Help, kunstgras in de tuin

De opwindende geur van echte bloemen en gras

Auteur: Jo Cortenraedt
Dinsdag 5 juni 2018

Niet alles wat in Chapeau staat, komt overeen met mijn persoonlijke smaak. Want smaken verschillen en er zijn gelukkig veel mensen betrokken bij de inhoud van ons magazine.
En jawel, bij een aantal ‘trendtips’ moet ik soms zuchten. Pak nou de trends voor ‘buiten wonen’, die onze zeer gewaardeerde Ingrid Beckers in deze editie verzameld heeft na een rondgang langs een aantal ‘deskundigen’.
Dan kan ik me zeer wel vinden in de hoofdtitel ‘zwoele zomeravonden die eeuwig duren’. Daar hunker ik ook naar. Er komen de meest ingenieuze warmtebronnen voorbij om het ’s avonds niet te snel te laten afkoelen, en fraaie automatisch te bedienen overkappingen. Zeker een luxe en comfortabel.

Maar ik zit daar wat dubbel in. Hoe meer luxe buiten, hoe minder dat het ‘buiten’ lijkt en hoe meer ‘binnen’. Terwijl dat nou net niet de bedoeling was. Ik lees dat het ook steeds meer de trend wordt dat je allerlei apparatuur in de tuin met je smartphone kunt bedienen. Handig hoor. Al-leen, hoeveel blijft van de natuur over als je er zoveel elektronica inpompt? Thuis zijn we daar niet helemaal uit. Mijn vrouw is meer van het comfort, ook buiten. Zij komt van de stad, vindt zo’n tuin wel leuk, maar het moet wel gemakkelijk blijven. Liefst met een paar verharde wandelpaden, zodat de tuin ook begaanbaar wordt met modieuze schoenen, al dan niet met hakken.
Ik ben meer van de handen in de klei. Buitenlucht, aarde. Nou wil ik niet de orthodoxe natuurliefhebber uithangen die de natuur op alle plekken honderd procent de vrije hand geeft. Maar het moet op z’n minst wel écht zijn…
Als ik dan in deze zelfde Chapeau lees dat hout vervangen kan worden door keramische tegels met een ‘houtlook’, dan begint het bij mij te kriebelen. En het zweet breekt me helemaal uit als ik verderop in het stuk meekrijg dat volgens sommige tuinontwerpers de aanwezigheid van kunstgras, kunstplanten en kunstbomen best moet kunnen.


Het adagium dat je ‘met je tijd mee moet’, is niet altijd aan mij besteed. Op een aantal terreinen wel, maar iets dat écht is, dat spreekt me doorgaans het meeste aan. Dus echte bloemen, planten en bomen, liefst enigszins passend in de streek, echte groenten oftewel de biologische soorten. En echt gras, dat je ruikt bij het ochtendgloren of tijdens die oh zo lokkende, zwoele zomeravonden. Wat heb je nou aan een warme avond in juli, als je in de tuin zit en het plastic van het kunstgras ruikt? Aan dure parfum wordt vaak de kwaliteit ‘opwindend’ toegeschreven. Dat kan goed zijn. Maar ik heb dat meer met natuurlijke geuren van gras en de vele soorten bloemen. Héérlijk.
Ja, maar dat kunstgras hoef je niet te maaien, hoor ik u zeggen. Nou en? Trouwens – zo ben ik dan ook wel weer – met de aanschaf van zo’n koddige robotmaaier heb je daar geen omkijken meer naar. Her en der lees ik dat de ‘huidige generatie’ niet meer zoveel zin heeft om in de tuin te werken. Daarom wordt veel gekozen voor terrastegels, kiezels en zelfs beton. Ik als onverbeterlijke romanticus zou me in zo’n tuin doodongelukkig voelen.


Ik ben blij dat mijn vader me, in het kleine tuintje van ons arbeidershuis destijds, geleerd heeft welke verschillende bloemen er bloeien in de lente, de zomer en in het najaar. Dat ik weet hoe ik groenten moet telen en dat het niet onprettig is om met je handen in de aarde te woelen. Enerzijds inspannend, maar anderzijds heel ontspannend. Maar veel mensen weten dat niet meer. Toen ik onlangs voor een mooi ‘voor-jaarsboeket’ naar een bloemist ging, moest ik daar redelijk bijsturen, want de vriendelijke dame zou er anders pardoes een aantal zomervarianten tussen geduwd hebben. Welke kinderen weten nog dat de tulp met het voorjaar verbonden is, de roos met de zomer en de chrysant met de herfst?

Laat die zwoele zomeravonden maar komen, ik ben er klaar voor.