Alles goedkoper?

De wekelijkse zaterdagblog van Jo Cortenraedt

Zaterdag 24 juni 2017

Ik las dat er in Maastricht een tweede Preuvenemint komt onder de naam Preuveneboschstraotketeer. Dat zou dan in het weekeinde voor het Preuvenemint zijn.

Echt origineel lijkt me dat niet, maar tegenwoordig is originaliteit niet meer zo’n thema geloof ik. Als je ziet hoeveel ideeën gejat worden en dan verkocht worden als zijnde het eigen idee, ik sta daar versteld van. Schaamteloos.

Enfin, de organisatie zegt dat het grote verschil met het echte Preuvenemint de prijs zal zijn. ‘Voor minder dan 1 euro kun je bij ons al terecht’. Zo, dat is nog eens een statement. Daarmee wordt min of meer gesuggereerd dat je op ’t Preuvenemint teveel betaalt. En je hoort dat mensen wel vaker beweren. ‘Het is hartstikke duur op ’t Preuvenemint’.

Ik denk dat dit nogal ongenuanceerd is. Misschien krijg je daar in de Boschstraat een knakworstje voor 1 euro. Je moet sowieso geen appels met peren vergelijken. En bovendien, op ’t Preuvenemint kun je zelf kiezen of je naar een wat chiquere stand met culinaire gerechtjes gaat, die dan ook wat hoger in de prijs liggen, of naar een meer laagdrempelige stand, waar wat populairder voedsel wordt versterkt, tegen minder Preuvenelappen.

In ieder geval is het zo dat er maar weinig restaurants zijn in dat weekeinde op het Vrijthof, die echt veel over houden aan het festijn, ondanks alle drukte. Niet alleen is er de afdracht voor het goede doel, maar de kosten zijn ook zeer aanzienlijk en bovendien ben je vaak genoodzaakt om je eigen zaak dan zolang te sluiten.

Uiteraard hebben mensen met een groter bestedingsbudget gemakkelijker praten dan degenen die het zuinigjes aan moeten doen. Maar het is nu eenmaal zo dat een bepaalde kwaliteit geld kost.

Niettemin, de term ‘goedkoper’ werkt als een magneet, zowel voor rijken als voor armen. Als men hoort dat iets daar of daar ‘goedkoper’ is, dan hups, dan gaan ze met z’n allen daar naartoe. Of ook de service en de kwaliteit hetzelfde is, dan is dan kennelijk minder van belang.

Het klagen over duur of over schadevergoeding gaat mij soms wat te ver. Bijvoorbeeld in het schandaal rond het verbruik van auto’s. Ik heb rijders van nieuwe Volkswagens al horen eisen dat ze de hele aanschafprijs van een auto vergoed willen krijgen, ook al hebben ze er al duizenden kilometers mee gereden. En dat omdat de fabriek kennelijk het verbruik van het model wat te optimistisch heeft gecommuniceerd in de folder. Niet dat ik dat goedkeur, maar om daar nu een slaatje uit te slaan. Een bepaalde vergoeding zou ik me nog kunnen voorstellen, maar de complete aanschafprijs terug, ik vind het nogal brutaal. Bovendien, ik neem die gegevens in zo’n brochure altijd met een korreltje zout. Je voelt toch aan je klompen aan dat brochures van producten het altijd wat rooskleuriger doen voorkomen dan het is. Dat heet reclame. Net zoals goed als dat het ene wasmiddel beweert dat het meer borden afwast dan het andere. Het zal me een rotzorg zijn eerlijk gezegd.

Nee, na de smog van deze week tijdens de hittegolf, heb ik me wel bedacht dat we er een zootje van gemaakt hebben, met al die smerige lucht. Ik ga bij de aanschaf van een volgende wagen toch eens nadenken of een elektrisch voertuig. En dan zal in de folder op een gegeven moment wel beweerd worden dat ik bijvoorbeeld 400 kilometer zonder opladen mee kan rijden. Dan gok ik zelf automatisch al op 300 tot 350 km. Ook al aardig en niet direct aanleiding voor een claim. Schone lucht vind ik dan belangrijker dan hebberigheid.

 

Jo Cortenraedt

Lees ook