Zoektocht naar remedie tegen hartritmestoornissen

Cardioloog Harry Crijns leidt breed onderzoek Maastricht UMC+

Auteur: Jos Cortenraad
Dinsdag 7 februari 2017

Harry Crijns uit Voerendaal was voorbestemd om boer te worden, maar hij koos voor de geneeskunde. Voor de cardiologie om precies te zijn, het vak waarin hij wereldwijd geldt als een autoriteit. Vanuit het Maastricht UMC+ werkt hij nu aan een onderzoek dat moet leiden naar een remedie tegen boezemfibrilleren, in de volksmond beter bekend als ‘hartritmestoornissen’.

Voordat hij van wal steekt, laat professor Harry Crijns het uit de kluiten gewassen schoolbord in zijn werkkamer tot in de hoekjes schoonvegen. Snel blijkt waarom: het hoofd van de afdeling cardiologie van het MUMC+ legt graag aan de hand van schematische tekeningen van het hart uit waar hij en zijn 40 cardiologen, 20 assistenten en 40 onderzoekers in Maastricht dagelijks mee bezig zijn.

Vooruitgang

In een meer dan boeiend ‘college’ van anderhalf uur doet hij met behulp van de rode viltstift uit de doeken hoe het menselijk hart functioneert. “Tot voor kort”, zegt hij, “hebben we in cardiologie het accent gelegd op de pompfunctie van het hart. Meer specifiek: wat zijn de oorzaken van een onvoldoende pompfunctie en wat kunnen we daaraan doen? Heel vaak was het infarct verantwoordelijk voor vroegtijdig overlijden of al dan niet ernstige invaliditeit. Op dat vlak hebben we enorme vooruitgang geboekt. In amper een kwart eeuw tijd is het aantal sterfgevallen door een infarct gehalveerd. Dat hebben we bereikt door een cocktail van acute dotterbehandeling en gesmeerd lopende logistieke samenwerking tussen GGD en cardiologen. Als na een infarct snel gedotterd wordt, is volledig herstel goed mogelijk. Daarnaast hebben we medicijnen om infarcten te voorkomen, bijvoorbeeld bloedverdunners en cholesterolverlagers. Gezond leven, niet roken en meer bewegen brengen de cijfers nog verder omlaag.”

Fibrilleren

Overdreven gesteld zou je kunnen zeggen dat op dit terrein weinig meer te winnen is. “Nou, dat gaat wat ver.  Hier in het Hart- en VaatCentrum van Maastricht UMC+ hebben we echter de focus gelegd op het boezemfibrilleren. Een aandoening die één op de vier veertigplussers vroeger of later kan treffen, veel klachten met zich meebrengt en op termijn ook regelmatig fataal is. Wij willen graag weten hoe de hartritmestoornissen ontstaan, hoe we die kunnen beheersen en of er medicijnen tegen ontwikkeld kunnen worden.”

Harry Crijns groeide op in een groot gezin in Voerendaal waar zijn vader de boerderij van diens vader voortzette. Junior was de logische opvolger, maar de lokroep van de geneeskunde was sterker. Na opleidingen in Amsterdam en Groningen legde hij zich in de laatste stad toe op onderzoek. In 2001 volgde hij in Maastricht de befaamde Hein Wellens op.

Op hol

De rode stift vliegt over het bord. “Kijk”, legt Harry Crijns uit, “hier aan de rand van de boezem zit de AV-knoop die een elektrisch stroompje naar de hartspier stuurt. Normaal gesproken zo’n 60 keer per minuut. Als er iets mis is met de stroomvoorziening dan slaat het hart op hol. Je voelt het bonken, overslaan, je wordt misselijk en duizelig. Meestal corrigeert het systeem zichzelf of kunnen we met een elektroshock het ritme herstellen, maar vaak herhalen de klachten zich in een steeds hoger tempo. Veel mensen ontwikkelen zo een permanent ritme van wel 150 slagen per minuut. Je gaat er niet direct dood van, echter je verliest energie, bent moe en functioneert steeds slechter. Blijft het ritme zo hoog, dan is het plaatsen van een pacemaker een remedie.”

Naast de fysieke klachten verhoogt het snelle hartritme bij een grote groep patiënten de kans op trombose in het hart. “We zien een duidelijk effect van trombine; normaliter zorgt dat  stofje voor de stolling van het bloed. Bij een verstoring van het hartritme stolt het bloed sneller. Waarom is onduidelijk. Daardoor ontstaan bloedpropjes die uiteindelijk kunnen leiden tot bijvoorbeeld een herseninfarct. We denken dat door trombine de wand van de boezems van het hart aangetast worden, omdat we bij deze patiënten ter plaatse veel littekenweefsel vinden.”

Onderzoek

Reden voor Harry Crijns om een breed onderzoek te starten. Hij toont een piepklein apparaatje ter grootte van twee kauwgummetjes. “Dit brengen we onderhuids aan bij de mensen die we hier zien met hartritmestoornissen. Uiteraard met hun instemming. Dat apparaatje stuurt via internet permanent een elektrocardiogram door plus nog wat essentiële data. Wij checken die en kunnen dus precies zien wanneer een stoornis optreedt. Die gegevens gaan we combineren met informatie over bloedstolling, hartfunctie, symptomen, gezond gedrag, enzovoort. We willen vooral weten waarom het fibrilleren bij de ene patiënt erger wordt dan bij de ander en waarom bij de een de stolling verandert en bij de ander niet. We kunnen dan ook beter vaststellen wie meer risico loopt op een infarct en daarop preventief actie ondernemen. Over vijf jaar denk ik dat we medicijnen kunnen gaan testen.”

Fondsen

Het onderzoek is afgelopen zomer gestart. “We hebben echter nog fondsen nodig”, besluit Harry Crijns. “Vooral voor analyseapparatuur en materialen voor labonderzoek. Hoe belangrijk en relevant onderzoek ook, het is altijd vechten om geld. We zijn daarom erg blij als er via de Health Foundation Limburg een bijdrage komt.”

Health Foundation Limburg (HFL) werft fondsen voor wetenschappelijk onderzoek in Maastricht UMC+. Dat onderzoek richt zich op kanker, hart- en vaatziekten, geestelijke gezondheidszorg en chronische ziekten. Wilt u het onderzoek van prof. Harry Crijns steunen, dan kunt u een bijdrage overmaken op rekeningnummer NL54INGB0657181420 ten name van HFL Hart- en Vaatziekten. Kijk verder op www.hflhartenvaatziekten.nl

 

Foto's: Serge Technau

Lees ook