De rel op het VNG-congres in Maastricht

Wekelijkse zaterdagblog Jo Cortenraedt

Auteur: Jo Cortenraedt
Zaterdag 30 juni 2018

Ik was een van de weinige journalisten in de zaal, toen Tommy Wieringa 'voor de grap' zei dat het tijd werd dat er een aanslag was gepleegd op De Telegraaf. Presentator Twan Huys had hem daarnaar gevraagd, omdat de nacht ervoor een bestelauto bewust de ingang van het krantengebouw in Amsterdam had geramd.

Bij de redactie bestaat het vermoeden dat de Marokkaanse drugsmaffia erachter zit, omdat de krant daar onthullingen over gebracht heeft. Is niet zeker, zou goed kunnen.

Met zo'n drieduizend burgemeesters, gemeentesecretarissen, wethouders en andere bestuurders zat ik dinsdagochtend in het MECC in Maastricht, om enkele sprekers te aanhoren. Eerlijk gezegd was ik vooral gekomen voor het podiumgesprek met André Rieu. Hij had zich op verzoek van Annemarie Penn even hiervoor vrijgemaakt. Hij sprak spontaan en had een aantal leuke opmerkingen die in de zaal goed ontvangen werden.

Maar écht hard gelachen werd er eerder die ochtend bij het interview van Twan Huys met Tommy Wieringa. Die zei bijvoorbeeld dat hij Huys nog eens zou leren hoe je een interview moet doen. Zelf had Wieringa onder meer voor de VPRO een serie gemaakt met bewoners in grensgebieden. Er werden beelden vertoond, waarin hij sprak met smokkelaars. Lachen was dat.

Huys kondigde hem heel eervol aan als de nieuwe columnist van NRC Handelsblad. En aangezien dat de lijfkrant is van intellectueel en bestuurlijk Nederland, werd de man bij voorbaat al op een erepodium geplaatst. Bovendien merkte Huys nog op dat Wieringa een van de best geklede journalisten van Nederland is. Nou is dat niet zo lastig, want de meeste journalisten in ons land koesteren het merkwaardige  idee dat wanneer ze zich hullen in een oude spijkerbroek en een ongewassen T-shirt, dat ze dan betrouwbaarder en objectiever overkomen.

 Wieringa zei dus dat het tijd werd dat er een aanslag kwam op de Telegraaf en ook op Panorama, waarvan het gebouw een week eerder beschoten werd. Je zag meteen aan de gelaatsuitdrukking van Wieringa dat het als een kwinkslag bedoeld was. Ok, ieder z'n smaak. Alleen zag je dat Twan Huys niet zo goed wist wat hij er mee aan moest. Hij grijnsde. Maar een flink deel van de zaal ging veel verder. Velen bulderden van het lachen en klapten hartstochtelijk. En dat voelde heel raar in mijn maag.

De Telegraaf is niet de favoriete krant van bestuurlijk Nederland. Te 'populistisch'. En ook nog rechts. De andere landelijke kranten zijn doorgaans meer links georiënteerd, behalve het AD. Tegenwoordig ook de NRC, die is opgeschoven van liberaal naar links-liberaal.  Alles bij elkaar eigenlijk een beetje gek, want  links haalt geen meerderheid bij de verkiezingen.

Toen ik begon aan mijn journalistieke loopbaan, dacht ik zeker niet aan een functie bij de Telegraaf. Not done. En ik was links, want dat hoorde zo als journalist in Nederland. Maar ik ben nadien - noem het voortschrijdend inzicht - naar de neutrale kant opgeschoven. Niet links en niet rechts. Ik vind bijvoorbeeld Groen Links goed voor het milieu, maar veel te slap als het gaat om criminaliteit. Andersom wil de VVD harder optreden tegen de criminaliteit, maar loopt die partij achter als het gaat om duurzaamheid. En zo kan ik nog wel een paar pagina's doorgaan. Neutraal lijkt me voor een journalist een gewenste positie.

Uiteindelijk heb ik ook nog een tijd gewerkt als correspondent voor de Telegraaf, tegelijkertijd toen ook voor het NOS-journaal. De een 'n beetje rechts, de ander een beetje links.

Niet alle pagina's van de Telegraaf bevallen me. Zoals de pagina Privé. Kan ik niks mee. Sommige koppen zijn ook wat aan de sensationele kant. De vormgeving is wat rommelig, al doen ze dat bewust. En het aantal goede achtergrondverhalen is beperkt. Maar de Telegraaf is wel een goede nieuwskrant. Brengt veel primeurs. Niet alleen uit Den Haag, ook uit de rest van het land. De Financiële Telegraaf staat hoog aangeschreven. De sportkrant ook trouwens.

Maar waarom ik naast de NRC en De Limburger vooral de Telegraaf lees: de krant voelt aan wat 'op de straat' gebeurt. De bandeloze criminaliteit, het gevoel van onzekerheid onder burgers, schaduwkanten van de migratie, de problemen bij integratie,  de verkeersonveiligheid, het zijn thema's die broeien onder de oppervlakte. Omdat de verslaggevers van de Telegraaf nog op straat komen en niet achter hun bureau blijven zitten ergens op een industrieterrein, ontdekken ze dat eerder. En brengen ze dat nieuws zonder politieke correctheid of zelfcensuur.

Pas tamelijk recent kwamen andere kranten op het idee om 'meer de wijk in te gaan'. Om te horen wat er leeft. Dat is eigenlijk een gotspe. De journalisten horen altijd in de wijk te zitten.

Dat burgemeesters en wethouders lachen om een grap over een aanslag op De Telegraaf, niet allemaal trouwens, is gênant en pijnlijk. Je hoort hen vaak praten over de uitdaging om de kloof tussen burger en bestuur te verkleinen. Maar dan moet je jezelf niet elitair opstellen tegenover 'een krant van het volk'.  En zeker niet lachen om een aanslag op de persvrijheid.

Lees ook