Niet alles weggooien van 1968

De Zaterdagblog van Jo Cortenraedt

Zaterdag 19 mei 2018

Dezer dagen wordt in veel media stilgestaan bij het feit dat het vijftig jaar geleden is dat de beroemde studentenopstand in Parijs plaatsvond. Mei 1968 was dat dus. Dat was, even kort de bocht, tegen het ‘autoritaire systeem’.

Parijs was het beginsignaal van een forse cultuurverandering in de westerse wereld. De jeugd kwam min of meer in opstand, althans een deel daarvan. De jongens gingen lange haren dragen, de meisjes kozen voor andere kleding. Ze gingen zich ‘anders’ gedragen, varend op de deunen van de opkomende popmuziek, waarmee ze zich konden afzetten tegen de oudere garde die nog luisterde naar klassiek of het levenslied.

De ‘revolutie’, aangevoerd door studenten en gevolgd door bredere lagen van de bevolking, was zeker te merken op seksueel gebied. Ineens was bloot geen taboe meer en mede dankzij de pil konden de vrouwen hun eigen koers op dat gebied bepalen. Dat betekende nogal wat.  

In 1968 stond ik zelf pas aan het begin van de pubertijd, maar ik kreeg wel al snel mee wat er veranderde. In het dorp waar ik opgroeide gingen een aantal meisjes ‘mini-jurken’ dragen. Daar werd door de meer  ‘ouderwetse’ families schande over gesproken. Seksuele voorlichting was toen nog niet zo gewoon. En de dochters van de meest strenge ouders bleken het eerst in verwachting te raken, want hen was niet verteld hoe alles functioneert op dat gebied.

Zelf begon ik in die periode mijn haren ook te laten groeien. Dan hoorde ik erbij. En ik herinner me nog dat ik met opvallend paarse sokken door het dorp fietste. Ik wilde laten zien dat ik ook meeging in de verandering, zonder dat ik de bredere betekenis van mei 1968 toen al had meegekregen.

Niet veel later ging ik naar mijn eerste muziekoptreden van de Golden Earring in de Berghmans in Maastricht, daar waar dezer dagen een film wordt vertoond over het toenmalige ‘provo-broeinest’ Maastricht. Dat heet nu trouwens de Sterzaal. Dat was me wat, de Golden Earring live bijwonen als jong manneke. Ik was helemaal verkocht. Schakelde snel daarna over op de Rolling Stones.

Kreeg vrienden en vriendinnen uit de meer hippere families waar ‘ruimer’ werd gedacht, vooral als het op seks en naakt aankwam. Ik kan niet ontkennen dat me dat interesseerde. Dat minder preuts gedoe kwam natuurlijker over, en er was inderdaad een grote mate van ‘gelijkheid’ tussen jongens en meisjes. Dat voelde goed.

De ‘flower power’ maakte indruk. We volgden Woodstock voor zover mogelijk. Daar waar de ‘hippies’ dagen feest vierden, liefde deelden en vele wereldsterren in het begin van hun carrière zagen optreden.

‘Make peace, no war’. Meedoen aan demonstraties tegen de oorlog in Vietnam. Politiek begon toen interessant te worden en moest per definitie links zijn, want passend bij ‘de opstand’.

Ik kwam ook in de ‘scène’ terecht van een lokale popband. De jongens waren uit het dorp maar traden ook in de stad op. Daar doken de stadshippies erop en die introduceerden de geestverruimende middelen. Want daardoor zou het leven nog wat meer relaxed worden, dan kon je nog meer van alles genieten.

Gelukkig had ik van huis uit enige nuchterheid meegekregen. Na een paar trekken aan zo’n speciale sigaret vond ik het welletjes. Het deed me niks. En toen de stadsprovo’s het gebruik van pillen introduceerden om ’s nachts het bos in te gaan, wist ik zeker dat ik mijn eigen keuzes moest maken. Ze vertelden dat de bomen mooier werden, als je zo’n pilletje nam. Maar ik vond bomen en planten altijd al heel mooi, ook zonder pilletje.

Ik balanceerde een beetje tussen het traditionele dorp met de processies en tradities, en de stad waar alles anders moest en mocht. Het ene was me soms iets te boertig en in de stad hadden ze vaak een te grote mond.

Dat balanceren ben ik de rest van mijn leven blijven doen. Niet alles uit de hippe jaren was even geweldig. Naarmate ik ouder werd, veranderde de politieke koers naar meer neutraal. Past sowieso beter bij mijn vak. Maar die periode van toen heeft wel degelijk veel gebracht. De individuele vrijheid, de creativiteit, de betere positie van de vrouw en de ‘normalisering’ van seks, los van morele zedenpreken van pastoors en bijbelvaste volgers.

Op sommige gebieden zijn de hippies van toen naïef geweest en met hen soms hele politieke en maatschappelijke stromingen. Het ‘vrijheid-blijheid-idee’ heeft er in Nederland toe geleid dat het drugsbeleid zo liberaal is geworden, dat de criminaliteit daar omheen niet meer in te dammen is. Niks geen flower power meer, maar een keiharde straatoorlog. De raam-prostitutie in Amsterdam trekt inmiddels miljoenen toeristen, maar in feite gaat het hier om ordinaire mensenhandel, en niet om seksuele vrijheid. Integendeel zelfs. Dus het adagium van ‘alles moet kunnen’, dat werkt ook niet.

Maar helemaal terug naar vóór mei 1968, daar zit ik ook niet op te wachten. We moeten oppassen dat er niet een ‘contra-revolutie’ plaats gaat vinden, gevoed door allerlei invloeden, van religies tot aan hunkeraars naar de macht. De preutsheid begint weer terrein te winnen, op de stranden bijvoorbeeld, maar ook in de kunst en cultuur. Soms onder een vals argument zoals #metoo. Dan worden eeuwenoude schilderijen uit musea weggenomen, omdat er onschuldig naakt op te zien is.

We moeten mondig blijven, opdat alles niet voor niets is geweest.

 

Jo Cortenraedt

 

   

Lees ook