IJskoud met een warm hart

Het ijs van ome Anton

Auteur: Ludo Diels
Zaterdag 9 september 2017

Dat ik niet ziek werd tijdens de rondreis door India kwam geheid door het ijs van ome Anton, de ijsboer. Ome Anton was een obscure figuur. Elke dag kwam deze gezette man in een slome Ford Taunus langs. In zijn kofferbak, naast de gasinstallatie, stonden de koelboxen. Anton parkeerde zijn auto op de stoep en nog voordat hij zijn schoolbel rinkelde, stroomden de kinderen uit alle hoeken zijn kant op. De ijsboer werd al gauw ‘Ome Anton’ genoemd.
Mijn vader had me voor die man gewaarschuwd. Niet voor de persoon, want ome Anton was een aardige knakker, maar voor zijn ijs. ‘Ome Anton met zijn bacteriënijs’ werd in onze straat een gevleugelde uitspraak. Maar als het op ijs aankomt, neemt men graag een risico. Dat geldt voor ijs in alle denkbare vormen. IJs dwingt een mens tot moed. Zo ook het bacteriënijs uit d’r ieskiebel van ome Anton. Hij was in de letterlijke betekenis van het woord een opschepper. Anton had een paar handen uit de gloriedagen van de mijnindustrie. Terwijl andere mannen van zijn leeftijd zich lieten omscholen tot leraar wiskunde, boekhouder of buschauffeur, had Anton voor een carrière als ondernemer gekozen in de ijs-business. Zoals hij nog slechts een paar jaar voorheen met een drilboor en kaphouweel de koollagen uit de grond had geslagen, zo ging hij nu tekeer in zijn kofferbak.
Vrijwel elke dag legde hij hetzelfde parcours af. Meestal was het ijs al iets ontdooid als hij in mijn straat arriveerde. Anton werd aan het eind van zijn route ook altijd wat vrijgeviger. Hij kon de gesmolten pap immers niet meer meenemen naar huis. Dan maar uitdelen. Of je nu een dubbeltje had, een stuiver of rijksdaalder, het maakte Anton niet uit. Zelfs kinderen die verlekkerd, maar zonder zakcent naar het ijsspektakel keken, werden door Anton rijkelijk bediend. Het was druk. En ook ’s mans vrijgevigheid had zich rondgesproken. Op een bepaald moment was het zelfs zo, dat ouders hun kinderen naar ome Anton stuurden omdat je toch niet hoefde te betalen. Ruimhartigheid kan slecht uitpakken voor een ondernemer. Af en toe nam hij zijn vrouw mee, die qua postuur toch nog menige bak had leeg gelikt als haar man moe en niet zo voldaan huiswaarts keerde. Zij was, in tegenstelling tot haar man, het zakelijk geweten van de firma. Als zij er was, moest je betalen, zo eenvoudig was dat. De vrouw achter een grote man is heel vaak het brein achter het succes. Ome Anton was meer kindervriend dan zakenman.
Natuurlijk was de ijsverkoop illegaal. Maar er was veel illegaal in die tijd. De cafébaas, een eind verderop, ging zijn vaten halen in België. Van één buurman was bekend dat hij zich ’s nachts uit iedere moestuin een groenteschotel bij elkaar jatte. Niemand zei er wat van. Iedereen wist het. Schijnheiligheid was heel normaal in die goede oude tijd.
Ik ken ze nog allemaal, de eerlijke dieven en charmante bedriegers van vroeger. En ikzelf? Nou ja, mij smaakten de pruimen van de buren ook beter dan die van ons. Het gras was altijd al groener aan de overkant. De vooruitgang heeft mensen als ome Anton de kop gekost. Na zijn ijsje kwam je de week weer door en bouwde je een levenslange immuniteit op tegen buiktyfus in het verre buitenland. Ik verlang beslist niet naar vroeger. Dat is buiten zinloos vooral zielig. Wel verlang ik af en toe naar een figuur als ome Anton. Niet omwille van zijn product, maar omdat hij een romantisch verlangen in me aanwakkert als man die stoer zijn eigen weg koos. Toen de zekerheid van de mijn wegviel, bleef hij doorboren en scheppen; in een pak met ijs. Ome Anton was mijn onverzettelijke held. Nu herinner ik me hem als een dodo, een uitgestorven diersoort in het plakboek van mijn herinnering.

 

 
vorige artikel volgend artikel

Lees ook

Het ijs van ome Anton