Hulde aan de vakman en serveerster

Jo Cortenraedt

Auteur: Jo Cortenraedt
Woensdag 13 september 2017

Ouders van nu hopen dat hun kinderen later een blitse carrière maken. Als advocaat bijvoorbeeld, maar daar zijn er al heel veel van. Als communicatiemedewerker, daar zijn er nóg meer van. Als HR-functionaris, daar heb je ook al de nodigen van rondlopen. En dan hebben we het nog niet over de beleidsmedewerkers, de controllers en de marketingspecialisten. Als het even kan, dan is de universiteit als opleiding de aangewezen route of anders op z’n minst HBO. Ik hoop dat iedereen er gelukkig mee wordt en er goed van kan leven. Toch vind ik het jammer dat per definitie de hoogste salarissen gaan naar de mensen met zo’n HBO- of universitaire opleiding. In die zin, dat die functies niet altijd even noodzakelijk zijn of leiden tot meer resultaat van de betreffende instelling of het betreffende bedrijf. Daarentegen worden de ambachten, waar het handwerk nog telt, doorgaans veel lager beloond. Dat is zo gegroeid. Er waren minder hersens voor nodig, zo werd gedacht, en dus gold er ook een andere, lees lagere beloning voor.

Het gevolg is dat veel minder jongeren tegenwoordig zo’n vaktechnische opleiding kiezen. Dat is spijtig, want we krijgen een serieus tekort aan loodgieters, timmerlieden, elektriciens, tegelzetters en noem maar op. We moeten nu al een boel lui uit het Oostblok laten komen voor praktische klussen. Die zijn niet te beroerd om voor dat lage salaris de handen uit de mouwen te steken. Ik denk dat als de vaklui beter betaald zouden worden en meer status zouden krijgen, dat dan ook weer meer jongeren dergelijke opleidingen zouden gaan kiezen. Ik ben zelf niet de handigste en het is ook wat laat om me nog te laten omscholen. Maar ik denk dat zo’n handwerk best z’n charmes heeft. Immers, je creëert wat, er komt iets uit je handen. En je hoeft niet of nauwelijks te vergaderen, dat is ook pure winst.

Het vak van kok schijnt ook steeds minder jongeren te trekken, en zeker dat van restaurantbediende. Niet alleen is de betaling mager, de werktijden zijn ook nog niet zo aantrekkelijk, namelijk veel ’s avonds en in de weekeinden. Daar zou best een betere betaling tegenover mogen staan. De restaurateurs krijgen dat moeilijk voor elkaar, want ze durven het niet door te rekenen naar de klant. Zeker niet naar degenen die over elke euro vallen op de rekening. Of degenen die alleen maar de social deals aflopen om ergens voor de helft te kunnen gaan eten.

Ik zat laatst in een restaurant waar een jonge serveer-ster werkte van wie het enthousiasme afspatte. Een wereldtopper. Ze straalde aan alle kanten, reageerde gevat op elke gast in Nederlands, Duits en Engels, was behendig en uitermate ontspannen. ‘Ik dacht eerst dat de horeca niets voor mij zou zijn, maar ik vind het heel leuk,’ vertelde ze. De vraag is hoe lang ze het gaat vol-houden, maar zo iemand maakt de hele avond goed, nog los van de kwaliteit van eten en drinken. In Cannes bij het filmfestival zie ik elk jaar dezelfde obers, al enkele decennia lang. Het zijn vaklui. Be-kwaam en vriendelijk. Dat geeft vertrouwen, het is een gevoel van thuiskomen. In onze contreien is dat veel minder. Helaas, want het zou mooi zijn als het restaurantvak, zowel in de keuken als in ‘de zaal’, meer gewaardeerd zou worden. Zowel in geld als ook in complimenten. Want een goede bediende kan veel meer dan ‘eten brengen’. Die kan misschien wel veel meer dan menige HBO-er met een functie waar nie-mand qua omschrijving nog wijs uit wordt.

 

 
vorige artikel volgend artikel

Lees ook