Warme herinnering

// Ludo Diels

Auteur: Ludo Diels
Woensdag 3 januari 2018

Zelfs met terugwerkende kracht kan ik een rood hoofd krijgen als ik aan mijn spijtoptanten denk. Er schuilt iets fysieks en onbedwingbaars aan bepaalde gedachten. Ze springen ineens tevoorschijn. Hoe gênanter de situatie, hoe vaker ze voor het geestesoog opdoemen. De herinnering is, vrij naar schrijver Cees Nooteboom, als een hond die gaat liggen waar hij wil. Vaak lijkt hij met de noorderzon verdwenen en dan staat het mormel ineens te janken en om aandacht te bedelen. Onthouden lijkt gemakkelijker dan vergeten. Op het onthouden kun je − onder normale omstandigheden − wel enige invloed uitoefenen. Vergeten is iets dat met een zekere willekeur te maken heeft. Niet jij bepaalt wat je vergeet, maar die hond in ons hoofd neemt dat voor zijn rekening. Ik verwens hem en koester hem, net als dat andere wezen, die innere Schweinhund die volgens de Duitsers in ons huist en ons de weg van de minste weerstand laat kiezen. De mens is een complex wezen.

Mij fascineert de verhouding tussen de werkelijkheid en de taal waarin we haar proberen te vangen. Je kunt, daar wees de Amerikaans-Britse dichter TS Eliot al op, een gedachte voelen. Zoals je de geur van een roos kunt opsnuiven. De wetenschap slaagt er niet in om de werkelijkheid in objectieve termen te beschrijven. H2O is immers iets anders dan het water op een schilderij van Claude Monet waarop we zelfs nog dromerig de waterlelies zien drijven. De wetenschap is abstract en waardevol. Kunst daarentegen is waarachtig, waardevol en werkelijk. Ze laat ons de werkelijkheid voelen, haar ervaren. Woorden kunnen ons doen watertanden. Dat vermogen heeft de wetenschap niet. Daar hebben we de literatuur en vooral de poëzie voor nodig. Kunst is de mooiste vorm van verzet tegen de zinloosheid van ons broodkruimeltjeslot. En humor niet te vergeten.

Terug naar de zin van de spijt en de complexiteit van de herinnering. Spijt heeft een lange adem. Angsten komen en gaan, maar de spijt knaagt voort in de tijd. Verdriet zit hier een beetje tussenin. Het neemt af, maar kwijt raak je het nooit. Draaglijk wordt het. Je leert ermee omgaan, als met een reumatische aandoening die zo nu en dan uit zijn pijnlijke sluimer ontwaakt en opflakkert. Mijn verdriet is warm. Door de jaren heen is het van kleur verschoten en warmer geworden. Het ijskoude van het begin slijt en neemt de lichaamstemperatuur over. Rouw is een vorm van verdriet die nooit overgaat, maar verandert. Het groeit met je leven mee. Je zou niet kunnen leven als de tijd niet zou helen.

Verwerken kun je rouw niet. Dat doe je met vuilnis. Nee rouw gaat nooit over. Het is net als de liefde een taai goed. Het wordt een onlosmakelijk deel van ons levensverhaal. Alleen door het te accepteren kun je verder leven. 
Een sterveling heeft heel wat te overwinnen voordat hij tenslotte toch ten onder gaat. Schaamte, verdriet, rouw en angst zijn hardnekkig. Geen leven zonder noodlot. Gelukkig hebben we humor en liefde om het allemaal te torsen. Humor verbindt de ratio met ons gevoel. Het is het beste middel tegen de onomkeerbaarheid van het lot. Liefde maakt het leven de moeite waard geleefd te worden. Wie lacht ervaart, als het maar voor even, de eeuwigheid. Het leven mag dan vergankelijk zijn. De liefde is dat gelukkig niet. Laat ons lachen, genieten van onze schaamtevolle rode konen en… de liefde koesteren.

Lees ook