Bij het overlijden van Helmut Kohl

Ruud en Helmut - ‘Ich bin hungrig’

Auteur: Jo Cortenreadt en Maarten van Laarhoven
Zaterdag 17 juni 2017

Er  waren maar weinigen die er iets van merkten, die koude decemberdagen in 1991  in Maastricht.  De Nederlandse minister-president Ruud Lubbers toonde zich een goede gastheer als voorzitter van de tweedaagse Eurotop.  Vriendelijk en warmhartig heette hij iedereen welkom bij de entree van het Provinciehuis. Ook de Duitse Bondskanselier Helmut Kohl. Er was wel een akkefietje geweest over de hereniging van Duitsland, waarbij de machtige Duitse regeringsleider de indruk had gekregen dat zijn Nederlandse collega daar niet zo’n voorstander van was. Maar slechts weinigen, zoals de Duitse minister van financiën Theo Waigel, konden aan de lichaamstaal merken dat het niet de allerbeste vrienden waren. En Lubbers zelf verkeerde in Maastricht in de veronderstelling  dat de soep niet zo heet gegeten werd, maar onderschatte hoe gevoelig dat bij ‘der Helmut’ lag.

Bovendien, ze hadden beiden belang bij een goed resultaat op deze Eurotop, op z’n minst een akkoord over een op richten monetaire unie.

De volgens Kohl te kritische opstelling van Lubbers ten aanzien van de hereniging van Duitsland, zorgde in de periode waarin dat speelde voor een  verkoelde verhouding. Maar ook de persoonlijke stijl van beide politici was verschillend. Helmut Kohl was een levensgenieter. Bij een politieke top hoort ook een goede maaltijd, zo vond de Duitse regeringsleider. Terwijl Ruud Lubbers ondanks zijn katholieke achtergrond die Bourgondische inslag miste. Hij was vooral een harde werker. Tekenend is zijn telefoontje dat hij op die 9 december vanuit het Gouvernement naar koningin Beatrix pleegde, die op dat moment op Château Neercanne wachtte op de hoge Europese gasten voor een vorstelijke lunch. De Nederlandse premier deed hare majesteit de suggestie om de drie culinaire gangen alsnog in te ruilen voor een meer eenvoudige broodmaaltijd, met als argument dat de onderhandelingen niet wilden vlotten en hij alle tijd nodig had om er vaart in te brengen. Volgens aanwezigen reageerde de koningin furieus. Met haar voeten stampend op de trap van het restaurant, maakte ze de voorzitter van de topconferentie duidelijk dat geen haar op haar hoofd eraan dacht om de geplande lunch met de drie voorbereide gangen van chef-kok Hans Snijders op het laatste moment te annuleren. Ze vond dat ze een slechte gastvrouw zou zijn als ze de Franse president François Mitterrand en de andere Europese regeringsleiders met ‘een broodje kaas’ zou afschepen.

Ruud Lubbers legde zich neer bij de wens van koningin Beatrix. Helmut Kohl en François Mitterrand, beiden liefhebbers van een smakelijke maaltijd en een goed glas wijn, zullen de suggestie van hun gastheer waarschijnlijk niet hebben meegekregen. Gelukkig maar, want met een broodje kaas was het hele verdrag er mogelijk niet gekomen. Immers, juist tijdens die lunch die behoorlijk uitliep, ontstond er een aangename en positieve sfeer, waarin het mogelijk werd dat partijen nader tot elkaar kwam. Zeker toen de Nederlandse koningin in haar tafelspeech met de opmerkelijke geste kwam dat ze bereid was om haar hoofd ‘te offeren’ ten gunste van een gezamenlijke Europese munt. Oftewel, zij was bereid af te zien van haar beeltenis op de toekomstige euro, terwijl op dat moment haar portret nog prijkte op de Nederlandse gulden.

En Lubbers kan zich 25 jaar na die Eurotop nog goed herinneren dat Kohl behoefte had aan een goede maaltijd. „Voor zo’n fors gebouwde man ook wel begrijpelijk. ‘Ich bin hungrig’, zei hij expliciet. Helmut vond dat vergaderingen niet te lang moesten duren. Hij was wel voor onderhandelingen, maar bij een-op-een-gesprekken ging dat volgens hem wat vlotter. Die heb ik in Maastricht dan ook met hem gevoerd, tussen de vergaderingen door. En zelf toog hij ’s ochtends nog naar Valkenburg om met François Mitterrand te ontbijten. Dat was typisch Kohl, eten en praten tegelijk.” 

Ruud Lubbers zelf concludeert nu dat de wat kille verhouding tussen hem en Kohl een goede samenwerking tijdens de Eurotop in Maastricht niet in de weg gestaan. „Nee”, zegt de toenmalige Nederlandse voorzitter van de conferentie tamelijk nuchter en tegelijk berustend. „Helmut en ik  hebben in Maastricht op een normale wijze gecommuniceerd en zaken gedaan. Hij liet niet merken dat we eerder wel van mening verschilden over diverse kwesties. Zo vroeg hij mij ooit om de vrijlating van ‘de drie van Breda’.  Ik heb hem toen het boek ‘De Aanslag’ van Harry Mulisch gegeven. Hij moest begrijpen hoe diep de gevoelens waren in Nederland ten aanzien van deze oorlogsmisdadigers.”

Kohl had de indruk gekregen dat Lubbers niet erg pro-Duits was. „In verkiezingstijd en met de hereniging van Duitsland in volle gang had Kohl het idee geopperd dat Silezië bij Duitsland gevoegd zou moeten worden. Dat zou erop neerkomen dat de Oder-Neissegrens ongedaan zou worden gemaakt. Dat zou dus verder gaan de hereniging zoals die uiteindelijk tot gebeurd. De Oder-Neissegrens was niet realistisch en teveel van het goede, dat vond ik echt. Bovendien beschouwden wij Nederlanders de Polen vanuit de oorlog als geallieerden. Ik zei hem toen: ‘Helmut, dat kun je niet maken. Ik snap wel je electorale argumenten, maar dit gaat te ver’. Nadien heeft hij zich tegen mijn Belgische collega WIlfried Martens laten ontvallen: ‘Der Ruud is nicht Deutsch freundlich’.  Terwijl dat onjuist was. Mijn moeder was notabene Duits. Mijn vader had in een Duits gevangenkamp gezeten. Maar mijn advies was welgemeend. Ik bedoelde het goed.”

Theo Waigel herinnert zich de verhouding tussen Kohl en Lubbers in Maastricht nog goed. „Nee, Kohl en Lubbers waren geen vrienden. Voor Helmut Kohl was de Duitse hereniging enorm belangrijk en terecht.  Hij lette er heel goed op wie in Europa en daarbuiten de hereniging het meest ondersteunde. Dat was voor hem een grote morele kwestie. Op dat lijstje van sympathisanten stond Lubbers niet. Kohl vond dat de Nederlandse minister-president te kritisch was en te weinig zijn steun uitsprak. Gelijkertijd besefte de Bondskanselier wel dat Nederland een betrouwbare handelspartner was en ook in monetaire kwesties gelijk optrok met Duitsland. Dus zakelijk wilde hij wel een goede band houden met Nederland. Maar als mensen onder elkaar liep het niet echt soepel. Die dingen gebeuren, zeker ook in de politiek. Het klikt of het klikt niet.”

Helmut Kohl had Ruud Lubbers wel nodig in Maastricht om zijn doel voor een Europese monetaire unie te bereiken. Dat besefte Lubbers zelf ook. „Met Helmut Kohl had ik in de weken voor de top van Maastricht al afgesproken dat we er daar alles aan zouden doen om de oprichting van een monetaire unie erdoor te krijgen, dus in die zin hadden we een gezamenlijke strategie. In feite had John Major de sleutelpositie, want als de Britten hun veto tegen een Europese munt zouden uitspreken, dan ging het hele verhaal niet door en kwam er geen verdrag. Kohl wist dat ik een goede band had met Major, trouwens ook met zijn voorgangster Margaret Thatcher. Met haar had ik kort daarvoor nog geluncht in Parijs en toen vertelde ze me dat ze John Major op het oog had als haar opvolger. Maggie en ik konden goed met elkaar opschieten. Sowieso had Nederland altijd een prima relatie met de Britten. Dus was het ook voor Duitsland van belang dat Nederland hen over de streep trok, zij het onder de voorwaarde dat zelf niet met die munt hoefden te doen. In die zin heb ik dus ook met Kohl goed kunnen samenwerken in Maastricht.”

Nadien nam Lubbers nog enige pogingen bij latere ontmoetingen om de kou uit de lucht te halen, maar het kwam nooit meer echt goed tussen de twee. „We spraken elkaar nog op diverse conferenties daarna, maar het oude zeer was bij Helmut Kohl niet helemaal weggenomen. „Blijkbaar heeft hij me die opstelling ten aanzien van de hereniging kwalijk genomen en nadien heeft hij me in het pak genaaid door mijn beoogde opvolging van Jacques Delors als voorzitter van de Europese Commissie  te blokkeren. Felipe González had me voorgedragen, maar Helmut hield het tegen. En uiteindelijk schaarde François Mitterrand zich aan diens kant. Maar veelzeggend voor mij was dat ik later door Mitterrand ben uitgenodigd voor een lunch in Parijs ter ere van zijn afscheid. IK heb daar nooit eerder over gesproken. De Franse president verontschuldigde zich toen dat hij zich tegen mijn benoeming had gekeerd. ‘Ik kon het niet maken Ruud,  om Helmut af te vallen. Maar je hebt wel de kwaliteiten voor die post. Misschien had ik daar toch een ander standpunt bij moeten innemen. Mijn excuses.’ En ach, ik ben beleefd gebleven.“  Ruud Lubbers zucht maar toont weinig emotie. Hij beseft dat de historie onomkeerbaar is. „Die dingen gaan zo. Ik was er niet door verbitterd, al vond ik het jammer. Achteraf kan ik wel beter de houding van Helmut Kohl begrijpen. Hij zat emotioneel diep in die kwestie van de hereniging en ging vooral op zijn gevoel af. Ik vond mijn standpunt helder en reëel, maar misschien had ik dat anders moeten verwoorden toen. Maar goed, ik ben daarna hoogleraar globalisering geworden en Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties. Ook daar heb ik me ingezet voor het beste resultaat.”

 

Lees ook