Reis naar het land van Fidel

De wekelijkse zaterdagblog van Jo Cortenraedt

Zaterdag 26 november 2016

Hij heeft het nog heel lang volgehouden, maar uiteindelijk is ook een revolutionair niet onsterfelijk, dus moest ook Fidel Castro eraan geloven. Hij heeft de 90 gehaald, een hele prestatie.

Het brengt me bij een aantal herinneringen aan Cuba. In de jaren zeventig was ik als fervent lezer van weekbladen als de Groene Amsterdammer en De Nieuwe Linie er redelijk van overtuigd dat dit tropische eiland een van de weinige landen op aarde was waar het paradijs toch al tamelijk in de buurt kwam. De wapenfeiten waren niet niks: gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, iedereen gelijk, geen discriminatie, macht aan het volk. Er waren geen grootgrondbezitters die een heel volk onder de knoet hielden en het land uitmelkten. Amerikaanse multinationals waren er ook niet de baas, ze mochten zelfs niet binnen.  Zeker in die tijd, waarin ook de demonstraties tegen de oorlog in Vietnam werden gehouden, sprak dat wel aan.

En er was één man die dat voor mekaar had gekregen: Fidel Castro. Een ware revolutionair, die de kapitalisten had verjaagd.

Ik vrees dat ik in het verre verleden ook nog wel eens een opinieverhaal heb geschreven op basis van ‘research’  waarbij ik bovengenoemde en andere bronnen gebruikte om een ‘compleet beeld’ te krijgen.  Het was ook in die tijd dat de Sandinisten in Nicaragua ook wel op mijn steun konden rekenen, hun leider Daniel Ortega voorop. Ik heb de goede man nadien nog eens de hand geschud, hij is er nog altijd de baas, nu samen met zijn vrouw.

Gedurende de jaren heb ik geleerd dat ik toch maar eerst zelf op locatie de boel moet waarnemen, alvorens me er een mening over te vormen, zeker beroepshalve. En zo toog ik een aantal keren naar Cuba, het mooie eiland in de Caribische Zee, met een prachtige blauwe zee, wuivende palmen, een heerlijke temperatuur. Wat wil je nog meer, zeker als ook nog ‘het volk’ het er voor het zeggen heeft?  

De werkelijkheid was helaas keer op keer anders. Niemand had de macht, behalve president Fidel en zijn kornuiten. Wie het niet met hen eens was, verdween achter de tralies. Het land was verpauperd. Het is voor de toerist wel leuk om die gekleurde grote Amerikaanse bakken te zien rondrijden, maar de oorzaak was pijnlijk, er was geen geld voor moderne auto’s, op wat Russische Lada’s na.

Armoe en ellende. Maar dat was nog niet het ergste. De mensen waren totaal niet vrij, ze vertrouwden elkaar niet. Cuba was een tropische variant van de DDR. Iets minder treurig op het eerste oog vanwege de palmbomen, maar eigenlijk even grauw. En net als in de DDR was er een perfect kliksysteem ingevoerd. De partij, de communisten dus, die bepaalde alles. Maar het was lastig om te weten wie als verklikker werkte voor de partij.

De mensen waren bang. Ze hadden niks. Veel jonge vrouwen probeerden de toeristen te verleiden en hoefden dan geen geld, maar een nieuw paar schoenen of een pantalon. Genante prostitutie. Als je een Cubaanse meid ook maar een beetje aanlachte, had je al een huwelijksaanzoek te pakken. Ze wilden weg van het eiland, ze wilden vrijheid.

Als buitenlandse journalist werd je al helemaal in de gaten gehouden. Contact met de bevolking was moeilijk, maar men kon het niet helemaal voorkomen. Bij excursies naar pakweg een sigarenfabriek kon je toch altijd wel stiekem even een praatje maken. En dan kwam de ellende met bakken over je heen.

Afgeknapt kwam ik terug. Weg idealisme, ik had in den beginne kennelijk gesympathiseerd met een dictator.

En het is nog altijd een dictatuur, al heeft z’n broer Raoul de boel hier en daar ietsje versoepeld. Hij kon ook niet anders, want het was en is een failliete boedel.

Nee, ik ga niet zoals de Cubanen in Miami vandaag aan de cuba libre. Want ik ga het overlijden van iemand niet vieren, dat gaat me te ver. Maar de naïviteit ben ik gelukkig al lang voorbij.  Ik hoorde vandaag nog een herkenbare reactie in het radionieuws. Iemand van een solidariteitsclub voor Cuba vertelde vol enthousiasme dat Fidel het goed had gedaan: gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg enzovoorts.

Ik dacht, jongen, stap in het vliegtuig en ga kijken.

Jo Cortenraedt

Lees ook

Instagram

Bekijk de laatste #chapeaumagazine feeds op onze instagram

Bekijk onze instagram