Oprichten Belgische dochtervennootschap in 2019 nóg aantrekkelijker

Peeters Euregio Law in Hasselt verwacht veel belangstelling vanuit Nederland

Auteur: Maarten van Laarhoven
Dinsdag 15 januari 2019

Nederlandse ondernemers die op het punt staan hun activiteiten uit te breiden naar België, bijvoorbeeld vanuit Limburg, hebben ruwweg twee mogelijkheden: ze ontplooien hun bedrijfsactiviteiten vanuit een Belgisch bijkantoor, óf ze richten een aparte Belgische vennootschap op, die als dochterbedrijf van het Nederlandse bedrijf fungeert.

Welke variant het beste is, hangt af van de onderneming en is onder meer afhankelijk van het risico dat aan de nieuwe activiteit vasthangt. ,,Aan beide varianten kleven zowel voor-  als nadelen”, zegt Marco Wirtz van het Hasseltse advocatenkantoor Peeters Euregio Law, gespecialiseerd in grensoverschrijdend zakendoen. Als advocaat krijgt hij geregeld het verzoek van Nederlandse bedrijven om de mogelijkheden in kaart te brengen.

Samen met zijn collega’s Jan Peeters, Dries Peeters en Sofie Jacobs begeleidt de aan de Universiteit Maastricht opgeleide Wirtz Belgische, Nederlandse en Duitse bedrijven bij het ontplooien van grensoverschrijdende activiteiten. Peeters Euregio Law ziet de laatste jaren een sterke toename van het aantal Nederlandse bedrijven dat geïnteresseerd is om in België zaken te doen. En die belangstelling zal de komende jaren alleen maar groeien.

,,Het belangrijkste verschil tussen een dochtervennootschap en een bijkantoor is dat de laatste vorm geen aparte rechtspersoonlijkheid heeft”, legt Wirtz uit. ,,Kiest een Nederlandse onderneming voor een bijkantoor, dan blijft ze volledig verantwoordelijk voor de activiteiten van dit Belgische kantoor. Richt de Nederlandse onderneming daarentegen een dochtervennootschap op (meestal in de vorm van een BVBA, een vennootschapsvorm die vergelijkbaar is met de Nederlandse BV), dan is ze slechts in beperkte mate aansprakelijk voor het reilen en zeilen van de Belgische tak”, legt Wirtz uit.

Volgens de Hasseltse advocaat wijzigt het Belgische ondernemingsrecht in 2019 op een aantal belangrijke punten, waardoor het voor Nederlandse ondernemers een stuk aantrekkelijker en eenvoudiger zal zijn om een Belgische dochtervennootschap te openen. ,,Het is een beetje een technisch verhaal, dat we heel graag aan geïnteresseerde ondernemers uitleggen”, aldus de advocaat. ,,Het oprichten van een dochtervennootschap kent tal van voordelen. Wie meer wil weten is van harte welkom om vrijblijvend contact met ons op te nemen.”

Voor de oprichting van een dochtervennootschap is tussenkomst van een Belgische notaris vereist. Bij de oprichting van een bijkantoor is dit niet het geval. Wel moet een ondernemer rekening houden met het feit dat hij een aanzienlijk aantal documenten moet indienen. In de regel is hier de nodige tijd mee gemoeid, aangezien een aantal documenten gelegaliseerd moet worden. ,,Als je alles tegen elkaar afweegt, brengt de oprichting van een dochtervennootschap aanzienlijk minder administratieve rompslomp met zich mee”, schetst Marco Wirtz een ander voordeel van het oprichten van een dochtervennootschap aan de Belgische zijde van de grens.

De Hasseltse advocaat heeft overigens meer goed nieuws voor Nederlandse ondernemers die overwegen hun geluk aan de andere kant van de Belgische grens te beproeven. ,,Zoals ik al aangaf, wijzigt in de loop van 2019 het Belgische vennootschapsrecht. Dit brengt onder meer met zich mee dat voor de oprichting van een dochtervennootschap geen minimumkapitaal meer nodig is. Momenteel moet een bedrijf nog over een minimumkapitaal van ruim € 18.550 beschikken voor de oprichting van een BVBA. Maar die verplichting valt dit jaar dus weg, waardoor het voor bedrijven nog gemakkelijker wordt zich aan deze kant van de grens te vestigen. Uiteraard zijn wij hen daarbij graag van dienst.”

Fotograaf: Richard Stark

_______________________

Abonneer je op Chapeau Magazine
Sluit nu een jaarabonnement af voor slechts €29,50 en ontvang vele extra's -> meer info <

Lees ook