig boekwerkje met beduimelde pagina’s. Door de complete wijnsectie had iemand met zwarte ballpoint een enorm kruis gezet: niet meer voorradig.   

Kennismaking met Maastricht

De laatste keer dat ik hier zo zat, moet in 1993 zijn geweest. Ik weet het nog vrij precies: in datzelfde jaar maakte ik voor de eerste keer kennis met de gastronomische kwaliteiten van Maastricht, een stad die ik tot dan toe voornamelijk kende van de vele rechtszaken die er hun oorsprong hadden, waarover ik als jonge rechtbankverslaggever mocht berichten.

Op 25 juni van dat jaar – een mooie warme vrijdagavond – maakte ik mijn opwachting in Indisch Eetcafé De Branding in de Koestraat. Samen met mijn gezelschap – een ranke schone met lange zwarte krullen - nam ik plaats aan tafel 4. We bestelden er twee rijsttafels ‘De Branding’ à 29,50 gulden, twee glazen port, één Jameson Irish Whiskey, een halve liter huiswijn en vier koffie. Allemaal ‘goederen’ die zonder bon niet mochten worden geruild, zo las ik vorige week op de handgeschreven rekening (totaalbedrag 92,50 gulden), die ik binnen drie minuten wist op te diepen uit een lade vol dierbare herinneringen.

Pittige rendang

Dat ik het nooit over mijn hart heb kunnen verkrijgen het bonnetje te prullemandiseren, zegt wellicht genoeg. Het werd een mooie avond. De betoverende sfeer die je destijds al kon aantreffen in dit deel van Maastricht was daar zeker debet aan; de ontwapende gastvrijheid die ons ten deel viel in het knusse eettentje van Vicky en Ab de Koning evenzeer. Wat ongetwijfeld ook heeft meegespeeld was de flair van mijn tafelgenote. Zij kwam op de bewuste avond even pittig uit de hoek als de rendang in een van de bakjes op ons tafeltje, maar dat terzijde.

Dat ik de afgelopen week het verleden - aan de hand van het handgeschreven bonnetje - opnieuw zijn werk liet doen, had overigens een reden: vlak ervoor had mij het verrassende nieuws bereikt dat Eetcafé De Branding op het punt stond te vertrekken uit de Koestraat, wat inmiddels ook is gebeurd. De huur die tegenwoordig wordt berekend in deze in alle opzichten sterk opgekalefaterde straat, was door de huidige generatie De Koning niet meer op te brengen.  

 

Niet verloren

Door het onverwachte nieuws borrelde een licht gevoel van weemoed in mij op: sinds ik in Limburg woon – inmiddels alweer zo’n tweeëntwintig jaar - ben ik regelmatig teruggegaan naar het knusse eettentje. En steeds als ik er was, slaagde ik erin mezelf even terug te katapulteren naar die mooie warme zomer van 1993.  

Gelukkig gaat De Branding – 36 jaar geleden een van de eerste echte eetgelegenheden in een straat die tegenwoordig bekendstaat als een van de culinaire pareltjes van de Maastrichtse binnenstad  - niet voor Maastricht verloren: Leslie en Raymond de Koning, de nazaten van de vorig jaar op 76-jarige leeftijd overleden Ab en de inmiddels 75-jarige Vicky, zetten het levenswerk van hun ouders voort. Weliswaar in een ander deel van de stad, maar toch.

Vol goede moed

Komende maand openen zij aan de Proosdijweg nummer 60 (in het hart van de wijk Mariaberg) een nieuwe zaak: De Jongens van de Branding. Zelf zijn ze vol goede moed. ,,Eigenlijk is het ook een beetje grappig dat we weer in een voormalig legendarisch (volks)café gaan zitten, in een buurt die - net als destijds de Koestraat - een beetje een slechte naam heeft”, laat Leslie weten. ,,Nu niet tegenover een frituur maar ernaast. Deze buurt zit echter in de lift en wordt helemaal gerenoveerd. Er komt een mooie fiets- en wandelweg. Er komt zelfs een klein parkje. We gaan net als in De Branding Indisch eten verkopen. Onze vaste klanten zullen hun favoriete gerechten ook daar kunnen eten. De kaart blijft namelijk voor het overgrote deel gelijk aan De Branding.”

Harry Mulisch

Leslie en Raymond kunnen het adresje waar hun beider ouders furore maakten met een gerust hart achterlaten. Het pand waarin Eetcafé De Branding zat wordt in gebruik genomen door een van de andere horeca-ondernemers in de straat. Een voortzetting van het succes is daarmee zo goed als zeker.  

Of het tegenwoordig zo treurig stemmende Café Americain in Amsterdam – waar Harry Mulisch zich in zijn begindagen als schrijver liet bellen om gezien te worden ('Telefoon voor de heer Mulisch!') – het op den lange duur eveneens zal redden, is maar sterk de vraag. American Hotel Amsterdam waar deze iconische zaak deel van uitmaakt, wordt omgebouwd tot… het eerste Hard Rock Hotel van Nederland.

Hopelijk komt er ook een nieuwe wijnkaart. Liefst een zonder slordige ballpointstrepen. Maar ach, wat maakt het uit: aangezien ik zelden pleeg te rocken, is de kans dat ik hem ooit te zien krijg uitermate klein.

Lees ook