Rio: narcisten of helden?

De wekelijkse zaterdagblog van Jo Cortenraedt

Auteur: Jo Cortenraedt    
Zaterdag 20 augustus 2016

Het is bijna gedaan met de SPORTZOMER zoals die de hele dag door de ether schalt en van de buis afstraalt. Jawel, na het EK voetbal en de Tour de France worden de media nu volledig beheerst door de Olympische Spelen, en die gaan dit weekeinde ten einde.

Sport kan mooi zijn, om te doen en om naar te kijken. Maar het lijkt wel of de sportevenementen de hele zomer belangrijker zijn dan al het andere wereldnieuws. Dat vind ik wat overdreven en het zijn de media die daar vooral debet aan zijn. Want daar waar op vele tv-programma’s en krantenpagina’s wordt bezuinigd wegens ‘te weinig budget’, daar wordt steeds meer geld gestoken in het verslaan van talloze sportevenementen. Plus de eindeloze voor- en nabeschouwingen. Als je dat allemaal wilt volgen, heb je een dagtaak.

Ik snap het allemaal, maar af en toe heb ik wel het gevoel dat er een soort massahysterie ontstaat. De media creëren die voor een deel.

Van de andere kant, op de momenten dat ik er de tijd voor had, heb ik wel genoten van de Olympische Spelen. Je ziet in dik twee weken tijd ongelooflijk veel takken van sport voorbij komen. Dat is al een verademing want normaal is het toch vooral voetbal, voetbal en voetbal, en daarna wielrennen en dan tennis. Misschien vergeet ik er eentje, maar dat lijkt me zo de top-3.

Tijdens de Olympische Spelen kan ik genieten van allerlei sporten waarvan ik normaal gezien weinig meekrijg. Met voor mij als een hoogtepunt die turnoefening van Sanne Wevers, die ik toevallig live zag. Goh, dat is pas atletisch. Wat moet die meid toch al die jaren getraind hebben.

In De Limburger las ik een wat zurig commentaar dat nogal wat Olympische Nederlanders narcisten en egoïsten zouden zijn. Nou, dat vind ik wat overdreven hoor. Natuurlijk, die af en toe wat theatrale acts en dat geschreeuw, dat zag je vroeger minder inderdaad. En och, de woede van Daphne Schippers was misschien wat heftig, maar  toch ook wel weer begrijpelijk. Vroeger konden sporters zich in alle rust voorbereiden, nu moeten ze om de haverklap voor de microfoon om antwoord te geven op steeds weer dezelfde vraag: ‘wat gaat er door je heen’.  Voortdurend staat de camera op je gericht. Als je dan je grootste droom, waar je jaren keihard voor gewerkt hebt, net niet haalt, tja, dan mag er wel even een oerkreet uit.

Nee, ik vind juist dat het oneerlijk verdeeld is in de sportwereld. Die prachtatleten op de Olympische Spelen, die hebben jaar in jaar uit gezwoegd om mee te mogen doen. Op wat uitzonderingen na verdienen ze er nauwelijks een fatsoenlijke boterham na. Terwijl de disciplines die ze uitvoeren, in veel gevallen echt het uiterste vergen van een menselijk lichaam.

Laten we dan eens naar het voetbal kijken, het EK-voetbal bijvoorbeeld. Daar kwamen heel wat spelers op het veld die nauwelijks vooruit te branden waren en vooral tactisch naar achteren bewogen. Heel wat van die verwaande apen verdienen vele miljoenen euro’s per jaar. Bedragen waar de gemiddelde Olympische atleet niet over durft te dromen. Het verschil is zó groot. De narcist Ronaldo weet niet wat hij met z’n miljoenen moet doen, welk jacht hij moet gaan kopen. Terwijl Maartje Paumen, net zo’n topper,  in de zomereditie van Chapeau zei: ‘Na mijn carrière wil ik waarschijnlijk een koffietentje beginnen. Ik houd van mensen, gezelligheid en goede koffie’. Is dat narcisme? Nee, met beide benen op de grond. Chapeau!   

 

 

Lees ook